Duistere handel in snippers papyri

beeld Wikimedia

Papyroloog en classicus Dirk Obbink is opgepakt geweest op verdenking van diefstal van papyri, bleek half april. De Nederlandse historicus Jona Lendering waarschuwt al langer tegen Obbink en trawanten, onder meer in zijn boek ”Bedrieglijk echt”.

Dirk Obbink ligt onder vuur. De Universiteit van Oxford stelde vorig jaar een onderzoek in naar de wetenschapper van deze universiteit. De Amerikaan zou een fragment van het ”Evangelie volgens Marcus” hebben doorverkocht dat niet van hem was. Het ging daarbij om een in 2012 ontdekt fragment, dat zou dateren uit de eerste eeuw na Christus.

In zijn vorige maand verschenen boek ”Bedrieglijk echt. Oude papyri, moderne controverses” (Uitg. Omniboek) gaat de Nederlandse oudheidkundige Jona Lendering uitgebreid in op de persoon Obbink. De papyroloog blijkt naast een befaamd wetenschapper een gewiekste zakenman die gestolen goederen verkoopt aan goedgelovige en naïeve slachtoffers.

Bij het Marcusfragment was de koper Steve Green, „een behoudende christen die sinds 2009 duizenden antieke voorwerpen heeft aangekocht”, aldus Lendering. In 2014 zou zijn collectie uit zo’n 40.000 objecten hebben bestaan, waaronder duizend papyri. In 2017 opende Green zijn Museum of the Bible in Washington. Maar waar die collectie vandaan kwam, was voor velen een raadsel: „Tussen 2009 en 2014 zijn geen 40.000 objecten legaal op de markt geweest, laat staan dat ze door één koper kunnen zijn aangekocht.”

De FBI onderzocht de zaak. Veel objecten zouden afkomstig zijn van de plunderingen na de Arabische Lente en clandestien zijn aangekocht, schrijft Lendering. Aanvankelijk weerspraken Greens zaakwaarnemers de beschuldiging, maar toen de FBI bewees dat vondsten inderdaad uit Syrië en Irak waren gestolen, betaalde de Greencollectie een boete van drie miljoen dollar.

Het Marcusfragment dat Obbink aan de Greencollectie verkocht, was weliswaar niet geplunderd, maar het was ook niet van hem. „Obbink had dus verkocht wat niet van hem was en de Greens hadden dat aangekocht. Het eerste impliceert diefstal, het tweede heling”, aldus Lendering.

Het lijkt erop dat Obbink een goede boterham verdient met het vals dateren van oude papyri, die hij dan voor extra veel geld verkoopt. Zo bleek het Marcusfragment toch niet uit de eerste eeuw te stammen, maar uit de derde eeuw.

Vervalsingen

Na de Universiteit van Oxford is nu dus ook de Britse politie een onderzoek tegen Obbink gestart. Maar hoe is het mogelijk dat er zoveel onduidelijk is rond papyri? Zijn die historische documenten niet beter te dateren en te controleren?

In zijn boek legt Lendering uit dat daar een groot probleem zit. Goede vervalsingen zijn in laboratoria niet te herkennen. Daar kan slechts worden vastgesteld of de gebruikte materialen oud zijn of niet. Daarom maakt een vervalser met authentieke ingrediënten antieke inkt en koopt hij antiek schrijfmateriaal. „Het is altijd voor een habbekrats te koop geweest in Egyptische souks en wie het te veel moeite vindt naar Caïro te vliegen, kan het tegenwoordig online verkrijgen.”

De gevolgen daarvan zijn helder: „Wie in de jaren tachtig in Amsterdam woonde, kon in de Warmoesstraat een fiets aangeboden krijgen voor 25 gulden. Die was dus gejat. Nader onderzoek was niet nodig. Zo is het ook met papyri. Als die op de zwarte markt worden aangeboden, is er iets mis. Als ze niet vals zijn, zijn ze gestolen.”

Vooral oude joodse en christelijke teksten zijn geliefd bij vervalsers, constateert Lendering. „Omdat de tekst van de heilige schrift vastligt, volstaat het een passage over te schrijven, zodat de vervalser niet veel taalkennis hoeft te hebben om iets na te maken dat valt te verkopen aan een even vrome als naïeve toerist.”

Maar niet alleen voor de toeristenmarkt worden vervalsingen geproduceerd, ook de wetenschap schrikt geregeld op door opzienbarende religieuze teksten waarvan het bestaan niet bekend was. Lendering behandelt in zijn boek onder meer het ”Evangelie van de vrouw van Jezus”. Dit fragment dook op in september 2012, toen de Amerikaanse geleerde Karen King, verbonden aan de Harvard Universiteit, het bestaan van een papyrussnipper aankondigde waarop stond dat Jezus over iemand sprak als „Mijn echtgenote.”

King hypete de ontdekking door te spreken van het ”Evangelie van de vrouw van Jezus”, media schreven lekkerbekkend over de ontdekking. Ondertussen ontmaskerde een blogger de snipper als een gegarandeerde vervalsing. Al snel ontdekte hij dat in de papyrus een schrijffout zat die was overgenomen van de online editie van het Evangelie van Thomas.

Harvard

Deze smoking gun had het einde behoren te zijn, aldus Lendering. Maar het liep heel anders. Harvard liet het fragment onderzoeken en kwam tot de ontdekking dat het papyrusfragment authentiek was.

Lendering: „Onwaar was het niet, ter zake evenmin.” Het sprak vanzelf dat het materiaal oud was, dat kan iedereen immers zelf kopen. „Verder beweerde Harvard dat in het lab geen aanwijzingen waren gevonden voor een vervalsing, wat misleidend was omdat de smoking gun al zonder laboratoriumonderzoek was ontdekt.”

De media hapten nogmaals welwillend toe op het persbericht van Harvard. „Om er geen twijfel over te laten bestaan dat beïnvloeding van de publieke opinie opzet was, bracht Harvard het nieuws kort voor Pasen naar buiten, als journalisten traditioneel zoeken naar vette stukjes over het vroege christendom.” Gerenommeerde media als The New York Times en Time trapten in de „cynische academische spelletjes.”

In ”Bedrieglijk echt” legt Lendering op toegankelijke wijze de problemen in zijn vakgebied bloot. Ook maakt hij pijnlijk duidelijk dat journalisten met te weinig kennis van zaken te vaak onzin publiceren over zogenaamd opmerkelijke antieke vondsten.