De droom was groot: varkensflats zijn ideaal

Stalbranden
Bron: Wakker Dier. beeld RD, André Dorst
3

Megastallen mogen bestaan, ook al is het asbestdak geïsoleerd met ontvlambaar purschuim, al zijn de tussenwanden van ontvlambare kunststof en al verandert het verplichte ventilatiesysteem de stal bij brand onmiddellijk in een vuurzee.

Nieuwe stallen zijn veiliger. Alleen telt Nederland nog heel veel oudere stallen met heel veel dieren erin – soms wel 20.000 varkens, of 80.000 kippen. Als daar brand uitbreekt, zijn de dieren niet meer te redden. Al die 20.000 of 80.000 niet.

In Erichem brandde vorige week donderdag een varkensflat af, en in de maatschappij laaide het protest op. Fanatieke dierenliefhebbers hebben de antwoorden al; kalme burgers stellen vragen: Hoe kan het dat een ramp 20.000 dierenlevens tegelijk kost? En wie kan hier wat aan doen?

Hoe groot mag het offer zijn dat schaalvergroting vraagt? Dat is de vraag die op tafel ligt, zegt brandweercommandant Roelf Knoop, die namens Brandweer Nederland betrokken is bij het Actieplan Stalbranden 2012-2016 (zie ”Evaluatie actieplan komt eraan”). Hij werkt al dertig jaar bij de brandweer, maakte ook stalbranden mee. „Omdat oudere stallen veel brandbaar materiaal bevatten, breidt een brand snel uit”, weet hij. „We pakken doorgaans eerst de vuurhaard aan, de plek waar de brand ontstaat. Maar als dat niet meer kan omdat het niet veilig is voor de mensen, dan gaan we naar een ander compartiment. In de praktijk is dat bij een stal vaak: naar buiten.” Voor brandweerlieden is dat heftig, zegt hij: weten dat er tientallen of honderden of zelfs duizenden dieren binnen zitten en niets voor ze kunnen doen.

Knoop noemt oude stallen op dit moment een knelpunt in het systeem. „Voor ons voldoet de huidige norm niet, want de situatie is onbeheersbaar, we kunnen niet efficiënt meer optreden.”

Wat te doen met stro

Het grootste deel van de stallen in Nederland bestaat op dit moment nog uit oudere gebouwen. Dat wil zeggen: van voor 2014. Om wat voor aantallen het gaat –met hoeveel dieren– kan Mark Tijssen, woordvoerder van LTO Nederland en zelf varkensboer, niet zeggen. Wel weet hij dat de sector bezig is met aanpassingen en vooral inzet op bewustwording en preventie. Zo worden elektrische installaties vaker gekeurd. „Maar auto’s van nu zijn veiliger dan die van twintig jaar geleden”, zegt hij. „Zo zou je dit ook kunnen zien. En: de wereld is groter dan een brand; er zijn veel keuzes te maken. Ik bedoel: als je dieren op stro wilt zetten, wordt het dierenwelzijn groter, maar de brandveiligheid kleiner. Wat kies je?”

Verder moet het wel „haalbaar en betaalbaar” blijven, waarschuwt hij. „De kostprijs voor Nederlandse boeren ligt al hoger dan in de rest van Europa. Als de eisen onhaalbaar worden, zullen kleinere bedrijven afhaken, en houd je juist de grote varkensflats over van mensen met veel geld.”

En ook al is een stal in compartimenten verdeeld, al is het isolatiemateriaal minder ontvlambaar, dan nog kan er brand uitbreken, zegt hij. Een centraal afzuigsysteem maakt de zaak ingewikkelder. Daarom blijft goed opletten wat hem betreft prioriteit 1. Altijd. Dat is het trouwens altijd geweest voor een boer, de afgelopen jaren maar ook de afgelopen eeuwen.

„Ik hoop dat ik zo’n brand nooit meemaak”, zegt hij. Zijn 10.000 varkens zijn verspreid over verschillende stallen. „Ik werk dagelijks met die dieren. Ja, ze gaan naar de slacht, dat hoort erbij. Maar ik probeer ze een dierwaardig bestaan te geven –met meer ruimte, verse lucht, afleidingsmaterialen in de stal, en goed eten en drinken– en daar hoort dierwaardig sterven bij.”

