Pelgrims vol passie

The Passion in Leeuwarden (2017). beeld Michaël Terlouw

Het is een eeuwenoud dilemma: hoe zijn christenen zichtbaar in de samenleving? Op het Malieveld, in een protestmars met megafoons en spandoeken? In optocht door Mokum, achter een groot wit kruis? Of in de marge, alleen zichtbaar op zondag?

Deze laatste weken van maart laten christenen in elk geval op vele manieren van zich horen.

Zo waren er woensdag weer honderdduizenden op de been. In alle stilte stopten ze hun biljet in de stembus. Het gros vertelde niet eens aan de omstanders op welke partij ze hadden gestemd.

Het spektakel in Nunspeet, vrijdagavond, bracht ook heel wat mensen op de been. Zij waren nadrukkelijk aanwezig en liepen in een lange stoet achter een helderwit verlicht kruis. De Nunspeter variant is de voorloper van The Passion die volgende week donderdag door de Bijlmer trekt. Naar verwachting lopen tienduizenden mensen mee terwijl er meer dan 3 miljoen kijkers zijn die het evenement –de achtste Passion op rij– via de tv of internet volgen. Tel daar het publiek bij op van de tientallen uitvoeringen van de Matthäus-Passion die in deze weken door het hele land uitgevoerd worden. Al die duizenden schamen zich niet voor hun ‘stembiljet’.

Van een totaal andere orde was het protest begin deze maand door tien mannen in Nijmegen. Gekleed in stemmig zwart hielden ze posters omhoog van twee zoenende mannen met een rood kruis erdoorheen. ”Gods huwelijk = 1 man + 1 vrouw”. Om hen heen wapperden enkele tientallen lhbt’ers met regenboogvlaggen en spandoeken die het tegengestelde beweerden, daarbij aangemoedigd door politici van VVD, GroenLinks, PvdA en D66. Aanleiding voor de actie van Civitas Christiani, een rooms-katholieke burgerbeweging, waren de 5000 provocerende posters van kledingmerk Suitsupply. Het protest daartegen maakte echter nog veel meer los, tot en met acties van de Amsterdamse VVD-afdeling die homoposters ging plakken, een Zwolse VVD’er die zei: „Wen er maar aan”, en een reprimande van staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken over het bekladden van de posters.

Homofobie

Hoe zijn christenen zichtbaar in de samenleving en wat bereiken ze daarmee? De voorbeelden hierboven lopen sterk uiteen, maar staan symbool voor drie varianten om je stem te laten horen. Intussen roepen ze alle drie vragen op.

De gang naar de stembus is voor christenen anno 2018 vrijwel onomstreden. In minstens één plaats kwam de SGP woensdag een handvol stemmen te kort om een raadszetel te behouden en er zijn meerdere voorbeelden uit het verleden waarbij één stem de doorslag gaf. Je laat je stem dus niet verloren gaan. Of... past het eigenlijk wel bij de roeping van een christen om actief deel te nemen aan het lands- of gemeentebestuur? In de loop van de kerkgeschiedenis liepen de opvattingen daarover uiteen. In de Vroege Kerk lag de nadruk op het publieke debat, maar niet op de gedachte om actief de wereld te ‘verbeteren’: daar zal God Zelf voor zorgen. Vandaag de dag lijkt bij sommige bestuurders van christelijke komaf de wil om wat te bereiken sterker dan de drang om vrijmoedig te betuigen dat alle burgers God behoren te dienen.

Aan die vrijmoedigheid ontbrak het niet bij het tiental leden van Civitas Christiani in Nijmegen. Lijdzaam verdroegen ze de doodverwensingen, vergelijkingen met Hitler en de beschuldigingen van homofobie. Ze verdienen bewondering: zij durven tenminste hun nek uit te steken. Daar ontbreekt het weleens aan bij reformatorische christenen. Of... is dit toch niet de wijsheid die Paulus bedoelde, toen hij de inwoners van Kolosse aanraadde om buitenstaanders voorzichtig te woord te staan? Zijn dit de aangename woorden, met zout besprengd (Kol. 4:5,6) waardoor anderen gewonnen worden voor het christelijk geloof?

