Calvijn ziet bijzondere Geestesgaven soms allegorisch

Van Alten beeld RD

De bijzondere gaven van de Geest zijn volgens Calvijn ondergeschikt aan de algemene gaven van geloof, vergeving van zonden en het nieuwe leven. Dat brengt hem soms tot een allegorische verklaring van de tongentaal en de bediening van de genezing: het gaat om gééstelijke zegeningen.

Dat zegt Erik van Alten, rector van het gereformeerd theologisch seminarie in Kiev. Hij promoveert vrijdag aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Kampen op de dissertatie ”The Beginning of a Spirit-Filled Church”. Daarin onderzoekt de promovendus de verhouding tussen de leer van de Geest en de kerk, met name vanuit Calvijns commentaar op het boek Handelingen.

Hoewel Christus enkele gelovigen van de kerk bijeen heeft vergaderd door Zijn prediking vóór Zijn hemelvaart, begint de christelijke kerk in haar eigenlijke vorm pas te bestaan als de apostelen bekrachtigd worden door de Geest en beginnen met preken. Van Alten: „Calvijn ziet de kerk al aanwezig in Genesis. God brengt echter steeds nieuwe beginpunten tot stand, zoals bij de uittocht uit Egypte en de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. In Handelingen vinden we zo ook een nieuw beginpunt, maar dan wel een heel bijzonder – door het werk van Christus en de komst van de Geest.”

Middelmuur

Voor Calvijn is het doorbreken van de middelmuur uit Efeze 2:14 een belangrijk gegeven. Van Alten: „De kerk bestaat uit heidenen en Joden. De heidenen komen dan op hetzelfde niveau als de Joden en krijgen dezelfde rechten als Israël. Israël is en wordt de kerk.

Of dat geen vervangingstheologie is? Nee, de kerk wordt bij Calvijn niet een nieuwe boom, maar ingelijfd in de bestaande boom van Israël. Calvijn keert zich tegen de anabaptisten voor wie vleselijke afstamming niets betekent. Dat klopt niet volgens Calvijn. Israël heeft grote voorrechten, tótdat het door ongeloof zich van de boom laat afhakken. Dan wordt de toon van Calvijn harder richting de Joodse leiders, omdat zij Christus én de heidenen niet willen accepteren.”

Bijzondere gaven

Calvijn staat bekend als verdediger van de zogenaamde streeptheologie: de bijzondere gaven van de Geest zijn opgehouden toen de canon, de complete Bijbel, tot stand kwam. Calvijn heeft iets ambivalents, stelt Van Alten, want Calvijn zegt ook dat de gaven zijn opgehouden vanwege de ondankbaarheid en hoogmoed van de kerk.

Van Alten: „Calvijn ziet de bijzondere gaven van de Geest als een mooi geschenk zolang de complete Bijbel er niet is. Maar het gaat hem uiteindelijk om de algemene gaven van geloof, vergeving van zonden en het nieuwe leven. Daarom verklaart hij de gaven van tongentaal en genezing geestelijk. De tongentaal ziet hij dan slaan op het geven van een geloofsgetuigenis en de genezing doelt zo op het heil in Christus. Dat is voor Calvijn geen verarming of versmalling, maar juist een verrijking, omdat het hem uiteindelijk om de algemene gaven van de Geest gaat.”

Calvijn werkt dat ook uit in de ambten. „Wij kennen in de reformatorische kerken een vrij strakke structuur met predikanten, ouderlingen en diakenen, maar opvallend is dat Calvijn er vrij los mee omgaat. Hij ziet de ambten opkomen vanuit de gemeente. Er zijn gaven in de gemeenten en die moeten benut worden. En verschillende tijden kennen ook verschillende gaven. Calvijn ziet verder een diaconale taak voor vrouwen weggelegd, zoals de dienst bij de tafel tijdens het avondmaal. Maar dat de dochters van Filippus in de openbare eredienst zouden profeteren, ziet hij als een omverwerping van de orde van de Geest.”

Van Alten bestuurt het theologisch seminarie in Kiev dat studenten opleidt voor predikant in gereformeerde en presbyteriaanse kerken in Oekraïne. Zestig procent van de 42 studenten komt uit deze kerkverbanden, maar er zijn ook evangelische en baptistische studenten uit Georgië, Wit-Rusland en Slovenië. „Er is zelfs een verzoek gekomen van Russischsprekenden in Amerika voor wie een universiteit of college daar te duur is. Voor hen is vier keer per jaar een vliegreis naar Kiev goedkoper en ze kunnen in hun eigen taal studeren.”

Oorlog

Het seminarie merkt weinig van de oorlog die nog steeds woedt in het oosten van Oekraïne, aldus Van Alten. „We hebben geen studenten meer uit dat gebied. Voor protestanten is het daar te gevaarlijk. De Russisch gezinde leiders zijn heel pro Orthodoxe Kerk, met name van het Moskouse patriarchaat. Maar helaas, elke dag sterven er aan beide zijden soldaten. Dit haalt het nieuws in het Westen niet meer. Het is een trieste situatie waarvoor voorlopig nog geen oplossing binnen handbereik is.”