Oproep aan school en ouders: investéér in ontwikkeling leesplezier bij jongeren

„Bij alle schoolvakken is leesvaardigheid van groot belang.” Archieffoto: docente Rian Vogel-de Pagter spreekt met enkele leerlingen over het lezen van boeken. beeld Dirk Hol

Zowel scholen als ouders doen er goed aan te investeren in het ontwikkelen van leesplezier bij jongeren.

Onlangs kopte het Reformatorisch Dagblad (18-1): ”Jongere leest steeds minder boeken.” Ook op het Wartburg College vinden veel leerlingen lezen saai en oninteressant. Ze doen liever iets anders: gamen, netflixen of communiceren via sociale media.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat jongeren tussen 12 en 18 jaar gemiddeld 11 minuten per dag lezen en 4,5 uur per dag besteden aan communiceren via sociale media en het bekijken van films op Netflix en Youtube. Dat er nauwelijks gelezen wordt, is heel zorgelijk. Jongeren (en ouderen) die weinig tot niets lezen, dreigen laaggeletterd te worden en dat heeft grote gevolgen.

Momenteel zijn er in Nederland zo’n 1,3 miljoen laaggeletterden in de leeftijd van 16 tot 65 jaar. Deze mensen hebben moeite met lezen en schrijven. Wie denkt dat het vooral om personen van buitenlandse afkomst gaat, heeft het mis. Twee derde is autochtoon en heeft onderwijs gevolgd. Jongeren die na hun schoolperiode nauwelijks meer lezen –en zeker geen boeken– lopen een grote kans op laaggeletterdheid, met alle gevolgen van dien. Deze groep is vaker arm, heeft schulden en loopt meer kans op een bedrijfsongeval. Reden genoeg om jongeren aan te zetten tot lezen.

Maar er zijn meer redenen om als school en ook als ouders lezen op de kaart te zetten. Lezen verrijkt het denken. Jongeren die lezen, ontdekken andere culturen. Dat is van groot belang in een multiculturele samenleving die in toenemende mate lijkt te worden geregeerd door onverdraagzaamheid en angst voor het onbekende.

Lezende jongeren leren meer over zichzelf. Hun eigen vragen en problemen waar ze in de puberteit tegenaan lopen, blijken niet zo uniek te zijn. In boeken ontmoeten ze leeftijdsgenoten die met dezelfde vragen worstelen. Dat geeft herkenning en zorgt voor relativering van de eigen gevoelens.

Onderzoek heeft uitgewezen dat succes op school begint met goed kunnen lezen. Bij alle schoolvakken is leesvaardigheid van groot belang. Of het nu gaat om het oplossen van verhalende wiskundesommen of het opzoeken van geografische informatie in De Bosatlas, het lezen van een recept of van een instructie, bij alle schoolvakken ligt lezen aan de basis. Een jongere die vijftien minuten per dag leest, leest 1 miljoen woorden per jaar en onthoudt er duizend. Het gaat dan wel om het lezen van verschillende genres. Zo krijg je zonder moeite een grote woordenschat en dat heeft een positief effect op tekstbegrip. Bovendien heeft lezen een positieve uitwerking op het inzicht in grammatica en het schrijven van teksten.

Gods Woord

Wij hebben als reformatorische ouders en reformatorische scholen nog een belangrijke reden om jongeren te stimuleren tot lezen: God openbaart Zich in Zijn Woord. Het woord verbindt de zichtbare wereld en de onzichtbare wereld van de geest met elkaar. Het woord functioneert als brug (dr. Ewald Mackay).

Wanneer jongeren zich vooral voeden met beeld, vraag je je af of zij nog wel kunnen geloven in het Woord. We belijden toch dat we de dingen geloven die we niet zien? Het geloof is door het gehoor van het Woord van God en door het lezen ervan. Zowel thuis als op school moet de nadruk blijven liggen op het woord/Woord. Juist onze gezindte zou lezen dus moeten stimuleren.

Op het Wartburg College staat het bevorderen van leesplezier hoog in het vaandel. We maken tijdens de lessen bewust tijd om vrij te lezen. Niet alleen bij het vak Nederlands, want het gunstige effect van lezen wordt pas merkbaar als het gedurende langere tijd wordt gecontinueerd.

