Rustpunt voor ouderen in Addis Abeba

beel Maarten Boersema
5

Ethiopische ouderen weten de weg te vinden naar de dagopvang in Addis Abeba die werd opgezet door de congregatie van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, een Belgische kloosterorde. Ze komen er om te eten, een bad te nemen, hun was te doen en vooral voor de gezelligheid.

De dagopvang is zijn houvast. „Als die er niet was geweest, dan had ik denk ik niet meer geleefd.” De 87-jarige Ethiopiër Bekele Demise kijkt met waterige ogen de wereld in. Hij werd een kleine 50 kilometer buiten de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba geboren. Vroeger werkte hij jarenlang als boer in loondienst en daarna werd hij timmerman. Maar door problemen aan zijn benen en ogen was dat op een gegeven moment niet meer mogelijk. Via een vriend belandde hij jaren geleden in Addis Abeba, in de hoop daar nog wat werk te vinden. „Ik kan weinig meer. Als ik een hamer vasthoud, begint alles te trillen. Het leven valt me zwaar.”

Demise woont met zijn vrouw in een simpel hutje in de Afrikaanse miljoenenstad. „Ze is 40 en is mijn tweede vrouw. Ze werkt als cementdrager op een werkplaats. Mijn eerste vrouw is jaren geleden overleden.” Demise bezoekt zes dagen in de week de dagopvang voor oudere dak- en thuislozen, die is opgezet door de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. „Als de opvang ook op zondag open zou zijn, dan zou ik hier zeven dagen in de week komen.”

Vredige oase

Demise is een van de ongeveer honderd Ethiopiërs die geregeld de dagopvang bezoeken om er zich te wassen, hun kleren te wassen, een warme maaltijd te gebruiken en liefde en gezelligheid te ervaren. Elk van de bezoekers heeft zijn of haar eigen verhaal, maar ze delen de ervaring dat ze tussen de muren bij de broeders even op adem kunnen komen. Een vredige oase in een gevaarlijke, harde en chaotische stad.

Broeder Hugo Verhulst geeft sinds 2007 leiding aan de Ethiopische instelling van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Eerder werkte hij in Congo en Brazilië, want de roomse congregatie waartoe hij behoort heeft over de hele wereld projecten. De Ethiopische organisatie werd in 1999 gestart door vier Ethiopische broeders. „Ze wilden graag kloosterlingen worden, maar dan wel in een kloosterorde die goede werken doet en die niet te beschouwend is. Ze kwamen uiteindelijk in contact met onze congregatie in België. Toen afgevaardigden uit België bij de broeders op bezoek kwamen, werd er besloten om een organisatie in Ethiopië te beginnen.”

Gehandicapte kinderen

Twintig jaar later geeft de organisatie leiding aan diverse projecten onder kwetsbaren in Addis Abeba. Zo is er naast dit project bijvoorbeeld ook een project onder families met gehandicapte kinderen. „Wat hier in de dagopvang gebeurt, dat is het Evangelie. Heb je honger? Ik zal je voeden.”

Verhulst kijkt ietwat dromerig voor zich uit. „De gastvrijheid genieten op een huisbezoek bij een arm gezin in de sloppenwijk doet mij vaak meer dan bij wijze van spreken het lezen van een theologisch boek. Ik heb altijd een liefde gehad voor het handen en voeten geven aan het Evangelie.” Dat wil niet zeggen dat dit leven Verhulst altijd makkelijk afgaat. Hij maakt zich dikwijls zorgen.

„Ik heb geen zorgen over de vraag of de activiteiten in de toekomst zullen doorgaan, want die zullen voortgezet worden. We hebben goede professionals die leidinggeven aan de projecten. Maar ik maak me zorgen over de broeders en of er tussen de tien broeders in Ethiopië wel geschikte opvolgers zitten als leiders voor de toekomst. Kan de nieuwe generatie hier, maar ook elders, het opbrengen om goede werken te blijven doen en om eenvoudig te zijn en met de eenvoudigen te leven?

De mentaliteit van de jongeren baart me soms weleens zorgen. Ook in Europa trouwens, want als ik soms gesprekken met familie heb, mis ik dikwijls het engagement met hen die het minder getroffen hebben in het leven.”

Toewijding

Verhulst is trouwens geen man van de klaagzang. Integendeel, hij is vol hoop en veerkracht. „Weet je wat mij gelukkig maakt? Het feit dat ik ervaren heb dat God mij persoonlijk heeft geroepen voor dit werk in Ethiopië. Daarom is het goed om hier te zijn.”

Hij lacht en groet de Ethiopische broeder Isayas, die een kop koffie komt brengen. „Isayas is verantwoordelijk voor dit ouderenproject. Hij werkt hier zes dagen in de week van vroeg tot laat. Die toewijding maakt mij ook blij en dankbaar.”

Hoog bezoek

Verhulst werd onlangs vereerd met hoog bezoek uit zijn vaderland. Het Belgische koningspaar was op vakantie in Ethiopië en kwam in contact met de broeder en hoorde ook over het ouderenproject. „Ze hebben uiteindelijk niet de tijd gehad om daadwerkelijk met de ouderen te spreken, wel heb ik hen kort rondgeleid in een sloppenwijk hier dichtbij.”

Verhulst wijst met een hand in de richting van de desbetreffende buurt. „Ze waren erg onder de indruk en weten nu van het bestaan van dit project, dus wie weet wat dit in de toekomst nog gaat opleveren. Ze gingen na dat bezoek in de sloppenwijk bij de premier langs en die weet nu ook van het project. Rond Kerst werden zelfs een paar van ‘onze’ ouderen uitgenodigd om de kerstmaaltijd bij de premier bij te wonen. Hij had uit allerlei projecten in de stad afgevaardigden uitgenodigd.”

Al blijft Verhulst nuchter onder de koninklijke aandacht. „Het gaat er uiteindelijk om dat mensen in de misère worden geholpen. Dat is het belangrijkste, en als deze contacten daarbij helpen, dan is dat heel mooi meegenomen.”

Ouderen in Afrika

De Nederlandse Corin van Poppel woont en werkt met haar gezin in Addis Abeba. Ze is werkzaam voor de organisatie van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. In de afgelopen jaren portretteerde ze samen met Odette Bosmans-Sprangers 39 ouderen die geregeld de dagopvang bezoeken. Op 21 februari verschijnt bij GoedeBoekenDrukker in Eindhoven ”Unbroken”, een boek met 39 portretten in woord en beeld (29,95 euro).