De tienduizenden volgers van The Passion schamen zich evenmin om achter het witte kruis aan te lopen, zelfs niet voor het miljoenenpubliek dat hen van een afstand bekijkt. De manifestatie draagt er hoe dan ook aan bij dat een groot deel van de Nederlanders kennisneemt van de lijdensgeschiedenis van de Zoon van God. In een land waar grote zorgen zijn over secularisering en de invloed van de islam doet het weldadig aan dat vele, vele duizenden zonder enige schroom achter het kruis van Christus aan wandelen. Of... is dit toch niet wat Jezus bedoelde toen Hij de rijke jongeman uit Markus 10 aansprak en zei: „Neem het kruis op en volg Mij”?

Korenmaat

Bij de Bergrede gaf Jezus Zijn hoorders de opdracht om te zijn als het zout der aarde en om hun licht niet onder een korenmaat te plaatsen maar te laten schijnen (Matth. 5). Dan is het moeilijk te verdedigen dat een christen zich zou terugtrekken uit de samenleving en zich zou isoleren. Hij is als burger in deze wereld geplaatst, ook al zou hij wonen in Pergamum, de Turkse stad vol ontucht, ketterij en afgoderij, waar satan zijn troon had.

Daar staat tegenover dat Paulus juist omhoog wijst en de wedergeboren christen oproept om de dingen te zoeken die boven zijn, niet die op de aarde zijn (Kol. 3:1). Als hij al in deze wereld moet zijn, dan is dat op doorreis, als een pelgrim. Hij is burger in ballingschap, zoals de Joden ooit in Babel.

Het is ondenkbaar dat zo’n pelgrim onopgemerkt blijft. Het zout der aarde mag niet smakeloos worden en dient het bederf te weren, al is het maar door een biljet in de stembus te gooien en zo mee te tellen.

Het is ondenkbaar dat zo’n pelgrim zomaar stilletjes zijn weg reist, onaangedaan door het landschap dat hij passeert. Het kan hem niet koud laten dat die Babelcultuur het huwelijk, een van die parels van Gods schepping, door het slijk haalt en dat homoseksualiteit er openlijk uitgeleefd wordt. Hij haat de zonde, al heeft hij de zondaar lief.

Maar dat kruis, dat is een stuk moeilijker. De kruisdragers in Nunspeet en de Bijlmer willen daarmee het Bijbelverhaal verbeelden, maar daar blijft het niet bij. The Passion staat dit jaar voor diversiteit en verbinding, zegt het persbericht. Arjan Lock van de EO spreekt over een bron van inspiratie, omdat „het verhaal van Jezus een verhaal is van verbinding en hoop” dat scherp afsteekt tegen de veranderende tijdgeest. „Jezus ging tenslotte voorbij aan vooroordelen en zorgde dat mensen zich gezien voelen.”

Ongetwijfeld komt er meer aan bod. Toch is dit wel een erg eenzijdige weergave van het lijdensevangelie. Veel christenen spreken gemakkelijk over het volgen van Jezus, maar in het gesprek met de rijke jongeling verbindt Christus dat aan het opnemen en dragen van het kruis.

Dat kruis is zwaarder dan menigeen beseft. Bij The Passion is het kruis amper te torsen: het weegt 250 kilo. Zouden de kruisdragers beseffen hoe zwaar het kruis van Christus werkelijk is? Wie het kruis draagt, neemt de vloek op zich en gaat recht op een pijnlijke en onontkoombare dood af.

De evangelisten melden bovendien dat de gefolterde Jezus de stad Jeruzalem verliet en buiten de poort gekruisigd werd. Ook dit deel van de geschiedenis heeft grote betekenis. Het symboliseert hoe de dood van Christus een einde maakte aan de offerdienst in de tempel. Het bloed van stieren en bokken konden niet reinigen, alleen het bloed van het Lam. Het volgen van Christus betekent ook het verlaten van de offerdienst en tot Hem gaan, buiten de legerplaats (Hebr. 13:13). Zoals op de Grote Verzoendag de ingewanden en de huid van de bok buiten de stad werden verbrand, zo moest Christus daar vergaan onder het vuur van Gods toorn. Het kruis opnemen en Christus volgen betekent daarom gelouterd worden door het vuur.

Die geschiedenis leent zich niet voor een spektakel als The Passion. Inderdaad, hierdoor krijgen miljoenen iets mee van het Evangelie van Christus, maar de kern daarvan blijft buiten beeld. De pelgrim die Christus wil volgen, moet de stad verlaten, een streep zetten door eigen verdiensten, bereid zijn zijn leven op te offeren en alles te verkopen waaraan hij zo gehecht is. Pas dat maakt hem een levende brief van Christus.