Waardenvorming moet antwoord zijn op beeldcultuur

Juist in het vormende gesprek over mediagebruik is het noodzakelijk om (te leren) ook het digitale leven naast Gods geboden te leggen, hierover schuld te belijden en te vra-gen naar de wil van de Heere. beeld ANP, Rob Engelaar

Wat we ook van de huidige cultuur vinden, we moeten onze jongeren leren om daarmee wijs en bewust om te gaan.

Beelden gaan een steeds grotere rol spelen. Dit wordt op drie terreinen zichtbaar. Sociale media, zoals Snapchat, Instagram en WhatsApp, maken steeds meer gebruik van videobeelden. Maar ook in onze samenleving draait alles om zichtbaar zijn, om je ”image” en de manier waarop je je presenteert. Niemand kan zich geheel aan deze ontwikkelingen onttrekken; ze dringen zich op via het straatbeeld en de mensen om ons heen. Een derde terrein waarop een verschuiving zichtbaar wordt, is onze ontspanning.

Eerdere generaties waren zeer kritisch over ”bewegend beeld”. Wie nu rondvraagt, merkt dat het bekijken van een filmpje in veel gezinnen niet fundamenteel anders beoordeeld wordt dan het lezen van een (prenten)boek met dezelfde inhoud. Ook al geniet een fysiek boek nog steeds de voorkeur.

Gedragsverandering

Onderzoek van Kliksafe (april 2018) laat zien dat circa 40 procent van de jongeren in het reformatorisch onderwijs films en series volgt via Netflix of toepassingen als Popcorn-time. Wie jongeren spreekt, merkt al snel dat er ook in de oudergeneratie een gedragsverandering heeft plaatsgevonden. Een aanzienlijk deel van de ouders volgt eveneens populaire series en kijkt regelmatig een (speel)film.

Ds. M. van Reenen spreekt van een „moreel probleem” (RD 24-11). Hij reageert op uitspraken van mij naar aanleiding van een onderzoek naar digitale geletterdheid (basiskennis, vaardigheid en wijsheid) onder seculiere jongeren (RD 22-11). Ik deel zijn bezorgdheid. Er lijkt sprake te zijn van een opkomende kijkcultuur, waarbij het scherm (of de persoonlijke schermen) het centrum vormt van het gezin en het ‘normaal’ wordt om seculiere series en programma’s te volgen. Alsof die niet druppelsgewijs het denken beïnvloeden.

„Zeg me wat je ziet, en ik zal je vertellen wie je bent”, zou een eigentijdse invulling kunnen zijn van de woorden van schrijver Miguel de Cervantes (1547-1616): „Zeg me in welk gezelschap u vertoeft, en ik zal zeggen wie u bent.” Cervantes baseerde zijn mensenkennis op een eenvoudig principe: we voelen ons snel thuis bij gelijkgestemden, mensen die onze opvattingen bevestigen.

Evenzo brengt ons kijkgedrag aan het licht waarnaar wij werkelijk verlangen. De opkomende kijkcultuur maakt het achterliggende morele probleem pijnlijk duidelijk. Leven we ”coram Deo” (voor Gods aangezicht) en maken we biddend welbewuste keuzes?

Zonder voorbij te willen gaan aan deze (allereerst geestelijke) crisis, zie ik ook de realiteit dat jongeren opgroeien in een samenleving die steeds digitaler wordt. Zij kunnen zich daaraan niet onttrekken. Educatie is daarom noodzakelijk, om kinderen en jongeren wijs én vaardig te maken. Leer de nieuwe generatie vanuit Bijbelse waarden techniek op een bewuste manier te gebruiken. Dat betekent aan de ene kant met Daniël een radicale grens trekken bij toepassingen die „verontreinigen” en aan de andere kant zichtbaar zijn door goed gebruik. Zo’n ‘rode lijn’ kan zijn dat je als gezin geen (commerciële) speelfilms of series kijkt. Tegelijk kun je als gezin het benutten van sociale media stimuleren, om betrokken mee te leven met je naaste.

Radicaal

Het is mooi dat de auteurs van BewustGezin Zeeland (RD 29-11) ook het belang van karaktervorming onderstrepen en hierbij het Media Attitude Model noemen. Mediaopvoeding leidt niet tot in zichzelf moreel goede mensen. Juist in het vormende gesprek over mediagebruik is het nodig om (te leren) ook het digitale leven naast Gods wet te leggen, hierover schuld te belijden en te vragen naar de wil van de Heere.

2018-11-29-OPN1-Media-opvoeding-6-FC-V_webRechabiet Jonadab houdt mediaopvoeders spiegel voor

De Heere stelt de Rechabieten tot voorbeeld voor de Israëlieten. Niet omdat zij geen wijn dronken en nomadisch bleven leven in een verstedelijkende samenleving, maar omdat ze trouw bleven aan de principes van vader Jonadab. Als Nebukadrézar echter met een leger optrekt naar Juda, verkiezen ze de veiligheid van Jeruzalem boven het principe om te wonen in tenten. De regel was voor hen niet onwrikbaar, maar wél de waarde: het behoud van de familie. Zo konden ze, met behoud van eigen identiteit, inspelen op veranderende omstandigheden.

Dàt gun ik de nieuwe generatie: zichtbaar zijn als mensen die vanuit een innerlijke betrokkenheid op de Heere geleerd hebben om vanuit Bijbelse waarden hun leven in te richten. Bewust, transparant en radicaal in hun gebruik van techniek. Deze tijd heeft zulke voorbeelden nodig!

De auteur is onderwijsadviseur bij Driestar educatief en bestuurslid van stichting Mediawijzer.