Terugblik op omstreden fenomeen-Fortuyn

Achtergronden
Vlag halfstok naast beeld van Pim Fortuyn. Foto ANP van Pim Fortuyn. Foto ANP
3

De een blijft Pim Fortuyn zien als voorman van een nieuwe, oplossings­gerichte politieke beweging. De ander als entertainer die handig inspeelde op de apolitieke houding van de gemiddelde Nederlander. Tien jaar na 6 mei 2002, Fortuyns sterfdag, blikken Manuel Kneepkens, Fortuyns opponent in de gemeenteraad van Rotter­dam, en Mat Herben, zijn woordvoerder bij de LPF, terug op het fenomeen.

Herben was in 2002 niet alleen woordvoerder van Fortuyn, hij schreef ook diens laatste columns en het LPF-verkiezingsprogramma. Na de moord op Fortuyn kwam Herben zelf in de schijnwerpers te staan. Enkele weken later werd hij voorzitter van de 26-koppige fractie. Overigens met wisselend succes en tegen wil en dank. Tien jaar na de moord geldt Herben, momenteel adviseur bij de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid, nog altijd als degene die het gedachtegoed van Fortuyn als geen ander kent en verdedigt.

Hoe hebt u de dagen na de moord beleefd?

„Als heel ingrijpend. Ik heb mij als geen ander in die moeilijke dagen ingezet voor normalisering van de verhoudingen en voor herstel en voortzetting van het democratisch proces. Zo kon ik eraan bijdragen dat de verkiezingen, die enkele weken laten plaats zouden hebben, door konden gaan. De onrust in het land diende te worden gekalmeerd.”

Wat dreef Fortuyn ten diepste?

„Hij boog zich over de vraag wat Nederland welvarend heeft gemaakt en welke waarden wij moeten doorgeven aan onze kinderen en aan nieuwkomers. Na de val van het socialisme in 1989 en door de toenemende secularisering raakten veel mensen hun kompas kwijt. Hij stelde tegenover het negentiende-eeuwse socialisme en liberalisme een nieuwe beweging die niet langer dacht in termen van links en rechts, maar oplossingsgericht aan de slag ging. Het standaardwerk van Pim Fortuyn is ”De verweesde samenleving” uit 1995. Ik heb het als een soort boekhandelaar aan iedereen gegeven, aan journalisten, aan formateur Donner, aan koningin Beatrix. Maar ik ben bang dat maar weinigen het hebben gelezen.”

Hoe vat u de inhoud kortweg samen?

„De westerse samenleving is succesvol dankzij negen kernwaarden: volledige scheiding van kerk en staat; vrijheid van meningsuiting; een vrije markt; een parlementaire democratie; scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke machten; gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, hetero­seksuelen en homoseksuelen; een collectief beleefd stelsel van kernnormen en kernwaarden en naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Universele waarden lenen zich niet voor eigengereide interpretaties die op de zogenoemde eigen cultuur is gebaseerd. Fortuyn zag het als de taak van de geëmancipeerde burger om deze moderniteit te onder­houden en te verbeteren.”

Daarmee wordt toch een bom gelegd onder de christelijke cultuur van ons land?

„Nee, want de meeste kernwaarden hebben een christelijke oorsprong. Maar de maatschappij is geseculariseerd. We zijn de verzuiling voorbij, of preciezer gezegd: de verzuiling bestaat alleen nog in politieke partijen en in de omroepen. De moderne burger herkent zich niet langer in het links-rechtsdenken. Politieke denkbeelden uit de negentiende eeuw, zoals die van liberalisme en socialisme, zijn uitgewerkt. Revitalisering daarvan is zinloos. De moderne burger ziet de verworvenheden als vanzelfsprekend en wil dat maatschappelijke problemen niet ideologisch, maar praktisch worden aangepakt, zonder politieke correctheid.”

Wat is er tien jaar later over­gebleven van het gedachtegoed van Fortuyn?

„Tien jaar na de moord op Pim is politiek Den Haag overgegaan tot de orde van de dag en terug bij het oude blokdenken in termen van links en rechts. De 26 zetels van de LPF zijn verdeeld tussen SP en PVV. Daarmee is de kans op politieke vernieuwing verspeeld. De politiek is nu weer heerlijk overzichtelijk. In het socialistische kamp een broederstrijd, in het liberale een dissident die zijn oude partij wil opeten.”

