Ds. Clements voor Mannenbond GG: Crisis rond doop in de Biblebelt

Doopvont. beeld André Dorst

Na de Tweede Wereldoorlog is er een geestelijke atoombom gevallen, stelde ds. G. Clements zaterdag op de bondsdag van de Bond van Mannenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten, in Woerden. „De netten om het huis van de doop vertonen scheuren. Jonge mensen verlaten de kerk of laten zich overdopen.”

De predikant uit Gouda sprak over ”Kerkverlating en overdoop”. Geen gemakkelijk onderwerp, zo zei hij, „maar belangrijk omdat er in onze dagen veel verwarring over heerst.”

Al in de Vroege Kerk werden de kinderen op jonge leeftijd gedoopt, aldus ds. Clements. „De kerkvader Tertullianus maakte hiertegen bezwaren, maar deze raakten niet het hart van de zaak.”

Baptisme

In de tijd van de Reformatie kwam het baptisme op. „Overal ter wereld komen we vandaag baptisten tegen”, gaf ds. Clements aan. „De zogenoemde Free Will Baptists zijn arminiaans en staan daarom ver bij ons vandaan.” Calvinistische baptisten als Bunyan en Philpot keerden zich volgens hem tegen de kinderdoop vanuit hun aversie tegen het automatisme en het machtsdenken van de staatskerk. Bij Philpot was die antihouding het sterkst.

Bezwaren van baptisten tegen de kinderdoop stoelen volgens ds. Clements op de gedachte dat het verbond in het Oude Testament een ander verbond is dan in het Nieuwe Testament. „Het is een vergissing om die uit elkaar te trekken. In het Oude Testament vinden we de schaduw van wat in Christus wordt vervuld.”

Een vergissing noemde de Goudse predikant het ook wanneer voor de volwassendoop wordt gepleit op grond van het feit dat de Schrift spreekt over „Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zalig zal worden.” Ds. Clements: „In het genadeverbond gaat het niet om onze keus, maar om Gods keus.”

Overdoop

De predikant merkte op dat de overdoop veelal voortkomt uit een menselijke keus. Bij het zogenoemde opdragen in evangelische kringen wordt volgens hem het sacrament nagelaten, terwijl de Heere het geboden heeft. Tijdens de vragenspreking noemde hij het nalaten van de kinderdoop een grote zonde, op grond van de Westminster Confessie.

De reformatoren hebben er alles aan gedaan om de kinderen van de gemeente onder het Woord te brengen, aldus ds. Clements. „Calvijn noemde dat de eerste trap van de verkiezing, ofwel de bediening van het verbond. Daar werpt de Heere Zijn visnetten uit.” De tweede trap van de verkiezing is de toepassing van Gods genade in het hart, ofwel het wezen van het verbond. Ds. Clements: „Het wezen van het verbond is dat de Heere Zelf er zorg voor draagt dat Zijn netten gevuld worden. Met de wet gaan we onder in het water, het Evangelie doet ons opkomen uit het water.”

Volgens de predikant is deze reformatorische lijn doorgezet in de Nadere Reformatie, het piëtisme en het puritanisme. Pas in de achttiende eeuw ontstaat er, met de Verlichting, een breuk. „De ramen gaan open. Open vensters brengen de wereld in onze huizen. De netten scheuren, met kerkverlating of overdoop als gevolg.”

Boete en berouw

Gescheurde netten kunnen volgens bondsvoorzitter ds. E. Bakker alleen gerepareerd worden in een weg van boete en berouw. In zijn openingswoord op de bondsdag stond de predikant uit Veen stil bij 2 Petrus 1, waar de apostel schrijft dat wij het profetisch Woord hebben, „dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats.”