Vijf redenen waarom GroenLinks groeit

Tweede Kamerverkiezingen 2017
beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen
2

„Wat zijn jullie met veel!” begroet Jesse Klaver (30) de zaal vol klappend en joelend publiek. Wie denkt dat een politicus die een praatje houdt in een zaaltje een wat achterhaalde manier van campagne voeren is, heeft het mis. De leider van GroenLinks onthaalde onlangs 2000 fans in Utrecht alsof het niks is.

Meetups, noemt hij zijn verkiezingsbijeenkomsten. Duizenden mensen bracht Klaver al op de been voor de bijeenkomsten. Op 9 maart heeft GroenLinks een Amsterdamse concertzaal afgehuurd met ruimte voor 6000 personen. Dat wordt het grootste politieke evenement van 2017, belooft de partij.

Het is een schril contrast met de schamele vier zetels die GroenLinks in 2012 overhield in de Tweede Kamer. De vierde man –Klaver– mocht toen alleen maar dankzij een restzetel aanschuiven in Den Haag. Zelfs in eigen gelederen rezen er twijfels over het bestaansrecht van de partij. Dat tij is gekeerd, en alles wijst erop dat GroenLinks geen ‘splinterpartijtje’ meer zal zijn na de verkiezingen. In de peilingen staan de groenen met veertien tot zestien virtuele zetels op gelijke voet met D66, SP en CDA.

Wat is er gebeurd? Voor het antwoord op die vraag wordt gewezen naar één persoon: Jesse Klaver. Nog geen twee jaar geleden trad hij met zijn 29 jaar aan als de jongste lijsttrekker ooit. Vijf factoren hielpen hem in meer of mindere mate het fundament te leggen voor succes.

1. Nieuw elan

Zijn voorganger Bram van Ojik was 60 toen hij in mei 2015 plaatsmaakte voor een nieuwe generatie. De uitstraling en het imago van de partij kregen met Klaver een metamorfose. In plaats van een gemoedelijke, toch wat saaie Van Ojik kwam de charismatische, vlotte dertiger.

Op de ”meetups” onthalen zijn ‘fans’ hem als een halve popster die het land moet gaan redden. Vooral jongeren vullen de zalen waar hij op het podium verschijnt. Met hun telefoon in de lucht proberen ze foto’s en filmpjes te scoren, die natuurlijk worden gedeeld met vrienden en op sociale media. GroenLinks een partij voor geitenwollensokkendragers? Welnee, het is cool om bij deze club te horen. Dat is de sfeer die in de zaal hangt en het beeld dat de partij oproept door applaudisserende supporters áchter hem op het podium te plaatsen. Vol verwachting en trots kijken ze naar hun leider: zonder jasje en dasje, maar in een wit overhemd en met opgestroopte mouwen. Handen uit de mouwen, ook dat moet bijdragen aan het beeld: we gaan ertegenaan!

„De komst van een nieuwe leider geeft vaak een impuls”, zegt prof. dr. Claes de Vreese, hoogleraar politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de invloed van onder meer campagnestrategieën op de verkiezingen. Volgens hem is GroenLinks vooral bezig om het effect van de meetups op te krikken, bijvoorbeeld door de hal voor 6000 man af te huren in Amsterdam. „We moeten nog maar afwachten of die vol komt.”

De positieve verhalen in de media zijn in ieder geval binnen: het gaat goed met GroenLinks. Die verhalen zijn zelfversterkend, weet De Vreese. „Partijen worden soms groter gepraat dan ze daadwerkelijk zijn. Of andersom: ze worden juist de prut in gepraat.” Positieve verhalen kunnen zorgen voor een bandwagon-effect: mensen passen hun stemgedrag aan omdat ze graag bij een populaire groep horen.

2. Persoonlijke benadering

„Hoe was jullie weekend?” vraagt Klaver het publiek tijdens een meetup in Utrecht. Hij vertelt dat hij geen fijne dagen achter de rug heeft. Vanwege Trump en zijn inreisverbod voor inwoners uit zeven moslimlanden. Klaver haalt gesprekjes aan met reumapatiënt Irma en met ouders die een school voor hun zoon moeten uitzoeken. Ervaringen die hem moeten maken tot een mens van vlees en bloed, sympathie en vertrouwen moeten wekken en laten zien: deze man spreekt niet vanuit een ivoren toren.

„Ik ben een trotse vader van twee jongens”, vertelt hij in zijn eerste speech als lijsttrekker. Om daarna meteen te refereren aan de beelden van vluchtelingenkinderen, waar hij niet alleen als politicus naar kan kijken. De brug naar het GroenLinksstandpunt over vluchtelingen is geslagen. Zijn levensverhaal speelt daarin ook een rol. Zijn eigen vader, van Marokkaanse afkomst, kent Klaver niet. Die vertrok kort na zijn geboorte. Zijn Nederlands-Indische moeder stond alleen voor de opvoeding.

