Dokter leurt; niemand wil de patiënt

Actiecomité Het Roer Moet Om overhandigde dinsdag een pamflet aan leden van de Tweede Kamer. Reddingsbanden laten zien dat de nood hoog gestegen is: huisartsen trekken aan de bel omdat ze patiënten steeds moeilijker doorverwezen krijgen naar de juiste zorg. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Een 84-jarige, blinde vrouw, met alcoholverslaving en een psychiatrische voorgeschiedenis, ligt dagelijks in haar diarree. De dokter gaat bellen, maar geen verpleeghuis wil haar opnemen. „Zeer schrijnende situatie, waar ik wakker van lig. De wanhoop nabij”, noteert de huisarts.

Het voorbeeld –uit Leusden– is het eerste in een reeks van honderd gevallen die zijn geselecteerd voor de bundel ”Patiënt tussen wal en schip” die het huisartsenactiecomité Het Roer Moet Om dinsdag aanbood aan de Tweede Kamer.

„Alcoholverslaving kunnen wij niet aan”, zei een van de instellingen tegen de dokter. „Ons huis is niet veilig voor blinde personen”, meldde een ander, en dat de vrouw niet meer van haar bed komt, doet daar kennelijk niets aan af. Nog een reden: „Psychiatrie valt buiten onze expertise.” En het toppunt: „Als iedereen haar weigert, zal er wel iets niet kloppen aan de aanmelding.”

Drie weken lang leurde de Leusdense huisarts met zijn patiënte. „Extra thuiszorg was niet mogelijk vanwege personele problemen. Mevrouw belde dagelijks in de avond en nacht ambulances als zij in paniek raakte. Na dreigen met meldingen aan inspectie en inschakelen van de burgemeester werd zij een week geleden dan eindelijk opgenomen in een verpleeghuis 100 kilometer verderop. Een zeer treurige en frustrerende geschiedenis.”

Over de schutting

En zo bevat het zwartboek er nog vele meer. Zoals deze, uit Sprang-Capelle: „Crisis met een dementerende patiënt. Gebeld met GGZ-ouderen-crisisdienst. Die vertelt mij: „Hij heeft al een indicatie voor opname in een instelling met beschermd wonen en intensieve dementiezorg, dus de instelling die zijn voorkeur had, is verantwoordelijk.” Gebeld met deze instelling: „Nee hoor, zo werkt het niet. Wij kunnen een vraag uitzetten, maar verder moeten de familie en de huisarts het regelen.” Dit gedoe, deze tegenstrijdige uitleg en het terugkaatsen kost mij elke keer uren werk, tijd die ik graag aan andere patiënten zou willen besteden. De ellende is dat wij ons verantwoordelijk voelen, omdat het onze patiënten zijn, die je niet in de kou wilt zetten, en bovendien is de familie óók patiënt bij me. Maar ik doe er steeds minder aan mee. Als ik geen NEE zeg, blijft het regionale kampioenschap schuttingwerpen mij als verliezer kennen.”

Versnippering

Huisartsen zijn gemiddeld drie uur per week –en één op de zes dokters zelfs meer dan vijf uur– kwijt „aan veelal vruchteloos contact met andere zorginstanties, stuitend op onderbezetting, competentie- en verantwoordelijkheidsdiscussies, afhouden en bureaucratie”, aldus het comité.

Het gaat vaak om verwijzingen naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz), zegt de Haarlemse huisarts De Groof. „Iemand die op zijn werk problemen heeft, kan binnen twee weken naar een psycholoog. Het is schrijnend dat anderen veel langer moeten wachten of nergens terecht kunnen.”

Ook palliatieve zorg is niet altijd beschikbaar. „Als iemand thuis wil sterven, moet je soms tal van thuiszorginstellingen bellen. Sommige ken je helemaal niet: door het inkoopbeleid van zorgverzekeraars is er enorme versnippering ontstaan. In Rotterdam zijn wel tachtig thuiszorgorganisaties, sommige heel klein.”

Gebrek aan samenhang

De zorg in Nederland is over het algemeen van een goed niveau, zegt De Groof. Geldgebrek is volgens hem ook niet zozeer het probleem. „Wel de wijze waarop het wordt besteed. Er moet samenhang komen, anders loopt de zorg vast, zeker met de toenemende vergrijzing. De minister zegt dat de instellingen het samen moeten oplosssen, maar dat wordt belemmerd door de personeelsschaarste en doordat instellingen voor hun eigen belangen kiezen. We moeten van het concurrentiedenken af. Zeker bij de basiszorg moet de overheid er niet van uitgaan dat de marktwerking vanzelf tot een goede oplossing leidt.”

Huisartsen overzien het dossier van hun patiënt. „Wij merken ook met welke problemen specialisten te maken hebben. Die kunnen soms geen plek vinden om iemand opgenomen te krijgen. Dus dan wordt een operatie opeens afgezegd. Deze problemen komen onvoldoende naar buiten.”

De Groof beklemtoont dat de marktwerking ook positieve kanten heeft. „Het stimuleert tot goede service. We moeten niet naar één grote bureaucratische toestand toe zoals in Engeland. Maar de negatieve kanten vragen erom dat de overheid de regie naar zich toetrekt.”

Machteloos

Rode draad in de klachten is de frustratie en machteloosheid van de huisarts. Hij wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Instellingen willen niet helpen, of kunnen het niet door personeelsgebrek, bezuinigingen of lange wachtlijsten.

Huisarts uit Hellevoetsluis: „Zeven uur moeten bellen en leuren om een man, in alles afhankelijk, op een verpleeghuisbed te krijgen omdat zijn vrouw plotseling naar het ziekenhuis moest. Niemand leek er over te gaan of we werden verwezen naar een andere instelling. Ofwel was er geen plek, ofwel was meneer niet ziek genoeg of te ziek... Resultaat was dat ik zeven uur geen ander werk kon doen. Of thuis kon zijn bij mijn kinderen.”