D66 en CU vragen opnieuw aandacht voor beoordeling complexe asielverzoeken

beeld Alida Stuut

De IND worstelt met asielzoekers die vanwege hun geloof of hun geaardheid een verblijfsvergunning willen. „Beoordeel de getuigenissen van zulke vluchtelingen zorgvuldiger”, zeggen D66 en ChristenUnie. „Het kan een zaak van leven en dood zijn.”

Hebt u weleens getwijfeld aan uw bekering? Asieladvocaat mr. F. W. Verbaas uit Alkmaar herinnert zich de zaak waarin een asielzoeker deze vraag kreeg voorgelegd van een IND-beslismedewerker nog goed. De vluchteling, die was overgegaan tot het christendom, antwoordde: „nee”, waarop de dienst concludeerde dat er geen sprake was van een weloverwogen besluit om zich te bekeren. Verbaas: „Maar toen een ander op dezelfde vraag „ja” zei, werd geconcludeerd dat zijn getuigenis eveneens onvoldoende geloofwaardig was.”

Het voorval legt de thematiek waar de IND al tijden mee worstelt haarscherp bloot: Wanneer gebeurt de beoordeling van een bekeringsverhaal, in het kader van een asielprocedure, voldoende zorgvuldig? En is de aanpak van de overheid wel consistent?

„Het moet nog altijd beter”, vindt CU-Kamerlid Voordewind. „We hebben daar tijdens de formatie op gehamerd, samen met D66. Zij krijgen ook verontruste signalen, met name over de beoordeling van asielverhalen van lhbt’ers die zeggen vanwege hun geaardheid te zijn gevlucht.”

Woensdag riepen Voordewind en zijn D66-collega Groothuizen staatssecretaris Harbers van Asiel op om de beoordeling van christen- en lhbt-asielzoekers door de IND te verbeteren. Voordewind: „Harbers krijgt van ons de ruimte om zelf met suggesties te komen, maar ik heb al wel een paar concrete voorzetten gegeven. De staatssecretaris kan zorgen voor meer deskundigheid bij de IND-beslismedewerkers. Bijvoorbeeld door hen extra te laten bijscholen door gespecialiseerde godsdienstpsychologen in het beter toetsen van bekeringsverhalen. Een andere optie is het advies van deze deskundigen in de asielprocedure zwaarder te laten meewegen.”

Laten we bedenken dat er voor deze mensen levensgevaar te duchten valt, zegt Voordewind. Het CU-Kamerlid hoopt in elk geval het signaal te hebben afgegeven „dat met asielverzoeken van bekeerlingen uiterst nauwkeurig moet worden omgegaan.”

„Zelfs al noemt de paus iemand katholiek, dan nog kan de IND zeggen: Wij denken er anders over”, zegt asieladvocaat Verbaas. Hij wijst op een zaak van een rooms-katholieke christen van wie zowel een abt als godsdienstsocioloog dr. Joke van Saane de bekering geloofwaardig vond. „Dit in tegenstelling tot de IND. Ik zeg niet dat een uitspraak van Van Saane onweerlegbaar is, maar ze heeft wel meer deskundigheid dan de gemiddelde IND-ambtenaar.”

In diverse zaken achtte de IND een bekering ongeloofwaardig als de asielzoeker zich behalve in het christendom ook niet in andere religies heeft verdiept, vervolgt Verbaas. De asieladvocaat legde deze kwestie voor aan hoogleraar interculturele theologie dr. B. van den Toren van de Protestantse Theologische Universiteit, die het IND-argument als niet-steekhoudend beoordeelde.

Verbaas is benieuwd hoe expliciet D66 en CU stelling gaan nemen tegen de werkwijze van de IND. Zelf is hij stellig: „We moeten af van de beoordeling door amateurtheologen, waarbij de uitkomst volstrekt onvoorspelbaar is.”