De jonge Jesse groeide op bij zijn moeder in een sociale huurwoning in Roosendaal, kwam veel bij opa en oma. In toespraken vertelt Klaver graag over zijn grootvader, die hem gevormd heeft. Opa nam hem mee naar demonstraties. „Je moet je verzetten tegen onrecht, leerde hij mij.” Later in zijn speech: „Jij kunt niet studeren, werd er op mijn vmbo-school gezegd. Hoeveel jongeren krijgen vandaag de dag hetzelfde te horen? Als opa dat tegen mij had gezegd –„het kan niet”–, dan had ik hier niet gestaan.” Dat verhaal gebruikt hij vaak om te pleiten voor gelijke kansen in het onderwijs.

Een persoonlijke benadering bepaalt de verkiezingsuitslag niet, maar helpt wel volgens De Vreese. „Authenticiteit en nabijheid zijn in het voordeel van een lijsttrekker, blijkt uit onderzoek. Sommige kiezersgroepen zijn extra gevoelig voor de persoonlijke benadering van een politicus. Maar dat is ook relatief: als iedereen zich zo presenteert, werkt het niet. Je kunt niet geforceerd authentiek zijn.” De hoogleraar wijst erop dat partijaanvoerders met andere eigenschappen –betrouwbaarheid, iemand met uitstraling van een staatsman– weer andere kiezers aanspreken.

3. „Yes, we can”

In navolging van zijn opa houdt Klaver kiezers voor dát er werkelijk iets kan veranderen. Obama’s „Yes, we can!” zindert door de zalen waar zijn aanhang zich heeft verzameld. Klaver imiteert zijn Amerikaanse voorbeeld met de woorden: „Het kan wel!” Of: „Wij gáán dat veranderen.” Bij het massale applaus gaan zijn vuisten in de lucht, alsof GroenLinks de verkiezingszege al binnen heeft. Zo presenteert Klaver zijn partij als een soort toevluchtsoord voor iedereen die vindt dat het anders moet en die wil geloven dat het beter kan.

Volgens De Vreese kan een campagne aanslaan door bewust in te spelen op zowel angst als op positieve gevoelens. Over het algemeen roepen negatieve emoties sterker weerklank op. Klavers politieke tegenpool Wilders speelt er graag op in. Welke emoties de kiezer aanspreken, hangt af van de (persoonlijke) situatie. Dat het beter gaat met de economie maakt het voor Klaver makkelijker om zijn boodschap van hoop voor de toekomst te vertellen, legt hij uit. „Heel anders dan in Griekenland. Daar komt zo’n verhaal eerder ongeloofwaardig over.” Of Klaver nu meer kans maakt dan in 2012, toen Nederland de economische dip nog niet te boven was? De Vreese: „Lastig. In ieder geval biedt de huidige staat van de economie GroenLinks een betere bodem om campagne te voeren dan destijds.”

4. Verbinding

Klaver roept zijn aanhang op als „ambassadeurs van verandering” massaal langs de deuren te gaan. GroenLinks gebruikt –opnieuw naar Obama’s voorbeeld– een zogeheten ”grassroots”-strategie, waarbij de actie en het enthousiasme van onderaf komen.

Sociale media zijn een onmisbaar instrument in die bindingscampagne. Op Facebook plaatst de partij flitsende filmpjes – leuk om te delen. Voor een live-uitzending van de meetups is de NOS niet nodig. Kan gewoon via Facebook. Vragen stellen ook. Het socialemediateam geeft netjes antwoord. Bij GroenLinks kun je je ook aanmelden als ”apptivist”. Via WhatsApp krijgen apptivisten één of twee keer per week een berichtje van Klavers campagneteam. Het idee is dat zij deze delen. „Zo kunnen we zonder duizenden euro’s aan advertentiekosten toch het woord verspreiden”, legt GroenLinks op evangelisatieachtige toon uit.

Vooral die binding is écht Amerikaans, weet De Vreese. „Kiezers mobiliseren kan heel goed door zo veel mogelijk mensen te betrekken bij de campagne en zichtbaar te zijn, de straat op te gaan. Communitybuilding is méér dan vragen om een stem op 15 maart. Daarom roept Klaver vooral op om onderdeel te worden van een beweging.” Interessant vindt hij de vraag wat er gebeurt met zo’n beweging vanaf 16 maart. „Jongeren hebben geen stabiele partijvoorkeur. GroenLinks moet zich dus niet snel rijk rekenen met steun op dit moment.”

