„Exporteer probleem kind niet naar jeugdinstelling”

beeld ANP, Roos Koole

Steeds meer jongeren zitten in de jeugdzorg, laten nieuwe CBS-cijfers zien. Al jaren is er sprake van een stijging. Is de hulpverlening toegankelijker geworden door de transitie naar gemeenten in 2015? Of worden kinderen te afhankelijk gemaakt van de zorg?

Jongeren groeien op in een samenleving waarin we slecht tegen problemen kunnen, reageert Jo Hermanns, emeritus hoogleraar opvoedkunde en deskundige op het terrein van jeugdhulp. „We willen dat alles perfect verloopt, waardoor we tegenslag moeilijk meer kunnen verdragen.” Dat heeft gevolgen voor de opvoeding, ziet hij. „De eisen die ouders aan het kind stellen, worden steeds hoger. Problemen die zich dan voordoen worden al snel in handen van professionals gelegd.”

Ondertussen zitten in elke schoolklas kinderen met allerlei diagnoses. Dat heeft te maken met de controle die de overheid en zorgverzekeraars willen hebben: zonder etiket geen hulp. Maar zo’n label heeft volgens Hermanns wel gevolgen. „Het kan iemands zelfbeeld beschadigen. Een kind ziet dat het anders is dan andere kinderen en kan het idee krijgen dat het niet meer zonder hulp kan functioneren. Dat maakt het langzaam afhankelijk. Een kind gaat zo’n diagnose ook gebruiken: je moet rekening met me houden, je mag niet te veel van mij vragen. Het gaat zich patiënt voelen in plaats van kind.” Die afhankelijkheid belemmert de opbouw van een eigen leven. „Niet voor niets komt 60 procent van de zwerfjongeren uit de jeugdzorg.”

Dat neemt niet weg dat veel jongeren hulp nodig hebben. Maar die zorg zou meer in het gezin moeten gebeuren, niet in instellingen, betoogt Hermanns. „Hulpverlening isoleert het probleem van de context van een kind. Maar het probleem is niet alleen van het kind, maar van het kind en de opvoedomgeving.” Niet dat ouders de schuld zijn, haast hij zich te zeggen. „Sommige kinderen zijn druk, emotioneel, angstig of teruggetrokken. Het is een hele toer om hen op te voeden. Een oplossing is vaak niet om die problemen –of zelfs het kind– te exporteren naar een instelling. Het beste is om hen te helpen op de plek waar de problemen zijn: thuis, op school, op straat.”

Crisisopvang

Dianne de Lange van Timon, een organisatie waarin drie jaar geleden SGJ Christelijke Jeugdzorg opging, vindt het te kort door de bocht om alleen door een sombere bril naar de stijgende hulpverlening in de jeugdzorg te kijken. „Als je de cijfers bekijkt, zie je dat de hulp toegankelijker is geworden. De toestroom zit vooral bij de ambulante zorg in de eigen thuissituatie, vaak van buurt- en wijkteams. En dus niet bij de zwaardere gevallen, zoals uithuisplaatsingen en het verblijven in een jeugdzorginstelling.”

De woordvoerder ziet twee kanten aan het verhaal. „De zwaardere vormen van zorg zijn in deze sector de afgelopen jaren erg afgebouwd. Neem de crisisopvang. Het is de bedoeling dat jongeren daar maximaal vier weken zitten en van daaruit snel door kunnen stromen naar passende vervolghulp. Vandaag de dag zijn dat al snel vier of vijf maanden.” Die trage doorstroom verklaart volgens haar ook het feit dat jongeren langer gebruikmaken van de zorg.

De Lange weerspreekt de stelling van Hermanns dat kinderen te snel diagnoses krijgen. „Als je werkt in de zwaardere jeugdhulp zoals wij, zie je dat er echt wel wat aan de hand is. En dat er eerder te weinig hulp is ingezet dan te veel. Problemen zijn vaak onvoldoende in beeld geweest. Maar dan heb ik het wel over situaties waarin het kind continu onveilig is.”

Volgens de woordvoerder van Timon zet de zorg zich de laatste tijd juist meer in om ook het netwerk van een jongere mee te nemen in de hulp.

Maar, zegt ze, „laten we niet vergeten dat met de transitie van jeugdzorg naar gemeenten een fikse bezuiniging gepaard ging. Organisaties als de onze staan veel meer onder druk dan vijf jaar geleden. Onze administratieve afdeling is vier keer zo groot geworden. Salarissen voor medewerkers gaan vanaf 2020 omhoog, maar gemeenten compenseren daarvoor niet of onvoldoende met de tarieven voor jeugdhulp.”

Opnieuw meer jongeren in jeugdzorg

Redactie binnenland

DEN HAAG. Het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt is in de eerste helft van dit jaar met 5000 toegenomen tot 366.000, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Volgens statistiekbureau CBS ziet hier al jaren een stijgende lijn in, evenals de duur van de verleende zorg.

Jeugdzorg is een verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het wordt gegeven aan jongeren met psychische of gedragsproblemen en kan door de rechter worden opgelegd. De verantwoordelijkheid voor jeugdzorg werd in 2015 bij gemeenten gelegd.

De duur van de zorg nam de afgelopen jaren toe van gemiddeld 233 dagen in het eerste halfjaar van 2015 naar 346 dagen in de eerste helft van dit jaar.

In het noordoosten van Nederland en het midden van Limburg wordt het meest gebruik gemaakt van jeugdhulp, meer dan 13 procent van de jongeren tot 18 jaar. In deze regio’s was ook het aandeel jongeren met jeugdbescherming hoog.