Overheid pakt giftige brandvertragers te weinig aan

beeld iStock

Veel brandvertragende stoffen in onze leefomgeving zijn slecht voor gezondheid en milieu. De overheid propageert veel te weinig beschikbare alternatieven.

Er is geen groter schrikbeeld dan omkomen in een brand. Om die reden hebben door de eeuwen heen overheden er heel veel aan gedaan om brandgevaar te beteugelen. Ongelukkigerwijs is het brandgevaar in onze leefomgeving sinds de jaren zestig van de vorige eeuw door de introductie van kunststoffen flink toegenomen. Waar voor die tijd bij een doorsnee woningbrand een gemiddelde tijd gold van circa vijftien minuten van het begin van de brand tot een totale ”flashover” (oncontroleerbare brand), is dat tegenwoordig slechts twee tot drie minuten. De brandweer komt nog steeds na zo’n vijf minuten.

Als oplossing voor dit probleem worden brandvertragende stoffen gebruikt. Die zorgen ervoor dat het vuur eerst nog wat blijft smeulen tot de uiteindelijke flashover plaatsvindt. Helaas is die extra ”smeultijd” maar hooguit dertig seconden. Dat kan overigens, bijvoorbeeld bij een vliegtuigcrash, levensreddend zijn.

Moedermelk

Veel brandvertragende stoffen bevatten de halogenen chloor, broom en fluor. Helaas leidt dat tot zeer ongewenste effecten op langere termijn. Stoffen met halogenen breken slecht af in het milieu, stapelen zich in de voedselketen en komen via vis en vlees in de mens, bijvoorbeeld in moedermelk, terecht. Ze zijn vaak kankerverwekkend of verstoren de hormoonhuishouding. Brandvertragende chemicaliën verdampen ook direct uit bijvoorbeeld computers en tv’s, meubilair en tapijten. Ze worden hierin namelijk in grote hoeveelheden (soms 40-50 procent) toegepast. Het gaat dus niet om milligrammen, maar om kilogrammen die in de materialen om ons heen verwerkt zijn.

Deze verdampte of uitgeloogde brandvertragers verzamelen zich in huisstof, dat zodoende een grote bron van deze stoffen is. De traditionele “propere Hollandse huisvrouw” kan wat dat betreft niet genoeg geprezen worden, hoe meer afstoffen en stofzuigen, hoe beter.

Zo lijken we dus een situatie te hebben waarin we moeten kiezen tussen twee kwaden: meer slachtoffers door kanker of meer slachtoffers door brand. Gelukkig is er een uitweg. Enkele jaren geleden liet een door de Vrije Universiteit gecoördineerd Europees onderzoek zien dat er alternatieve brandvertragers gemaakt kunnen worden die net zo goed brandwerend zijn als de gehalogeneerde stoffen, maar geen kankerverwekkende of hormoonverstorende effecten vertonen en niet ophopen in het milieu.

Lobby

Het teleurstellende is nu dat overheden, na ruim twintig jaar internationaal onderzoek naar effecten van brandvertragende stoffen op mens en milieu, met heel duidelijke en eenduidige resultaten, het gebruik van alternatieven die veiliger zijn nauwelijks propageren. Er zijn drie toxische brandvertragers verboden, maar de totale productie aan toxische brandvertragende stoffen is gelijk gebleven. Eén van de oorzaken is de sterke lobby van de industrie om zoveel mogelijk brandvertragers te gebruiken. Te pas en te onpas worden allerlei materialen voorzien van brandvertragers, terwijl dat vaak helemaal niet nodig is. Bovendien worden de veiligere alternatieven die beschikbaar zijn niet toegepast, omdat er geen druk door overheden wordt uitgeoefend.

Verdubbeling

De VN hebben recent het tweede Global Chemicals Outlook-rapport gepresenteerd. Daarin staat dat we binnen tien jaar een verdubbeling zullen zien in de totale hoeveelheid chemicaliën in de wereld. Een schrikbeeld, waar de brandvertragerindustrie (een miljardenbusiness) zwaar aan bijdraagt.

Overheden zouden er goed aan doen een veel selectiever beleid te ontwikkelen voor brandvertragers en alle gehalogeneerde brandvertragers nu eindelijk te verbieden. Dat is ook heel hard nodig in een wereld die probeert meer te gaan recyclen en een circulaire economie op te bouwen. Op het ogenblik komen gerecyclede plastics met brandvertragers soms zelfs in kinderspeelgoed terecht. Juist vanwege die gewenste circulaire economie moeten we dit soort bulkchemicaliën net als medicijnen eerst testen alvorens ze op de markt te brengen.

Het Europese Chemicaliën Bureau ECHA in Helsinki doet daar via het REACH-programma een poging toe, maar kan de stroom aan nieuwe chemicaliën, inclusief brandvertragers, eenvoudigweg niet bijhouden. Het is echt hoog tijd om dit probleem internationaal harder aan te pakken.

De auteur is hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.