Klaver zelf ook roept voortdurend dat hij wil verbinden. Wie? „De moslimmoeder uit Rotterdam, de bouwvakkervader uit Venlo, de onderwijzer van mijn basisschool in Roosendaal, de hoogleraar aan de universiteit.” Want: „We zijn allemaal beducht voor de toekomst van onze kinderen.” GroenLinks wil dus niet meer een exclusief clubje zijn voor linkse intellectuelen uit de Randstad. Weg met dat elitaire imago. Klaver praat over een brede volkspartij.

5. Idealen

Wil Klaver met zijn volksbeweging vooral PvdA’ers binnenhalen? In de peilingen zijn het juist die kiezers die overlopen. Onder het huidige kabinet kwam Nederland de economische crisis te boven. In december presenteerde het Centraal Planbureau (CPB) optimistische vooruitzichten: minder werkloosheid, meer koopkracht, een begrotingsevenwicht. Toch ziet het er niet naar uit dat de PvdA dat gaat verzilveren op 15 maart. Het draait om meer dan economische groei, zouden campagnestrategen zeggen.

Het is Klaver die al sinds het begin van zijn leiderschap strijdt tegen –wat hij noemt– het economisme: dat economische belangen boven welzijn, milieu en gezondheid gaan. De economie kan wel groeien, maar de verschillen tussen arm en rijk nemen toe. Het milieu wordt er niet beter van, het onderwijs ook niet, luidt zijn boodschap. Klaver pleit voor eerlijk delen, duurzaamheid en empathie. Concreet: geen marktwerking en geen eigen risico in de zorg. Alle kolencentrales sluiten. Gratis huiswerkbegeleiding voor ieder kind.

Punten die zomaar een snaar kunnen raken bij de ontheemde PvdA-kiezer. Want hoe populair een lijsttrekker als persoon kan zijn, de kiezer let heus wel op de inhoud. Het succes van GroenLinks zit ’m niet alleen in het Klaver-effect, stelt De Vreese. „De onderwerpen waar de partij zich op profileert, spelen juist nu. GroenLinks wil antwoord geven op bredere economische vraagstukken, en niet zozeer een activistische milieupartij zijn.”

Maar...

Er kan nog veel veranderen, zegt De Vreese. „Het momentum wordt nu versterkt, maar de verkiezingen zijn er nog niet.” De hoogleraar herinnert zich 2010 en 2012. „We hebben toen gezien hoeveel invloed verkiezingsdebatten kunnen hebben. Ook daar verschijnen in de media veel verhalen over die een zelfversterkend effect hebben – positief of negatief.”

Ondanks het feit dat GroenLinks nooit meer dan elf zetels haalde, in 1998, ziet De Vreese een potentieel groter stemmerspubliek. Hij wijst op onderzoeken waarbij gevraagd wordt naar de kans dat iemand op een bepaalde partij zou stemmen. „Veel potentiële kiezers twijfelen tussen PvdA, D66 of SP. Hun stem hangt erg af van wat er in de loop van de campagne gebeurt.” Onderzoek van Ipsos liet vorige week zien dat GroenLinksers nog het minst overtuigd zijn van hun stemkeuze. Van de mensen met een duidelijke voorkeur voor GroenLinks geeft de helft aan dat meer partijen kans maken. Volgens de onderzoekers komt dit mogelijk door de achterban met veel hoog opgeleiden. Zij twijfelen iets meer dan laag opgeleiden. Nog minder dan drie cruciale weken voor Klaver dus.

Vier plannen van GroenLinks

Wat wil GroenLinks eigenlijk, ook op ethisch gebied?

1. Abortus en euthanasie gaan uit het Wetboek van Strafrecht, kondigt het verkiezingsprogramma aan. De verplichte bedenktijd bij abortus wordt afgeschaft. En mensen die vinden dat hun leven voltooid is, mogen van GroenLinks een einde aan hun leven maken.

2. Voor het bijzonder en het openbaar onderwijs gaan als het aan GroenLinks ligt dezelfde regels gelden. De partij accepteert niet meer dat er leerlingen of leraren worden geweigerd omdat ze niet bij de identiteit van de school zouden passen. „Als leerlingen en leraren de visie van de school accepteren, horen ze welkom te zijn.”

3. Gelijkheid tot en met: de sekseregistratie bij de burgerlijke stand wordt afgeschaft. Gezinnen die anders zijn dan de traditionele samenstelling van een moeder en vader krijgen de mogelijkheid tot juridisch ouderschap. Ook kan een kind wat GroenLinks betreft meer dan twee juridische ouders hebben, bijvoorbeeld biologische ouders en ouders bij wie het kind woont. Het ouderlijk gezag blijft bij maximaal twee ouders.

4. Israël moet de „bezetting” van de Westelijke Jordaanoever en de blokkade van de Gazastrook beëindigen. Nederland erkent Palestina als staat, bepleit de partij van Klaver.