Brandmelder

Wakker Dier, een organisatie die zich inzet voor het welzijn van dieren in de vee-industrie, houdt bij hoeveel dieren er omkomen bij stalbranden. De cijfers komen van berichten uit de media en zijn mede gebaseerd op vergunningen: hoeveel dieren mocht een boer houden. „Branden kunnen nooit helemaal voorkomen worden”, zegt Anne Hilhorst van Wakker Dier. „Maar dat een goede brandmelder niet verplicht is, of de controle rond de elektronica, dat vinden wij onbegrijpelijk. Aandacht voor het milieu –via bijvoorbeeld de luchtwasser– hoort niet ten koste te gaan van dieren. Dat een brand zo snel heel groot wordt, dat de brandweer daardoor te laat is en dat dieren nergens heen kunnen – dat horen we nog te vaak. De overheid staat toe dat stallen zo groot zijn; de overheid zou ook regels moeten opstellen om ze brandveiliger te maken en de boer moeten helpen dit te bereiken.”

De droom was groot. Varkensflats zijn ideaal

Het afbranden van de Knorhof in Erichem, eigendom van Europa’s grootste varkensondernemer Adriaan Straathof, maakt in de varkenshouderij veel emoties los.

Op sociale media en op websites van vakbladen wordt volop gediscussieerd over de wenselijkheid van megastallen. Tegelijk klinkt er kritiek op de voortdurende aanscherping van milieuregels, die schaalvergroting in de hand zou werken.

De Knorhof was letterlijk een varkensflat. Zo’n enorme stal heeft twee ‘woonlagen’: op de verdieping leven zeugen –moedervarkens die gefokt worden voor de productie van biggen– en op de begane grond vleesvarkens: dezelfde biggen groeien hier door totdat ze zwaar genoeg zijn om naar de slachterij te gaan. In vaktermen heet dat een gesloten bedrijf: er komen geen dieren van elders binnen en daardoor is er minder kans op insleep van ziekten.

Varkensflats werden zo’n twintig jaar geleden als de boerderijen van de toekomst beschouwd. Wageningse onderzoekers droomden van reeksen varkensflats rondom de grote steden die de bevolking op een efficiënte manier van goedkoop vlees zouden gaan voorzien. De stallen moesten worden uitgerust met de nieuwste technieken, waardoor de overlast voor milieu en omwonenden zou worden beperkt, terwijl het er ook voor de varkens goed toeven zou zijn.

Maar waar velen zich op verkeken, was de groeiende maatschappelijke weerstand tegen het industriële karakter van de intensieve veehouderij. Megastallen werden het symbool van een in de ogen van veel burgers verziekte sector.

Imago

In een discussie in het Wageningse universiteitsblad Resource concludeerde Imke de Boer, destijds universitair docent en thans hoogleraar dierlijke productiesystemen, in 2008: „Het belangrijkste probleem is het imago. Zo’n grootschalig industrieel complex krijgt mogelijk last van een negatief imago door de industriële productiewijze. Rationeel is er misschien veel voor te zeggen, maar gevoelsmatig ben ik toch geen voorstander. Het heeft niets natuurlijks meer. De voedselproductie komt helemaal los te staan van de omgeving. Daar heb ik geen fijn gevoel bij.”

Lange tijd deed de manier waarop Straathof zakendeed, het imago van zijn varkensflat geen goed. De mediaschuwe varkensbaron, een van de grootste ondernemers in de branche, staat erom bekend dat hij zijn eigen gang gaat. Tijdens de opbouw van zijn varkensimperium in de afgelopen decennia zocht hij regelmatig de grenzen van de regelgeving op. Op de Knorhof hield hij volgens de gemeente tussen 1996, toen de stal vergunning kreeg, en 2001 bijvoorbeeld meer dieren dan toegestaan. En in Duitsland, waar hij elf bedrijven bezat, werd hem in 2014 het houden van varkens verboden wegens herhaaldelijke overtreding van dierenwelzijnsregels. Eind 2016 werd dat verbod in hoger beroep nog eens bevestigd.

Voor de Nederlandse ondernemingen van Straathof heeft dat geen gevolgen, bleek vorige maand uit een brief van staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken). In antwoord op vragen van PvdA-Kamerlid Kuiken schreef de bewindsman dat vergunningverlening in Nederland losstaat van de Duitse maatregel.

In juni verkreeg Straathof een omgevingsvergunning van de gemeente Raalte voor uitbreiding van een bedrijf bij het dorp Mariënheem, dat hij twee jaar geleden heeft gekocht. Hij wil hier 3000 zeugen houden, 7300 biggen tot een gewicht van 15 kilo en 1250 vleesvarkens. Het is de zesde megastal van Straathofs imperium. De andere staan in Koningsbosch, Hoeven, Creil, Someren en –tot afgelopen donderdag– in Erichem. Daarnaast houdt Straathof in Hongarije en Roemenië tienduizenden varkens.