Wat dreef u om de gedachtenis van Fortuyn al die jaren onder de aandacht te blijven brengen?

„Eerherstel voor Fortuyn. Hij mag niet de geschiedenisboeken ingaan als een omstreden politicus die vanwege zijn gedachtegoed is vermoord. Fortuyn is voor mij de man die de politiek heeft opgefrist: 1 miljoen thuisblijvers gingen weer stemmen en het politieke debat is door zijn toedoen verlevendigd.”

Verlevendigd? Alle fatsoen is verdwenen. Een minister werd „knettergek” genoemd, tegen de premier werd „Doe ’s normaal man” geroepen.

„Velen zien Wilders als dé erfgenaam van Fortuyn. In mijn ogen verschillen zijn inhoud én stijl heel sterk van die van Fortuyn. Mijn inschatting is dat Fortuyn prima met premier Ruttte door één deur zou hebben gekund. Ik denk dat de PvdA’er Samsom, hoe ver hij inhoudelijk ook van Fortuyn afstaat, in zijn hart moet toegeven dat hij schatplichtig is aan Fortuyn. Het optreden van Fortuyn heeft een heilzame werking gehad op het gedrag van regenteske bestuurders, zoals de PvdA’ers Melkert, Kok en Wallage. Jonge honden zoals Samsom zouden in die tijd geen schijn van kans hebben gemaakt om fractie­leider te worden. Nu wel.

Overigens weet iedereen die de jaren zeventig en tachtig heeft meegemaakt dat het populisme van nu en de verharding van het debat toen ook al bestonden. Denk maar aan de rellen tegen de kroning van Beatrix en ander links wangedrag.”

Is er voldoende reden om het gedachtegoed van Fortuyn nu nog serieus te nemen?

„Zeer zeker. De secularisatie, de ondergang van het oude socialisme en de opkomst van de politieke islam zijn drie redenen waarom politici die verandering willen, Fortuyn zouden moeten lezen en waarderen.”

Als er zo’n grote behoefte zou zijn aan de visie van Fortuyn, waarom is de LPF dan mislukt?

„Vanwege de machtshonger, ijdelheid en geldingsdrang van figuren die geen verdere vermelding behoeven of verdienen. De LPF heeft het hout voor zijn eigen brandstapel aangedragen. Dan moet je niet klagen als iemand er een lucifer bij houdt.”


Talrijk zijn zijn herinneringen aan de in 2002 vermoorde Fortuyn. Welke daarvan Fortuyn achteraf gezien het meest typeert? Manuel Kneepkens, van 1994 tot 2006 fractievoorzitter van de Stadspartij Rotterdam: „Fortuyn belde mij, nadat ik hem in een column een fascist in Armanipak genoemd had. Ik dacht: Oei, nu leest hij mij de les. Maar Pim viel uit: „Het was helemaal geen Armanipak, Manuel, ik draag alleen pakken van Ermenogilda Zegna. En in één adem ging hij door: Weet je wat? Trek zelf eens een fatsoenlijk pak aan. Je loopt er altijd zo smoezelig bij.””

Voordat hij de politiek inging, was Kneepkens docent strafrecht en criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In zijn roman ”Het boek Foutu”, die vorig jaar verscheen, legt hij zijn herinneringen vast aan de periode-Fortuyn in Rotterdam.

Kneepkens: „Jan Nagel van Leefbaar Hilversum en Henk Westbroek van Leefbaar Utrecht zijn in 2000 samensprekingen begonnen met de fractievoorzitters van lokale Leefbaarheidspartijen, om met een Leefbaar Nederlandpartij mee te doen aan de landelijke verkiezingen. Ik ben ook wel eens bij zo’n gesprek geweest. Later heb ik de contacten overgelaten aan Ronald Sörensen, de latere voorman van Leefbaar Rotterdam en toen de tweede man in mijn fractie. Op enig moment is in Hilversum de vraag aan de orde gekomen wie de kar moest trekken. Onder anderen de bankier Dirk Scheringa, later bekend geworden vanwege het DSB-debacle, werd genoemd en dus ook Pim Fortuyn.”

