Offensief in Idlib uitgesteld, maar de vraag is voor hoelang

Vreugde over uitstel offensief in Idlib. beeld AFP, Rein al-Rifai

Het verloop van de Syrische oorlog is onvoorspelbaar. Dat bleek opnieuw op 17 september, toen Rusland en Syrië besloten een gepland offensief in de Syrische provincie Idlib voorlopig uit te stellen.

Sinds maanden maakte het Syrische leger zich op om een grootschalig grondoffensief tegen het noordelijke Idlib te beginnen. Het was bekend dat vooral Turkije hiervan een verklaard tegenstander was. In Idlib werden de afgelopen jaren de meest radicale milities uit heel Syrië verzameld, die elders principieel hadden geweigerd de wapens neer te leggen.

Idlib bevindt zich ver van Damascus, maar ligt vlak aan de Turkse grens. Daardoor werd de situatie in die provincie evenzeer een Turks als een Syrisch probleem. De Syrische president Assad had verklaard ook Idlib te willen veroveren.

Enkele weken geleden kreeg hij hiervoor de steun van zijn Russische ambtgenoot Poetin. Op 17 september echter presenteerden Poetin en de Turkse president Erdogan plotseling een tienpuntenplan voor Idlib. Het betekende in essentie dat een militaire campagne tegen Idlib (voorlopig) werd afgeblazen.

Toch is het vrijwel zeker dat een dergelijk offensief er uiteindelijk gaat komen. In het Turks-Russische document staat namelijk een aantal onrealistische bepalingen.

Allereerst moeten voor 10 oktober alle zware wapens, raketten en drones uit Idlib zijn verwijderd. Idlib wordt momenteel echter bevolkt door zo’n kleine 100.000 strijders die een dergelijke ontwapening pertinent afwijzen. Het was ook Turkije niet gelukt hen hiertoe te dwingen.

Het Turks-Russische akkoord van 17 september dicteert dat alle terroristische milities voor 15 oktober Idlib moeten hebben verlaten. Hun enige mogelijke vluchtroute is echter richting de Turkse grens in het noorden, omdat het Syrische leger Idlib aan alle andere zijden hermetisch heeft afgesloten.

De Turkse president Erdogan is hierdoor in een chantabele positie terechtgekomen. Als hij de Turkse grens namelijk niet opent voor deze jihadisten, zou Poetin kunnen claimen dat een offensief tegen de terroristen in Idlib dus blijkbaar het enige alternatief is.

Veel Israëlische commentatoren waren verheugd dat Iran bij het Turks-Russische akkoord over Idlib de grote afwezige was. Moskou verkeert in Syrië in de merkwaardige positie dat het zowel met Israël als met Iran een samenwerkingsverband heeft gesloten. De inkt van de Turks-Russische verklaring van 17 september was echter nog niet droog toen Israël zich hoogstwaarschijnlijk zelf in de voet schoot.

Vier Israëlische F-16’s vielen op die dag Iraanse doelen aan in het Syrische Latakia. Achteraf bleek dat Moskou hier niet –of veel te laat– over was ingelicht. Als gevolg hiervan werd een Russisch vliegtuig door de Syrische luchtafweer uit de lucht geschoten. Het Russische ministerie van Defensie beschuldigde Israël ervan dat het bewust een gevaarlijke situatie had gecreëerd.

President Poetin deed pogingen de boel te sussen, maar in de Russische Doema eisten woedende parlementariërs dat Rusland zijn diplomatieke relaties met Israël verbreekt. Moskou zal dit incident gebruiken om de Russische luchtafweer in Syrië te moderniseren. Dat zal betekenen dat de Israëlische bewegingsvrijheid in het Syrische en Libanese luchtruim tot het verleden zal behoren. Tot leedvermaak van de ayatollahs in Teheran.