„Bijbel fundamentele eenheid van OT en NT”

2

Wie het Nieuwe Testament goed wil begrijpen, kan niet heen om het Oude Testament. Jezus en de apostelen grepen er voortdurend op terug. Wie daar geen oog voor heeft, mist veel verbanden en vaak ook de juiste uitleg.

Dat is de kern van het boek dat dr. Pieter J. Lalleman geschreven heeft. Hij is als nieuwtestamenticus verbonden aan Spurgeon’s College te Londen.

De auteur begint met tien gedeelten uit het Oude Testament (ook ”het Eerste Testament” en ”de Hebreeuwse Bijbel” genoemd). Dit betreft bijvoorbeeld Genesis 22 over het offer van Izak en Psalm 118. Daarna komen personen en gebeurtenissen ter sprake, zoals Adam, de zondvloed, David en Jona. Vervolgens krijgen de vier evangeliën en Handelingen aandacht. Uiteraard komen ook de geschriften Hebreeën en Openbaring aan de orde, met hun vele verwijzingen naar het Oude Testament.

Bijbelgebruik

In het hoofdstuk over Markus geeft dr. Lalleman een overzicht van de vormen van Bijbelgebruik. De duidelijkste manier is die van aangehaalde citaten. Iets moeilijker zijn de gecombineerde citaten. In Markus 1:11 staat: „U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.” Deze uitdrukking berust op drie bronnen. „U bent Mijn geliefde Zoon” komt uit Psalm 2:7. Het woord ”geliefde” berust op Genesis 22 in de Griekse vertaling, terwijl het slot van de zin teruggaat op Jesaja 42:1. Deze verbindingen maken duidelijk dat de Messiaanse verwachtingen in Jezus vervuld worden.

Een derde mogelijkheid om een relatie tussen Bijbelpassages aan te geven, zijn de toespelingen. Lalleman noemt ook combinaties van toespelingen. In Markus 14:62 spreekt Jezus over de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige en het komen op wolken van de hemel. Dit is een combinatie van Psalm 110:1 en Daniël 7:13. Een vijfde categorie krijgt de aanduiding ”echo”. Soms klinkt een element van het Oude Testament zo zacht door dat hier het woord ”echo” van toepassing is. Ten zesde komt het voor dat nieuwtestamentische personen beschreven worden vanuit een eerder model. Zo wordt Johannes de Doper beschreven in overeenstemming met Elia. Met deze zes categorieën krijgt de lezer een goed overzicht van de verschillende manieren van Schriftgebruik.

In het slothoofdstuk geeft Lalleman nog een toelichting op zijn positie. Hij is beïnvloed door Richard Hays en diens ”hermeneutiek van vertrouwen”. Anderen spreken in dit verband over een exegese die door de Heilige Geest wordt geleid. Dat houdt in dat de betekenis die het Nieuwe Testament toekent aan het Oude, de betekenis is die God bedoelt, ook al waren de menselijke schrijvers zich niet bewust van de volledige betekenis. Dit is een andere benadering dan die in de universitaire wereld gangbaar is. In het wetenschappelijke model vanaf de tijd van de verlichting staan nauwkeurige bronvermelding en bewijsvoering centraal. Dit wordt ook wel de ”hermeneutiek van het wantrouwen” genoemd. Uiteraard heeft de gemaakte keuze gevolgen voor onze manier van omgaan met de Bijbel. Enerzijds is Lalleman het niet eens met auteurs die stellen dat de manier waarop de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude behandelen, normatief is voor ons. Alsof wij de Bijbel net zo moeten lezen als zij deden. Anderzijds neemt de auteur ook afstand van de uitleggers die menen dat wij de nieuwtestamentische schrijvers niet mogen volgen in hun methoden.

Dwarsverbinding

Lalleman heeft een boeiend boek geschreven, dat bekende en onbekende dwarsverbindingen laat zien. Inderdaad is er een fundamentele eenheid in de Bijbel te ontdekken. Hier en daar zou ik graag wat meer lezen over de Joodse achtergronden van de gebruikte methoden van citeren. Bij de Messiasbelijdende Joden wordt hierover veel nagedacht. Soms leidt dat tot andere conclusies. Zo staat er bij de uitleg van Markus 7 over reinheid en onreinheid: „Jezus schaft ‘gewoon’ de spijswetten uit onder andere Leviticus 11 en 17 af!” Deze gangbare uitleg is echter om diverse redenen onwaarschijnlijk. Een verzet tegen farizese praktijken is iets anders dan breken met voorschriften uit de Thora. En ook de uitleg van Hebreeën 7, dat Melchizedek zonder vader en moeder was, is geen conclusie uit het stilzwijgen van Genesis 14. Het is aannemelijker dat Melchizedek niet de vereiste genealogie had om koning en priester te worden, maar dat hij in plaats daarvan aangesteld is en met eedzwering deze waardigheid kreeg.

De auteur gebruikt diverse Bijbelvertalingen en geeft vaak zijn voorkeur aan in concrete vertaalkwesties. De voorkant van het boek toont een boom met wortels, wat de suggestie wekt dat het Nieuwe Testament geworteld is in het Oude Testament. Op de afbeelding zijn echter de wortels zichtbaar, terwijl die gewoonlijk onder de grond zitten en niet zichtbaar zijn. De titel bevat ook het woord ”verborgen”. Is die typering niet een beetje te negatief? Zeker, het is waar dat er heel wat christenen zijn die zich beperken tot de latere openbaring, maar ook bij oppervlakkige lezing zijn er talloze verwijzingen naar de vroegere openbaring. Hoe dan ook, wie meer wil weten over de fundamentele eenheid in de Bijbel, kan in deze handreiking heel wat leren.

De verborgen eenheid van de Bijbel. Het gebruik van het Oude Testament in het Nieuwe Testament, dr. Pieter J. Lalleman; uitg. Buijten & Schipperheijn Motief; 320 blz.; € 19,95.