Kneepkens kende Fortuyn enigszins uit zijn tijd aan de Erasmus. „Ik vond hem niet alleen een recalcitrante, maar ook een sensitieve, labiele figuur op wie geen staat viel te maken. Pim was geen politicus, maar een estheticus. Je zou kunnen zeggen dat hij hoofdzakelijk vanuit esthetische principes te werk ging. Wat hem bezighield, was: Wat roept verbazing op bij mensen? Hoe imponeer ik mijn publiek? Natuurlijk verkondigde hij ook ideeën en schreef hij tal van warrige boeken. Maar de ideologie was duidelijk ondergeschikt aan het theater, het spel. Dat alles maakte hem in mijn ogen alleen nog maar ongeschikter. De geschiedenis leert dat we huiverig moeten zijn voor leiders met een sterke hang naar het bedrijven van een lichtzinnige politiek.

Historisch gezien is er altijd een duidelijke link geweest tussen esthetici en rechts-populisten. Het duidelijkst zie je dat in Italië. Kijk maar naar Gabriele d’Annunzio of naar Mussolini. Die laatste is eigenlijk degene die het begrip ”nueva politica”, nieuwe politiek, heeft gemunt. Let wel, het rechts-populisme heeft niet per definitie gewelddadige trekjes, het kan ook blijven hangen in het bespelen van het publiek, het meenemen van mensen in meeslepende redevoeringen. Maar de scheiding met het fascisme en het nazisme is niet waterdicht.”

Wat Kneepkens het meest verontrustte aan het optreden en de groeiende populariteit van Fortuyn? „Het monsterverbond dat in de aanloop naar de Kamerverkiezingen tot stand kwam tussen aan de ene kant de dandy Pim met zijn twee hondjes en zijn butler, en aan de andere kant dat rauwe Rotterdamse voetvolk. Dat was in één woord absurd. Op straat werd ik een keer aangesproken door een bijstandsgerechtigde Rotterdammer die zei: „Manuel, jij geeft toch ook wel je steun aan Pim?” Ik zei: „Jij moet je eerst maar eens verdiepen in zijn plannen met de WAO, want die wil Pim afschaffen.” Waarop die man zei: „Maar Manuel, iemand die zo goed is voor zijn hondjes, die zal toch ook wel goed zorgen voor ons?” Die wisselwerking, waarbij zowat iedereen opveerde uit zijn stoel en waarbij Pim hoe langer hoe meer messiasneigingen begon te vertonen, is in mijn ogen ook tien jaar na dato nog steeds niet behoorlijk geanalyseerd.

Kijk, nu hét verhaal-Pim er is, met al die dramatiek eromheen, gaan veel mensen, ook de hoofdrolspelers van destijds, mee in de mythevorming. Zo hoorde ik ”Oppie”, destijds burgemeester van Rotterdam en nu bekend als veiligheidsminister Opstelten, onlangs zeggen dat hij wijze lessen geleerd heeft van Fortuyn. Ik zie hem nog bezorgd mijn kamer binnenlopen: „Manuel, wat moeten we met Pim?” Maar goed, wat moet je met zo’n herinnering.

Wat beslist nog aardig zou zijn om uit te pluizen, is hoe rechts-populisten zoals Fortuyn en Wilders iedere keer weer kans zien om in te haken op diepgewortelde, plaatselijke of regionale vormen van verongelijktheid. Veel Rotterdammers zijn verongelijkt, voelen zich achtergesteld bij Amsterdammers, die ze als 020’ers omschrijven. Fortuyn speelde daarop in. Wilders, zelf Limburger, speelde in Limburg de kaart ”Wij Limburgers tegen de Hollanders”. Hij heeft er zelfs campagne gevoerd met de leus ”Voor het carnaval, tegen de moskee”.”

Het succes van rechts-populisten in Nederland verklaart Kneepkens „uit de leegte van onze huidige maatschappij. Bij elke verkiezing liggen er zo’n 26 zetels voor het oprapen van kiezers zonder binding aan de oude politieke tradities. Het wachten is elke keer op een messiasfiguur die zulke stemmers aantrekt als een magneet. Blijft zijn verschijning uit, dan slaan die 26 zetels verdeeld neer bij meerdere partijen. Of de stemmers blijven thuis.”

Hoe blikt Kneepkens terug op Fortuyn? Kneepkens: „Pim heeft laten zien dat kille, technocratische politiek haar schaduwzijden heeft, dat je als politicus begeesterend moet zijn in je optreden. Maar voor alles was hij een entertainer die inspeelde op de apolitieke houding van de gemiddelde Nederlander en daar handig gebruik van heeft gemaakt.”

Dit is het slot van een tweeluik over Fortuyn. Het eerste deel verscheen op 21 april.