Vergismoorden zijn schaduwzijde van verzet in Tweede Wereldoorlog

Het verzet pleegde in de Tweede Wereldoorlog regelmatig een vergismoord. Misschien had ds. G. H. Kersten, als het gaat om de revolutionaire wortel van het verzet, meer gelijk dan we hem wilden toegeven.

Het gebeurde op 13 januari 1945. Piet Rodenburg was een lieve man van 39 jaar oud, vader van een gezin met jonge kinderen. Zijn vrouw was in verwachting. ’s Avonds werd er aangeklopt bij de boerderij aan de hoge dijk bij Aarlanderveen. Enkele mannen vroegen hem om even mee te komen. Buiten aangekomen, kwam er een pistool te voorschijn. Koelbloedig werd Piet Rodenburg doodgeschoten en onder het ijs geschoven.

Er is nooit iets over geschreven: geen archiefstukken en ook niets in de krant, want de regionale Rijnbode kwam al vanaf 1943 niet meer uit. Alle directbetrokkenen zijn inmiddels overleden.

Het was een zinloze moord, die waarschijnlijk berustte op een vergissing. Het zogenoemde ‘verzet’ had informatie dat Rodenburg een NSB’er was. Dat bleek achteraf niet te kloppen. En zelfs al was hij het geweest, dat geeft niemand een vrijbrief tot moord. Piet was een aardige man. Mijn oom molk er tijdens de oorlog ’s avonds de schapen. Die gaven ongeveer een liter, zo weet hij nog te vertellen. Zijn zus kende de Rodenburgs ook goed, ze hielp er als tiener in de huishouding. Hun oudste broer zat vlakbij ondergedoken. Het gezin Rodenburg wist ervan, maar tot het eind van de oorlog was hij veilig. Piet Rodenburg was geen verrader.

Zwijgen

De daders zwegen en beschermden elkaar. Er is voor deze lafhartige moord tijdens en ook na de oorlog niemand veroordeeld. De daders besloten samen dat het goed was geweest en hielden voet bij stuk. Ook al hadden ze ongelijk. Ze schiepen hun eigen waarheid en bleven erin geloven. Het strafrecht en de meldingsplicht van na de oorlog ten spijt.

Dat zwijgen en doen alsof gebeurde ook bij de beruchte aanslag in Putten. Het groepje ‘stoere’ mannen dat bij de Olden Aller de volstrekt onnodige aanslag op een onbelangrijke Duitse officier pleegde, bezwoer elkaar tot zwijgen. Toen geen van de daders zich aangaf, werd het nabijgelegen dorp verwoest en werden meer dan zeshonderd onschuldige mannen weggevoerd. Mijn oudoom was erbij, een schippersknecht van een jaar of dertig die ondergedoken zat op een boerderij bij het landgoed Salentein op de grens met Nijkerk. Ze waren gewaarschuwd, maar het was zondag en de boer dacht dat ze nog wel even klaar konden eten. Ome Dirk is nooit levend teruggekomen. Ik erfde zijn boeken van Thomas Boston, ook ”Het kromme in het levenslot”. Hij is na de oorlog herbegraven bij zijn vader, ook een oorlogsslachtoffer, omgekomen bij een Engelse luchtaanval op zijn binnenvaartschip.

Vergeving

Ja, de Heere kan het kromme van menselijk handelen gebruiken om gebeurtenissen te sturen. In onze ogen krom, tragisch, lafhartig en onvergeeflijk. Was er vergeving bij God voor de daders van Putten, voor de moordenaars van Piet Rodenburg?

Pas stond ik bij zijn graf op de begraafplaats in Aarlanderveen. Zijn vrouw gaf op 24 juli 1945 geboorte aan Adriaan Pieter. Twee maanden later was dit jongetje gestorven en begraven bij zijn vader, net als ome Dirk. Ik heb de handgeschreven sterfakte gezien, uit het archief in Leiden, waar mevrouw Rodenburg de dood van haar zoontje meldde. Wat een onpeilbaar verdriet. Wat een schreiend onrecht. Een mooi gezin waar liefde heerste, werd volslagen verwoest.

En de daders? Zij bleven zwijgen, want ze hadden ”politiek correct” gehandeld met de kennis die ze destijds meenden te hebben. Inmiddels zijn we 75 jaar verder. De mensen van het gelijk van toen zijn gestorven. Ze konden niet, maar moesten wel. Hun werken volgen hen na, tot aan de rechterstoel van God.

Waar mensen dat niet geloven, raken zij zichzelf tot wet. Als er geen hemelse overheid is, moet dat ook wel. Wij zijn dan zelf alles wat er over blijft. Misschien had ds. G. H. Kersten meer gelijk, als het gaat om de revolutionaire wortel van het verzet na de capitulatie van overheidswege, dan we hem wilden toegeven. De staatkundige veranderingen na de oorlog lijken hem gelijk te geven.

Politiek correct

De stand van zaken na 75 jaar bevrijding: gesloten kerken en gebroken gezinnen. Moraliteit, dat wat aanvaardbaar gedrag is in een samenleving, wordt bepaald door politieke meerderheden. We doen letterlijk wat goed is in onze ogen. Het enige recht dat overblijft, is om als samenleving onze eigen ethiek te bepalen en die ‘vrijheid’ aan anderen op te leggen. We laten ons niets gezeggen. Als Gods geboden klinken, zwijgen we stil. Wij handelen politiek correct met de kennis die we menen te hebben. God bestaat niet of is niet relevant. Gezag moet zich waarmaken in aardse omstandigheden, anders luisteren we niet. Dat hebben we samen afgesproken. Ook aan ons gaat de tijdgeest van de revolutie niet voorbij. Zullen we blijven zwijgen, ingekeerd in het eigen gelijk? Of melden we ons aan als zondaren bij de hemelse en, waar nodig, ook bij de aardse overheid?

De auteur is theoloog en classicus.