Verbeter de wereld, bouw een bedrijf

Het bouwen van een bedrijf is een proces van ”trial-and-error”: voordat je weet wat werkt moet er eerst ambitieus worden geëxperimenteerd. beeld iStock

Het Nederlandse bedrijfsleven dreigt versnipperd te raken door de opkomst van zzp’ers en de klusjeseconomie. Dat vermindert de productiviteit en brengt de welvaart in gevaar. De oplossing? Laten we werk maken van ondernemerschap.

De afgelopen decennia is het aantal zelfstandigen enorm toegenomen in Nederland, veel meer dan in vergelijkbare landen. Dat lijkt goed nieuws. Zelfstandig ondernemers worden vaak gezien als aanjagers van economische groei. Zij introduceren nieuwe goederen en diensten, en creëren nieuwe bedrijven met de daarbij behorende werkgelegenheid. Ze zijn ook aanjager van de verbetering van bestaande bedrijven, zowel door de (dreigende) concurrentie die ze bieden als door de nieuwe input en diensten die ze leveren. In Nederland zien we deze effecten van ondernemerschap relatief weinig optreden: de meeste zelfstandig ondernemers hebben geen ambitie om een bedrijf met medewerkers te creëren en innoveren niet. Ze zijn weliswaar tevreden met hun eigen bedrijf, maar de welvaart van Nederland is er op lange termijn niet bij gebaat.

De groei van het aantal zelfstandig ondernemers is in Nederland vrijwel geheel gerealiseerd door de toename van het aantal zelfstandigen zonder personeel. In 2009 had volgens het CBS 69 procent van de bedrijven geen personeel in dienst, terwijl in 2019 dit is toegenomen tot 80 procent.

Een kleinere bedrijfsomvang gaat gepaard met een substantieel lagere arbeidsproductiviteit. Zowel uit Nederlands als uit internationaal onderzoek blijkt dat zzp’ers gemiddeld genomen minder productief zijn dan werknemers met vergelijkbare kenmerken. Zo is een medewerker van een bedrijf in de zakelijke dienstverlening gemiddeld drie keer zo productief als een zzp’er in deze branche. Recent Nederlands onderzoek laat bovendien zien dat bedrijven met personeel vaker innoveren, vaker de ambitie hebben om te groeien in omzet én personeel, en vaker effectief samenwerken dan bedrijven zonder personeel.

Onderzoek van het CBS en het CPB laat daarnaast zien dat de productiviteitsgroei in Nederland stagneert of zelfs negatief is. Ook wordt die groei negatief beïnvloed door het stijgende aantal zelfstandigen.

Groeibelemmering

Een van de gevolgen van lagere productiviteit is dat het verdienvermogen, de capaciteit van Nederland om op langere tijd welvaart te creëren, afneemt. Verdienvermogen kan namelijk gemeten worden met de productiviteitscijfers. En dat stagneert dus. Wat is nu de fundamentele oorzaak van deze groeibelemmering van het verdienvermogen? Die ligt in de specifieke regels voor werk in Nederland.

Ten eerste komen werkenden, door het fiscaal aantrekkelijker maken van werk door zelfstandigen boven werknemers, niet op de plek terecht die macro-economisch gezien het meest productief is. Bijvoorbeeld: zelfs als de productiviteit van een programmeur hoger is als werknemer in een onderneming dan als zelfstandige, kan deze werker voor een zelfstandig bestaan met een hoger netto-inkomen per jaar kiezen. Dat kan door de fiscale voordelen van het zelfstandig ondernemerschap.

Ten tweede wordt het voor bedrijven relatief lastig om werkenden aan te nemen, vanwege fiscale bevoordeling van zelfstandig werk én ontslagbescherming. Dat belemmert hun een efficiënte schaalomvang te bereiken.

Ten derde, doordat bedrijven klein blijven, missen zij de capaciteit om te innoveren en met anderen samen te werken. Voor innovatie zijn vaak complementaire middelen nodig die niet door een eenmansbedrijf kunnen worden ontwikkeld of verkregen.

Experimenteren

Hoe kan het verdienvermogen van Nederland verbeterd worden? Door innovatieve startups, scale-ups en innovatie door gevestigde ondernemingen beter mogelijk te maken. Het bouwen van een bedrijf is een proces van ”trial-and-error”: voordat je weet wat werkt, moet er eerst ambitieus worden geëxperimenteerd (innovatieve startups). Als een experiment succesvol blijkt, moet het opgeschaald (scale-up) worden om het te verspreiden.

Dit betekent dat het prima is om het starten van een innovatief bedrijf fiscaal te faciliteren (bijvoorbeeld met startersaftrek), maar niet om langdurig laagproductieve zelfstandigen aan een fiscaal infuus te zetten. Als een nieuw bedrijf niet goed van de grond komt, moet het aantrekkelijk worden om weer ergens anders aan de slag te gaan en je verder (ondernemend) te ontwikkelen. Dat vereist wel dat de nodige interne flexibiliteit wordt geboden aan de werkenden. De onderneming mag ook van haar medewerkers de nodige flexibiliteit verwachten in de dynamiek van de markt.

Deze interne flexibiliteit werkt productiviteitsverhogend. Mocht de ondernemende werker toch worden tegengewerkt door zijn werkgever, of kansen zien die beter buiten de werkgever gerealiseerd kunnen worden, dan moet het realiseren van deze kansen niet worden tegengewerkt door een concurrentiebeding. Het tegengaan van de versplintering van het Nederlandse bedrijfsleven en het stimuleren van scale-ups zorgt er ook voor dat er meer bedrijven komen die productief kunnen samenwerken.

Hiërarchisch

De versplintering van het bedrijfsleven wordt mede mogelijk gemaakt door de specifieke regels van werk in Nederland. De Nederlandse welvaartsstaat en de daarbij behorende regels rond werk zijn nog te veel gebaseerd op de hiërarchische managementeconomie van de twintigste eeuw. Daarin was een baan voor het leven bij één werkgever het uitgangspunt. We lijken nu af te stevenen op een versplinterd bedrijfsleven, een klusjeseconomie. Het is de vraag of die op lange termijn welvaart creëert. Het is de hoogste tijd om de welvaartsstaat om te vormen, zodat ze de ondernemende economie van de 21e eeuw mogelijk maakt. Laten we werk maken van ondernemerschap: verbeter de wereld, bouw een bedrijf. Een opdracht voor zelfstandig ondernemers én (ondernemende) werknemers.

De auteur is hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is overgenomen van www.mejudice.nl.