Wetsontwerp voor vak burgerschapskunde gevaarlijk

„Ook voor reformatorische scholen zal de eigen identiteit botsen met de basiswaarden die ze straks op last van de overheid zullen moeten uitdragen.” Foto: Driestar College in Leiden. beeld RD, Henk Visscher

Minister Slob wil burgerschapsonderwijs belangrijker maken. Dat vak moet het gemeenschappelijke fundament van onze samenleving gaan versterken. Maar is dat ook een aanvaardbaar fundament?

Nederland had in de 19e en 20e eeuw geen uitgesproken ideologisch profiel. Typerend was dat onze grondwet niet, zoals in Ierland of Frankrijk, begon met religieuze of politiek zwaar geladen artikelen, maar met een zakelijke opsomming van de provincies en later van de koloniën.

Terugkijkend op die periode spreekt men tegenwoordig vaak over het joods-christelijke karakter dat onze cultuur zou hebben gehad. En er waren natuurlijk allerlei waarden en normen aan de christelijke traditie ontleend. Ook liberalen en socialisten (al dan niet kerkelijk) deelden daarin. Godefroi, de eerste Joodse minister in ons land, zei anderhalve eeuw geleden in een Kamerdebat dat hij ”zedekundig christen” was.

Maar er waren ook diepe kloven die de maatschappij verdeelden. De liberale maatschappijvisie stond diametraal tegenover de socialistische. Rooms-katholieken en protestanten beschouwden elkaar als ketters. De schoolstrijd maakte duidelijk dat een gezamenlijke school, die de jeugd zou opleiden tot christelijke en maatschappelijke deugden, lang niet voor iedereen aanvaardbaar was.

Gewijzigde opvattingen

Onze maatschappij is inmiddels sterk geseculariseerd. Dat blijkt vooral ook uit de gewijzigde opvattingen over leven en dood, seksualiteit, huwelijk en gezin. Veel christenen zijn hierin met de seculiere meerderheid meegegaan. Artikel 1 van onze grondwet (het antidiscriminatieartikel) is duidelijk ideologisch geladen.

Maar niet iedereen stemt in met die nieuwe moraal. Dat geldt zeker van de niet te verwaarlozen islamitische minderheid. Dat geeft allerlei problemen. Wat bindt ons aan elkaar? Wat zou het moeten betekenen om burger te zijn van de Nederlandse staat?

Tegen die achtergrond is het vak burgerschapskunde in het basis- en voortgezet onderwijs op de agenda gezet. In 2006 werd daarmee een begin gemaakt. Onlangs diende minister Slob een wetsontwerp in om het vak minder vrijblijvend te maken. Maar zijn de waarden en normen die straks moeten worden overgedragen acceptabel voor scholen die echt school met de Bijbel willen zijn?

Alle scholen moeten straks verplicht aandacht schenken aan de basiswaarden van een democratische rechtsstaat. De leerlingen moet respect daarvoor worden bijgebracht. De uitingen van leerkrachten en andere personeelsleden moeten met deze waarden in overeenstemming zijn.

Het begrip rechtsstaat is daarbij heel breed. Aanvankelijk was het een staat waarin de overheid gebonden was aan het geldende recht. Nu verwijst het begrip vooral naar de (inter)nationaal vastgelegde mensenrechten. Veelal worden die ruim geïnterpreteerd. Abortus en het homohuwelijk behoren dan ook al gauw tot de rechten van de mens.

Logisch dat het wetsontwerp gezien wordt als een inperking van de vrijheid van onderwijs. En dat niet alleen in de richting van islamitische scholen als het Haga Lyceum, die terecht onder vuur liggen. Ook voor reformatorische scholen zal de eigen identiteit botsen met de waarden die ze straks moeten uitdragen.

De Onderwijsinspectie gaat erop toezien. Onlangs vonden al bij verschillende reformatorische scholen intensieve controlebezoeken plaats, waarbij allerlei lesmateriaal van gevoelige vakken werd opgevraagd en meegenomen.

Het is te betreuren dat een minister van de ChristenUnie met zo’n gevaarlijk wetsontwerp kwam, terwijl hij als Kamerlid kritisch was over de veel minder vergaande variant. Maar een onderwijsminister van VVD of D66 had dit wetsontwerp waarschijnlijk nog strenger gemaakt.

Diversiteit

Een voornaam doel is het bevorderen van de sociale cohesie, van de samenhang in de maatschappij. Hoe slagen we erin de maatschappelijke vrede te bewaren?

Meer dan vroeger wordt deze belangrijke opgave bedreigd. Denk aan scheldpartijen op internet en allerlei bedreigingen en aanslagen. Voor grote terreuracties bleef Nederland tot dusver gespaard, maar de dreiging is wel reëel.

Hoe moeten we omgaan met diversiteit? Daarbij gaat het om seksuele, levensbeschouwelijke en etnische verscheidenheid. Gevoelige onderwerpen. Respecteren en accepteren zijn de werkwoorden die hierbij vaak gebruikt worden. Waarbij de ene vorm van diversiteit de andere niet is.

Etnische diversiteit geeft allerlei problemen. Zeker als men elkaar nauwelijks kan verstaan en de levensgewoonten erg uiteenlopen. De sociale cohesie in de samenleving wordt dan minimaal.

Seksuele diversiteit is principieel gezien veel gevoeliger. Denk aan homoseksualiteit of de recent opgekomen transgenderideologie. Worden (reformatorische) scholen straks geacht op deze gebieden de nieuwe moraal naar de leerlingen uit te dragen? Mogen ze nog de veroordelende woorden laten horen die de Bijbel spreekt?

Respecteren en accepteren worden gemakkelijk zodanig ingevuld, dat er voor fundamentele kritiek geen ruimte overblijft. Een docent die in het kader van burgerschapskunde het homohuwelijk afwijst, hoort dan dat hij discrimineert en onvoldoende respect betoont in de richting van homoseksuelen. Het homohuwelijk behoort inmiddels tot de verworvenheden van onze maatschappij en is een onderdeel van onze rechtsorde, zo is de redenering, en dat heb je te accepteren.

„Zoekt de vrede”

Ongetwijfeld kan er op reformatorische scholen van burgerschapsonderwijs iets moois gemaakt worden. Het is immers goed de leerlingen voor te houden dat ze deel uitmaken van de maatschappij en dat ze daar een zekere verantwoordelijkheid voor dragen. Allereerst voor hun eigen leefwereld, maar ook voor bredere samenlevingsverbanden. Dat ze belang hebben bij een vreedzame samenleving, waarin niet het recht van de sterkste domineert.

„Zoekt de vrede van de stad”, moest Jeremia schrijven aan de Joden die naar het heidense Babel waren weggevoerd. „Bidt voor haar tot de HEERE, want in haar vrede zult gij vrede hebben” (Jeremia 29:7). Dat is echter heel wat anders dan een verplichting om het kwade goed te noemen.

Met de voorgestelde aanscherping van het burgerschapsonderwijs wordt echter de ruimte voor een Bijbels verantwoorde invulling van het vak ingeperkt. Zoals ook in andere opzichten de vrijheid van onderwijs steeds meer ter discussie komt te staan.