Woord en Daad opent kringloopwinkel in armste buurt van Rotterdam

Woord en Daad opende een nieuwe kringloopwinkel, midden in de armste wijk van Rotterdam, de Afrikaanderbuurt. In de boekenhoek is het rustig; kleding is haast niet aan te slepen. beeld Kringloopwinkel Afrikaanderplein

„Mevrouw, mevrouw, wat kost dit?” Een donkergetinte man tikt vrijwilliger Rennie van der Berg van de Kringloopwinkel Afrikaanderplein in Rotterdam op de schouder. In zijn handen een gehaakte witte sprei. Van der Berg speurt tevergeefs naar een prijskaartje. Leidinggevende Jantien van der Spek komt erbij en helaas: „Dit is een etalage-item, meneer, die worden nog niet verkocht.” De man kijkt haar niet-begrijpend aan, maar knikt berustend en loopt door, op zoek naar iets van zijn gading.

Woord en Daad opende onlangs een nieuwe kringloopwinkel, midden in de armste wijk van Rotterdam, de Afrikaanderbuurt. Volgens winkelcoördinator Arco Sturm van Woord en Daad niet zonder reden. „De mensen die in deze wijk wonen, zijn erg arm en leven vaak in een sociaal isolement. Natuurlijk willen we in de eerste plaats geld verdienen met onze winkels, maar het gaat ook om zorg voor de buurt zelf. Er is bijvoorbeeld een koffietafel. Daar kunnen klanten in gesprek gaan met onze vrijwilligers.”

In de toekomst hoopt Woord en Daad in meer grote steden en arme buurten een kringloopwinkel te openen.

Gekakel

Het kwik is tot boven de 30 graden gestegen. Dat lijkt het winkelend publiek echter niet te deren. Klanten lopen af en aan. In de zaak is het een gekakel vanjewelste. Een jonge vrouw kijkt verrukt naar een paar blauwe ballerina’s. „Ze zijn als nieuw. En maar 2 euro. Zo mooi, zo mooi! Echt geweldig, deze winkel hier.” Aan een grote tafel is een aantal vrijwilligers hard aan de slag om nieuw binnengekomen kleding te prijzen. Vrijwilliger Van der Berg voorziet alle bekers van een nieuwe prijs.

Een jong meisje van zo’n tien jaar stapt met haar moeder binnen. Ze trekt, zodra haar moeder even de andere kant op kijkt, de aandacht van de vrijwilliger. Met bedeesde stem vertelt ze dat ze het lievelingskopje van haar moeder stuk heeft laten vallen en dat haar moeder daar heel verdrietig om is. „Maar ik heb geen centjes daarvoor en mijn moeder wel.” Van der Berg neemt het meisje mee naar de tafel en samen zoeken ze een mok met een prijs van 30 cent uit. „Die krijg je van mij. We gaan hem even in een mooi papiertje inpakken.”

Boeken of kleding

De kringloopwinkel is sinds twee maanden open en de zaken lopen volgens leidinggevende Van der Spek boven verwachting. „Natuurlijk is een kringloopwinkel in deze buurt totaal anders dan in een overwegend christelijke buurt. In de boekenhoek is het bijvoorbeeld heel rustig. De kleding daarentegen is haast niet aan te slepen.”

De prijzen waren volgens Van der Berg in eerste instantie veel te hoog voor de doelgroep. „De markt zou zelfs nog goedkoper zijn, kregen we te horen. Daarom ben ik al deze mokken aan het herprijzen, zodat de prijzen beter aansluiten bij de klanten.”

De winkel is momenteel twee dagen in de week geopend. Van der Spek ziet de zaak liefst vaker open. „Aan klandizie geen gebrek. We hebben alleen te weinig vrijwilligers. Het lukt nog niet om meer open te zijn.”

Enkele tientallen mensen, grotendeels met een allochtone achtergrond, schuifelen tussen de verschillende stellingen en speuren naar nieuwe koopjes. Opvallend is dat de spullen veel worden aangeraakt, opgepakt en keurend worden betast. En meestal weer worden teruggezet. Toch net iets teveel geld.

Van der Berg: „Ook al is iets in onze beleving spotgoedkoop, wanneer het boven hun budget is, nemen de klanten het niet mee.” Dit illustreert ook een tafereel bij de kassa. Twee vrouwen wisselen enkele stuivers uit zodat een van hen het benodigde bedrag van 1,60 euro kan betalen.

Op de vraag of er ook gestolen wordt, knikt Van der Berg bevestigend: „Ja, dat gebeurt regelmatig. Zo is er net een mooi dubbelwandig theeglas verdwenen, maar ook winkelattributen als een schaar of een rol plakband verdwijnen als sneeuw voor de zon. Die zijn dan waarschijnlijk meegenomen.”

Afdingen

„Wat ik zelf heel bijzonder vind om te zien, is de diversiteit aan smaken. Beeldjes en spullen van koper of met een goudlook raken we prima kwijt. Veel mensen gaan uit gewoonte afdingen. Het leuke is dat ze tegelijkertijd heel gezagsgetrouw zijn. Als ik zeg: „Dat mag ik niet doen, want dan raak ik mijn baan kwijt”, zie je hen denken: oh, ontslagen! Nee, dat mag niet”, aldus leidinggevende Jantien van der Spek.

De gemoederen lopen soms hoog op. „In de etalage hebben we een brocanteachtig poppenwagentje staan. Hele huilpartijen zijn er al geweest omdat meerdere mensen het wilden kopen. Maar zolang iets in de etalage staat, wordt het niet verkocht. Ik heb denk ik al meer dan vijftien reserveringen voor dat wagentje.”

Idealen

De idealen en verwachtingen van het bestuur waren bij de start hooggespannen. De kringloopwinkel is naast een ontmoetingsplek ook een werkervaringsplek. Zo helpt Woord en Daad samen met Stichting Ontmoeting werklozen weer aan het werk te krijgen.

Van der Spek: „Hopelijk geeft het mensen net dat extra zetje om weer normaal aan het werk te kunnen. Op dit moment zijn we echter vooral bezig met het op de rit krijgen van onze winkel. Loopt dat eenmaal goed, dan gaan we graag een stap verder op dat gebied.”