Een Duitse doorsneefamilie in de lange twintigste eeuw

Hellmuth en Hilde op de motorfiets, ca. 1930. beeld uit De Wintertuin, Jan Konst
2

Biografieën van vorsten en politieke leiders zijn vaak interessant om te lezen. Minstens zo lezenswaardig kunnen de levens van gewone burgers zijn. Dat laat Jan Konst zien met ”De wintertuin”, de familiekroniek van een Duitse familie in de lange twintigste eeuw.

Jan Konst (55) is in het dagelijks leven hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Freie Universität in Berlijn. De familiegeschiedenis die hij beschrijft is die van zijn vrouw Katrin, die afkomstig is uit Weinböhla, een dorpje in de buurt van Dresden. „Het is een familie zoals er zovele bestaan. Geen familie in ieder geval waarvan je leden in geschiedenisboeken tegenkomt”, schrijft Konst. Je zoekt er tevergeefs naar politici, schrijvers of kunstenaars. „Het is een doorsneefamilie.”

„Maar juist dat is fascinerend”, merkt Konst in het voorwoord op. Hij zegt niets te veel. In de kelders van het huis in Weinböhla, waar zijn 84-jarige schoonmoeder Brigitte nog altijd woont, ligt een omvangrijk familiearchief opgeslagen: briefwisselingen, dagboeken, allerlei foto- en beeldmateriaal, officiële paperassen.

Brigitte geeft haar schoonzoon toestemming de papieren nalatenschap door te spitten. Zijn vragen beantwoordt ze zo goed en zo kwaad als het kan. Samen bezoeken ze de plekken die voor de familie van betekenis zijn geweest.

Het archief, de gesprekken en de trips leiden tot een indrukwekkende reis terug in de tijd. De tocht begint bij overgrootvader Emil, die wordt geboren in 1891. De tuinderszoon gaat als eerste van zijn familie studeren en wordt leraar op een gymnasium in Meissen. Het bureau dat hij aanschaft staat nu in de werkkamer van Konst.

Interessant is natuurlijk hoe de familie de Eerste Wereldoorlog, de economische crisis van de jaren dertig, de Tweede Wereldoorlog, de DDR en de val van de Muur beleven. Grootmoeder Hilde, een van Emils dochters, maakt het allemaal mee. Zij, geboren in 1902, wordt bijna 100 jaar. Een simpele optelsom leert dat zij twintig jaar in een democratie heeft geleefd en tachtig jaar onder autoritaire regimes.

De familie blijft onder de nazi’s afzijdig, en dat gebeurt ook tijdens het communistische bewind. Een schoonzoon sluit zich aan bij de NSDAP en later bij de Oost-Duitse communistische partij SED. De rest gaat niet actief in het verzet, maar loopt ook niet mee.

Zo wordt Brigitte in het najaar van 1944 overgeplaatst naar een kindertehuis vlak bij Dresden als moeder Hilde haar ziek meldt voor een parade. Daar maakt Brigitte het bombardement op Dresden mee. Samen met Konst bezoekt ze na zeventig jaar het vroegere tehuis waar ze de benauwde dagen meemaakte. Konst: „In een stortvloed van woorden komen verhalen waarvan ze zelf niet meer wist dat ze ze kende.”

Als Konst met zijn speurwerk begint, houdt hij er rekening mee dat er in zijn schoonfamilie daders kunnen zitten. Hellmuth, de man van Hilde (grootvader Hellmuth), heeft bijvoorbeeld een oorlogsdagboek bijgehouden. Hij neemt deel aan Operatie Barbarossa, de Duitse aanval op de Sovjet-Unie, maar is hij een oorlogsmisdadiger? Konst: „In het oorlogsdagboek stuit je nergens op karakteristieke nazislogans. Antisemitische uitingen zoek je evenmin tevergeefs, hoewel een enkele keer begrippen gebruikt worden die kenmerkend zijn voor het discours van de jodenhaat. Een synagoge heet dan een ”jodentempel”.”

Lang aarzelt Konst of Hellmuth echt onschuldig is. Hij laat de lezer meekijken in zijn gedachtewereld. „Ik blader voor een laatste keer door het oorlogosdagboek. Was Hellmuth onschuldig zolang het tegendeel niet bewezen was? Of moest hij eerst zijn onschuld bewijzen om niet door mij op voorhand schuldig verklaard te worden? Ik besluit Hellmuth te geloven.”

Deze weging van de mensen uit het verleden gebeurt regelmatig. Brigittes man Gert kan in de DDR een goede baan krijgen als hij zich bij de SED aansluit. Hij doet het niet. „Hij ziet zichzelf niet als ”Genosse”, niet als kameraad-partijlid. Je kunt hem geen tegenstander van het systeem noemen, en ook de DDR verwerpt hij als staat niet principieel. Maar van het partijkader wil hij geen deel uitmaken”, schrijft Konst. Het gevolg is dat de job aan zijn neus voorbijgaat.

Het boek is in één woord prachtig. Een familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de bewogen Duitse geschiedenis. En het is ook nog een keer enorm goed geschreven.

Boekgegevens

De wintertuin, Jan Konst; uitg. Balans Amsterdam, 2018; ISBN 978 94 600 3811 2; 336 blz.; € 22,50.