Troep

Het is bekend dat aanscherping van milieu- en dierenwelzijnseisen de schaalvergroting in de veehouderij in de hand werkt, niet alleen in de varkenssector maar ook in de pluimveehouderij en de rundveehouderij. Een koeienboer schrijft naar aanleiding van het afbranden van de Knorhof: „Er zit veel te veel troep in de stal om uitstoot en stank te beperken. Potdichte stallen, het is een schande. Hup, die zijkanten eruit, nok open en ventileren.”

Diverse vakgenoten wijzen met de vinger naar de luchtwassers: apparatuur om ammoniak en fijnstof uit de stallucht te halen. De kanalen van het ventilatiesysteem zouden brandvertragende muren tussen de afdelingen in de stal doorbreken en een ontstane brand in korte tijd als het ware de hele stal in trekken.

Dat betekent dat het juist extra riskant is om enorme aantallen dieren in één gebouw onder te brengen. Vandaar dat sommigen vinden dat grote bedrijven hun dieren over verschillende locaties moeten spreiden. En zo ontstaat door de brand in Erichem, die aan 20.000 varkens het leven kostte, een nieuwe discussie over de wenselijkheid van megastallen. Mari van Genugten, varkenshouder in Sint Oedenrode, maakte twee jaar geleden al een vergelijking met Amerika. Varkensconcern Smithfield, goed voor 800.000 zeugen, houdt daar een maximale omvang aan van 2500 zeugen of 10.000 vleesvarkens per bedrijfslocatie.

Meer regels? De politiek staat niet te trappelen

Stel, de politiek beslist: alle huizen moeten binnen twee jaar gasloos zijn, in plaats van in 2050. Regel dat maar, huiseigenaren. Zo ongeveer zou het voelen voor varkenshouders als de overheid hen ertoe verplicht om oudere stallen acuut volgens de nieuwste normen brandveilig te maken, en daarbij zegt: betaal het zelf maar.

Net voor het zomerreces sprak de Tweede Kamer nog over de brandveiligheid in bestaande stallen. Dat gebeurde op 28 juni tijdens het verantwoordingsdebat over het jaarverslag van het ministerie van Economische Zaken. PvdD-Kamerlid Ouwehand bracht de kwestie ter sprake. Ze stelde dat de aangescherpte regels voor nieuwe stallen ook moeten gaan gelden voor bestaande. Verder bepleitte ze een vrije uitloop voor de dieren; dat is volgens haar de beste bescherming bij eventuele brand.

Op donderdag 6 juli, de laatste dag voor het zomerreces, stemde de Kamer over een motie van de Partij voor de Dieren en de PVV. Deze partijen vinden dat de maatregelen in het actieplan niet tot minder stalbranden leiden en bepleiten aanvullende maatregelen. Alleen SP, PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS en FvD steunden de Kameruitspraak. En dus werd deze verworpen.

De Partij voor de Dieren wil na de zomer de kwestie opnieuw op de politieke agenda zetten. Van het CDA zal de partij geen steun krijgen; de ChristenUnie wil wel in gesprek met de sector. De SGP was vanwege de vakantie niet in de gelegenheid om te reageren.

CDA-Kamerlid Geurts is geen voorstander van meer regels: „Het gaat erom dat de regels die er zijn goed worden nageleefd. Nog meer regels die achter een bureau worden bedacht en in de praktijk niet uitvoerbaar zijn, zullen niet helpen. Voor de bestaande stallen zullen de eigenaren goed moeten kijken wat zij kunnen doen om zich te wapenen tegen brand. We moeten niet doen alsof eigenaren zich niet bewust zijn van de gevaren in hun stallen. Bij een brand verliezen zij letterlijk alles.”

ChristenUnie-Kamerlid Dik-Faber beaamt dat laatste: „De sector wil niets liever dan het aantal stalbranden terugdringen. Het is ongelooflijk triest als dieren omkomen door een stalbrand. Voor boeren en hun gezin is het een traumatische ervaring: zij zien hun levenswerk letterlijk in rook opgaan.” Dik wil wel graag met de sector in overleg over een vervolg op het Actieplan Stalbranden: „Het vorige plan liep tot 2016 en heeft helaas tot onvoldoende resultaat geleid. Laten we kijken welke realistische maatregelen er mogelijk zijn om stalbranden tegen te gaan.”

Evaluatie actieplan komt eraan

Naar aanleiding van het Actieplan Stalbranden 2012-2016 is het Bouwbesluit, waarin alle regels staan over bouw en verbouw van stallen, aangepast. Bij nieuwbouw of renovatie moeten boeren hun stallen opdelen in compartimenten en werken met brandveilige materialen. Ook moet er een bluswatervoorziening aanwezig zijn. Dat alles moet voorkomen dat de brand zich snel kan verspreiden.

Een evaluatierapport van het plan is opgesteld en ligt klaar voor de politiek. Na het zomerreces komt dit waarschijnlijk op de agenda van de Kamer.