Daarom hebben op enkele locaties alle brugklasleerlingen verplicht een leesboek in hun tas. Dat kan een boek zijn waarin ze thuis lezen of een boek dat elke dag teruggaat in hun kluisje. Ze lezen erin als ze klaar zijn met de repetitie wiskunde, of aan het begin van de les, als de docent Engels even een gesprekje heeft met een leerling. Soms zijn er nog tien minuten lestijd over; je pakt je boek en leest tot de bel gaat. ”Momentje vrij? Boek erbij!”

Docenten reageren heel positief op dit concept. Het bevordert de rust in de les en leerlingen leren zich te concentreren. Daarnaast maakt de leerling ongemerkt de benodigde leeskilometers voor de vergroting van de woordenschat en een goed leesbegrip. Leerlingen vinden de rust die zo ontstaat binnen een les prettig; ook oudere leerlingen reageren meestal positief op vrij lezen. Op de locatie Marnix lezen we zelfs tijdens de strafwoensdagmiddag, want van lezen word je beter.

Soms zie je een leerling ’s morgens vroeg op de trap zitten, verdiept in zijn boek. Of leerlingen keuren elkaars boeken en je hoort ze dingen tegen elkaar zeggen in de trant van „vreselijk spannend” of „ik heb doorgelezen tot ik het uit had.”

Met elkaar over boeken praten is heel belangrijk. Als we onze jongeren vertellen wat we zelf in boeken ontdekken, dan zullen ze nieuwgierig worden. Enthousiasme over een boek trekt anderen over de streep om ook te lezen.

Medewerkers van het Wartburg College proberen we ook warm te maken voor lezen. Er worden op diverse locaties leeskringen georganiseerd voor alle medewerkers, dus ook voor het ondersteunend personeel. Daardoor neemt het besef toe dat we onder meer door lezen in aanraking komen met de grote verhalen, dat lezen het leven verrijkt en dat het ons even losmaakt van de digitale onrust.

Beloning

Jongeren zullen uit zichzelf meestal niet beginnen met het rustig lezen van een boek. Daar is druk van buitenaf voor nodig. Een docent stelde in zijn gezin met opgroeiende kinderen een verplicht leesuurtje in op zondagmiddag. Ieder een boek naar keuze, een chipje en een lekker drankje erbij en lezen maar. Na wat tegenstribbelen ontdekten de kinderen dat het heerlijk was. Het leesuurtje hoeft nu niet meer verplicht te worden. Ze lezen uit zichzelf.

Een kind dat echt niet wil lezen, kun je verleiden met een beloning. Begin eens met 5 minuten per dag, gedurende een week, en beloof bijvoorbeeld zijn of haar lievelingsmaaltijd te koken. Zorg wel dat er boeken zijn die het kind interesseren, bijvoorbeeld over zijn of haar hobby.

Aansluiten bij het leesniveau en de interesse van een jongere is heel belangrijk wil je leesplezier kweken. Op de locatie Marnix van het Wartburg College wordt er gewerkt met niveaulijsten voor de verplichte boekopdrachten. Docenten ontdekten dat de verplichte boekenlijsten niet aansloten bij het niveau van veel leerlingen. Er zat met name bij jongens een enorm gat. Als je laatst gelezen boek ”Dolfi en Wolfi” is en in klas 4 staat ”De Tornado” van Nijenhuis op de lijst, dan is die stap niet te nemen.

We laten onze leerlingen een leesbiografie invullen. Daaruit concludeert de docent Nederlands op welk niveau de leerling zich bevindt. Er wordt dan een gericht advies gegeven voor een te lezen boek, waarbij we de leerling niet overvragen. Sommige leerlingen zullen meer tussenstapjes moeten maken, dus meer boeken moeten lezen, om in de bovenbouw mee te kunnen doen met het literatuurprogramma.

Handreikingen

Leesplezier stimuleren is een taak die ouders en scholen samen moeten oppakken. Daarom is het belangrijk dat vanuit de school handreikingen geboden worden aan de ouders om dit in hun gezin te realiseren.

De Amerikaan Tony Reinke schreef er in 2011 een interessant boek over: ”Lit! A Christian Guide to Reading Books”. Hij is van mening dat goed en grondig lezen te leren valt. Het is ook heel belangrijk, niet het minst voor het geestelijk leven. In een tijd van ontlezing kunnen visuele middelen geen alternatief zijn. „God zoekt ons op in onze taal”, zo is zijn overtuiging.

Richard Toes is voorzitter van het College van Bestuur van het Wartburg College. Rian Vogel-de Pagter is docent Nederlands en taalcoördinator op de locatie Marnix van het Wartburg College in Dordrecht.