Nederlandse pensioenwetgeving in strijd met EU-pensioenrichtlijnen

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in debat met de Tweede Kamer vorige maand over het pensioenakkoord. beeld ANP, Bart Maat

Het nieuwe pensioenakkoord is gebaseerd op uitgangspunten die strijdig zijn de pensioenrichtlijnen van de Europese Unie. Beter is het huidige pensioenstelsel te behouden met aanpassing op onderdelen ervan.

Het is 2004/2005. De Nederlandsche Bank (DNB) publiceert de PALMNET-notities. In deze notities zet DNB zijn uitgangspunten voor het toezicht op pensioenfondsen uiteen. Deze uitgangspunten zijn belangrijk. Als toezichthouder controleert DNB aan de hand hiervan of pensioenfondsen financieel solide zijn, zodat deze – ook als het economisch tegenzit – kunnen voldoen aan hun verplichtingen.

In de PALMNET-notities staan de volgende uitgangspunten:

1. De nominale pensioenaanspraken zijn gegarandeerd.

2. Pensioenfondsverplichtingen op marktwaarde worden gewaardeerd.

Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de Pensioenwet (PW) en in het financieel toetsingskader pensioenfondsen (FTK).

Wat betekenen die nu? Een nominaal pensioen is een pensioen dat na de ingang van de uitkering gelijk blijft; het wordt na verloop van tijd niet geïndexeerd of verhoogd.

Het andere uitgangspunt gaat over pensioenverplichtingen die pensioenfondsen hebben aan (toekomstige) gepensioneerden. Pensioenverplichtingen vormen de tegenhanger van de pensioenaanspraken. Deze pensioenverplichtingen moeten volgens de Pensioenswet op marktwaarde worden gegarandeerd.

Dat betekent dat de verwachte toekomstige uitkeringen contant gemaakt moeten worden tegen een rekenrente: de zogenaamde rentetermijnstructuur die door DNB wordt gepubliceerd (DNB-RTS). Met deze rekenrente berekenen de pensioenfondsen hoeveel geld ze in kas moeten hebben om in de toekomst aan hun pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.

De uitgangspunten uit de PALMNET-notities zijn door toenmalig minister Arend Jan de Geus verwerkt in zijn wetsvoorstel voor de Pensioenwet. Echter: deze uitgangspunten zijn problematisch.

Allereerst omdat fondsen de nominale verplichtingen niet kunnen garanderen, zoals de PALMNET-notities stellen. Verzekeraars hebben weliswaar geen wettelijke mogelijkheid om pensioenaanspraken en -rechten te korten; pensioenfondsen hebben die mogelijkheid wel (ingevolge artikel 134 van de PW). Daardoor is dus een nominaal pensioen helemaal niet gegarandeerd. Dit heeft de Hoge Raad ook bevestigd in een arrest op 20 december 2019.

Ook het tweede uitgangspunt is problematisch, over de vaststelling van de pensioenverplichtingen op basis van de rentetermijnstructuur van de DNB. In de EU-Pensioenrichtlijnen wordt de berekeningsmethodiek voor de technische voorzieningen (dat zijn pensioenverplichtingen) op marktwaardering niet genoemd, en die is daarmee dus niet toegestaan.

Onder marktwaardering of ”fair value” van pensioenfondsverplichtingen wordt door DNB de methode van waarderen verstaan waarbij de waarde gebaseerd wordt op verhandelbare claims die dezelfde uitbetaling geven als de aangegane verplichtingen. De onderliggende gedachte is dat opgebouwde pensioenrechten op ieder moment overgedragen moeten kunnen worden aan een derde partij.

Deze methodiek van marktwaardering is niet logisch, omdat in de EU geen gereguleerde markt bestaat, waarop fondsen hun verplichtingen geheel of gedeeltelijk kunnen verhandelen. Bovendien is het bij wet verboden dat fondsen – als schuldenaren – hun verplichtingen verhandelen zonder toestemming van de schuldeisers en crediteuren.

Wie zijn de schuldeisers? Dat zijn de deelnemers aan de pensioenfondsen en gepensioneerden.

De Pensioenwet deugt dus niet, want ze is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten en ze is in strijd met de EU-pensioenrichtlijnen. Het is onthutsend om vast te stellen dat men totaal geen oog lijkt te hebben voor de dwingende bepalingen in de EU-pensioenrichtlijnen, en voor de belangen van werknemers en gepensioneerden. De uitwerking van het nieuwe pensioenakkoord gaat zelfs nog stappen verder in de strijdigheid met de geldende EU-pensioenrichtlijn.

Is er een alternatief? Dat is eigenlijk heel simpel. De regering dient de EU-pensioenrichtlijn alsnog correct om te zetten in de Pensioenwet. Als het kabinet dat doet, kan het pensioenakkoord en de uitwerking ervan in de prullenbak. De fondsen kunnen per direct de pensioenaanspraken en de ingegane pensioenen indexeren, zelfs met terugwerkende kracht.

Zo blijft het huidige pensioenstelsel – het beste ter wereld – houdbaar, hoewel het op onderdelen dient te worden gemoderniseerd.

De auteur is secretaris van de stichting Pensioenbehoud.