Boek ”Oer” neemt afstand van klassieke lezing Genesis 1-3

„De gedachten die „Pro” doorgeeft, zijn niet de gedachten die God aan de mens heeft doorgegeven in Genesis 1-3, maar menselijke gedachten, die fundamenteel botsen met de gedachten zoals de Schepper die heeft geopenbaard.” beeld Getty Images
2

”OER, het grote verhaal van nul tot nu” wil een „moderne hervertelling van de Bijbel” zijn, „beginnend bij de oerknal en eindigend bij de wederkomst.” Het boek, dat afgelopen maand werd gepresenteerd, is een bestseller: inmiddels verscheen de zesde druk.

De auteurs, prof. dr. Gijsbert van den Brink (theoloog Vrije Universiteit Amsterdam), prof. dr. Cees Dekker (natuurwetenschapper TU Delft) en Corien Oranje (kinderboekenschrijver), beogen op een toegankelijke wijze te laten zien dat wetenschap en het verhaal van de Bijbel elkaar niet uitsluiten. Ze willen de –in 2017 verschenen– studie ”En de aarde bracht voort” van prof. Van den Brink toegankelijk maken voor de gewone christen, zodat deze de evolutietheorie zonder problemen kan omarmen.

Pro

Dekker vertelde in de Volkskrant dat ”Oer” bedoeld is voor „iedereen die geïnteresseerd is in dat grote verhaal. Een verhaal waarmee we, bijvoorbeeld aan orthodoxe christenen, willen laten zien dat geloof en wetenschap, schepping en evolutie, prachtig samengaan” (de Volkskrant, 18-5-2020).

De uitgever geeft op zijn site aan dat het boek leest als een spannende roman, maar de gemiddelde lezer zal dit nauwelijks beamen. In kort bestek wordt veel complexe materie besproken. Het duizelt algauw qua getallen en explosies. Het doet eerder denken aan een exploratief en gelaagd narratief, oftewel een wetenschappelijk (school)boek.

De auteurs zijn erin geslaagd in de eerste acht hoofdstukken de complexe natuur- en scheikundige thematiek met betrekking tot evolutie, stervorming en kosmologie helder en creatief te verwoorden. Namen die kerndeeltjes meekrijgen, zijn zorgvuldig uitgekozen en ingewikkelde gebeurtenissen en processen worden helder beschreven, vanuit het perspectief van Proton (een subatomair deeltje). De lezer kruipt in de huid van Proton (Pro) en wordt door miljarden jaren, via onder andere explosies en (kern)fusies, naar het begin van leven gebracht.

Het heeft iets ongemakkelijks. Pro maakt de lezer getuige van zaken waarvan je als mens geen getuige kunt zijn. Denk alleen aan de gedachten van de Schepper. Menselijke gedachten worden op een bovenmenselijk niveau (het onveranderlijke deeltje Proton) gepresenteerd.

Heilsfeiten

De auteurs zijn ervan overtuigd dat de evolutietheorie, Genesis 1 (schepping) en de opstanding van Christus (verlossing) een synergie, een eenheid, vormen. In het eerste deel van het boek gaat de natuurwetenschap voorop en lijkt deze de interpretatie van Genesis 1-2 te bepalen. Vanaf het tweede deel (hoofdstuk 8) maakt Pro vanuit verschillende observatiepunten diverse Bijbelse geschiedenissen mee. De roeping van Abraham, de uittocht uit Egypte, de opstanding van Lazarus; en ten slotte ontmoet hij ook Johannes, die op Patmos aan het Bijbelboek Openbaring werkt. Eveneens is Pro getuige van de heilsfeiten: de geboorte van Jezus, Zijn kruisiging, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart, en ziet hij uit naar de wederkomst.

Rijke en betekenisvolle gebeurtenissen worden met veel fantasie omkleed. Door het gebruikte taalveld kan dit een oppervlakkige indruk bij de lezers nalaten.

„Opstand en ongeluk”

In Oer is de mens de ultieme uitkomst van de evolutie. Hij wordt de kroon op Gods plan, waar Hij al miljarden jaren naar uitziet. Na 14 miljard jaar stapt de Schepper ‘plotseling’ Zijn eigen schepping binnen, die ondertussen al bevolkt is met mensen. Hij ontmoet in Eden, gelokaliseerd in Afrika, het mensenpaar Maisha en Womuntu (”mens” en ”leven”). Hier wordt de mens door de Schepper aangesproken en vanaf dit moment heerst er in de stam vrede, geluk en vreugde. Waar Adam en Eva in de klassieke uitleg van de schepping hun Schepper kennen vanaf de zesde dag van de schepping, laat de Schepper hier de wereld miljarden jaren voortbestaan om uit het niets de mens te ontmoeten. Het doet denken aan de verschijningen van God na de zondeval, zoals bij Simson.

De zondeval is het „ongeluk” dat de mensheid treft. De Schepper verbiedt om uit een waterbron te drinken. De wet die overtreden wordt, lijkt op een willekeurig moment in de tijd bekend te zijn gemaakt. Willens en wetens drinkt het mensenpaar niet veel later met de rest van de stam uit de door God verboden bron en overtreedt daarmee het gebod van de Schepper. Na deze daad verandert het leven ingrijpend. Niet doordat dan de dood zijn intrede doet, want die is door de evolutie vanaf het begin van het leven aanwezig. Het verschil zit in het feit dat de mensheid zich ervan bewust is dat het vóór deze gebeurtenis beter was: voor de „val” was het goed. De val heeft meer weg van een menselijke vergissing als gevolg van een verleidende actie dan van een bewuste daad.

Het is duidelijk dat de auteurs afstand nemen van de klassieke lezing van Genesis 1-3. Tegelijk wordt de zondeval wel als een historisch moment gepresenteerd. In een creatief scheppingsproces dat meerdere keren langs de rand van de mislukking gaat, komt het toch goed, omdat alles gericht is op de relatie van de Schepper met de mens.

Menselijke gedachten

De Schepper in Oer heeft weinig weg van de Schepper van hemel en aarde. Beiden staan aan het begin en beiden zorgen voor herstel. Daar is alles mee gezegd. De Schepper in de Bijbel is een God Die schept door Zijn Woord en Die vanaf het begin Zich bekendmaakt aan de mens en een verbond met hem sluit.

In de proloog van het boek geeft Pro over de mens aan: „Ze kunnen het niet bevatten.” Pro geeft de gedachten over het ontstaan van de wereld aan de lezer door. De gedachten die hij doorgeeft, zijn echter niet de gedachten die God aan de mens heeft doorgegeven in Genesis 1-3, maar menselijke gedachten, die fundamenteel botsen met de gedachten zoals de Schepper die heeft geopenbaard.

Grote consequenties

Al met al is Oer een boek waarmee de theïstische evolutie verhalenderwijs de huiskamer wordt binnengeschoven. Al lezend maken jongeren zich dit denken eigen, onbewust van de grote consequenties en bezwaren van dit denken. Het is de vraag in hoeverre de (jonge) lezers bij machte zijn dit „grote verhaal” kritisch te evalueren met oog voor de theologische consequenties van de theïstische evolutie. Er gebeurt nogal wat in dit boek.

Juist omdat is gekozen voor een hervertelling van het Bijbelse scheppingsverhaal zorgt dit boek voor veel verwarring bij diegenen die de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-3 op een onbevangen wijze willen lezen.

De auteur is theologe en docent aan het Hoornbeeck College Rotterdam.

Oer. Het grote verhaal van nul tot nu, Corien Oranje, Cees Dekker, Gijsbert van den Brink; uitg. Ark Media; 160 blz.; € 14,99