Vertrouwen op het spel

beeld ANP

ING verhoogt, in de vorm van aandelen, de beloning van topman Ralph Hamers met meer dan 50 procent, zo werd afgelopen week bekend. Dit past in een trend waarin het bankwezen terugkeert naar het beloningsbeleid van voor de crisis. Een paar weken geleden verhoogde verzekeraar ASR de jaarlijkse beloning van topman Jos Baeten met 40 procent. Ook overweegt ASR om weer bonussen te verstrekken, ondanks zijn eerdere toezegging hiervan af te zien. Dit beleid volgt na beëindiging van de deelname van de staat, ruim een halfjaar geleden, toen een forse verhoging van beloningen en bonussen nog wettelijk onmogelijk waren. Nu de verzekeraar weer op eigen benen staat, vindt hij het tijd om de opgelopen achterstand in beloning te compenseren.

Deze koerswijzigingen roepen veel vragen op. Uit een recent onderzoek, dat wij in het kader van het onderzoeksproject ”What good markets are good for” (zie moralmarkets.org) hebben uitgevoerd, blijkt dat bonussen het vertrouwen in financiële instellingen ondergraven.

Uit ons representatieve onderzoek onder 6949 Nederlanders bleek dat 65 procent van de respondenten verwachtte dat de bankmedewerkers meer onnodige producten aan hun klanten zullen gaan verkopen als de bankmedewerkers aan grotere financiële prikkels worden blootgesteld. Ook bleek dat de meerderheid van de respondenten vindt dat de overheid banken strenger moet controleren om ervoor te zorgen dat zij in het belang van de klant handelen. Bankieren kan niet aan het vrije spel van vraag en aanbod worden overgelaten. Nadere statistische analyse liet bovendien zien dat de roep om overheidsingrijpen sterk samenhangt met het gebrek aan vertrouwen in banken en de perceptie dat financiële prikkels bankiers gemakkelijk verleiden om het klantbelang te veronachtzamen.

Het beleid van ING en ASR laat precies zien waar de respondenten bang voor waren, namelijk dat zonder bemoeienis van de overheid banken weer terugvallen in oude patronen. Het recente beloningsbeleid van banken staat op gespannen voet met verder herstel van vertrouwen in de financiële sector. De recente vertrouwensmonitor van GfK en ook ons eigen onderzoek laten zien dat dit vertrouwen nog steeds fragiel is. Op de vraag: „Hoeveel vertrouwen heeft u in banken?” (waarbij de respondent een cijfer tussen de 1 en de 5 kon geven), werd in 2017 een gemiddelde van 2,9 gemeten, dus nog altijd onder de 3. In ons eigen onderzoek bedraagt dit 3,0. Deze uitkomst onderstreept het belang van een verder herstel van het vertrouwen in banken. Een uitbundig beloningsbeleid staat dit in de weg.

Bovendien ondergraven financiële instellingen, door terug te keren naar het aloude beloningsbeleid, op de lange termijn hun eigen speelruimte op de markt. Want daarvoor zijn banken uiteindelijk afhankelijk van de steun die de samenleving biedt voor marktwerking in de financiële sector. De massale negatieve reacties op de aangekondigde beloning van Ralph Hamers van 3 miljoen euro tonen aan dat ING hard op weg is deze steun te verliezen.

Waar ING bij monde van Jeroen van de Veer de exorbitante beloning verdedigt door deze af te zetten tegen beloningen van topmensen van andere grote Europese bedrijven, vergeet de bank één cruciaal verschil, namelijk dat banken bestaan dankzij hun publieke functie. Dat is ook de reden waarom de ECB banken jarenlang beschermd heeft door de rente laag te houden.

Alle Nederlanders betalen daaraan mee in de vorm van lage rente op hun spaargelden en lagere pensioenen. Dat maakt dat ING niet vergeleken kan worden met bedrijven zoals Shell (dat had Jeroen van de Veer moeten beseffen!), Unilever, Siemens en Volkswagen (of misschien toch wel?).

Het geeft geen pas om het herstel van de winst die door dit offer mogelijk is gemaakt nu in eigen zak te steken. Ook nu krijgen spaarrekeninghouders bij ING slechts een rente van 0,05 procent, wat betekent dat hun spaargeld door inflatie en belasting jaarlijks met 3 procent in waarde daalt. Om de topman dan te belonen met een salarisstijging van 50 procent is ronduit schandalig. Op die manier maakt ING een lange neus naar de Nederlandse bevolking, waar ING het grootste deel van zijn winst aan verdient.

Het roept bovendien te veel herinneringen op aan de vroegere cultuur waarbij de verliezen van banken werden neergelegd bij de samenleving en de baten toevloeiden naar de bankmedewerkers. Als ING niet gevoelig blijkt voor deze kritiek, voorspellen wij dat heel wat rekeninghouders daar consequenties aan verbinden en een meer verantwoordelijke bank zullen opzoeken.

Johan Graafland, Tilburg University, en Eefje de Gelder, Vrije Universiteit.