Maak jongeren weerbaar tegen on-Bijbelse wetenschap

Het boek ”From nothing to Nature” van de natuurkundige E. H. Andrews laat zien dat geloven in een almachtige Schepper van hemel en aarde niet irrationeel is. Foto: Zonsondergang boven de Stille of Grote Oceaan bij Costa Rica. beeld iStock

Het Nederlandse orthodox-christelijke smaldeel wordt behoorlijk aan het denken gezet over ”schepping en/of evolutie”. De voorzichtige acceptatie van de theïstische evolutieleer onder bevindelijk gereformeerden vraagt om een duidelijke stellingname. Het is de gezamenlijke taak van ouders, kerken en scholen om onze jonge mensen weerbaar maken en te vormen vóórdat ze gaan studeren.

De kern van de discussie is dat God een God van orde is en dat de door de wetenschap gevonden wetmatigheden in de objectieve en kenbare wereld om ons heen niet in strijd kunnen/mogen zijn met de Persoon van God de Schepper, zoals we Hem kennen vanuit de Schrift. God zou anders van de wetenschappelijk opgeleide mens het onmogelijke verwachten, omdat het geloof in de schepping niet in overeenstemming is met de wetenschappelijke feiten van de evolutie(theorie).

Men wil van dualisme, een scheiding tussen geloof en wetenschap, terecht niet weten, dus moet er wat gedaan worden om deze twee ogenschijnlijk tegengestelde visies met elkaar te harmoniseren. Dus moet er wel iets als een theïstische evolutie zijn geweest. Zo worden de kool en de geit gespaard, denken we.

Deze ongetwijfeld met oprechte intenties genomen keuze heeft echter nogal wat consequenties. Daarvan houden de belangrijkste verband met het Gods- en mensbeeld en de zin van het bestaan.

Eén groot wonder

1. Bij een theïstische evolutie hoort een Godsbeeld dat wezensvreemd is aan de Schrift. Beperkte mensen denken te weten hoe de Almachtige Zijn scheppingswerk verrichtte. De theorieën van de wetenschappelijke mens leiden tot afschaffing van het wónder van de schepping. Daarin wordt God gereduceerd tot een God Die in Zijn scheppend handelen wel gebruik moet hebben gemaakt van de evolutietheorie. Er is dus nog wel een plaats voor God, maar louter als Architect van de theïstische evolutie.

Volgens de Schrift is de schepping echter één groot wonder: Vader, Woord en Geest scheppen door het woord de hemel en de aarde. Verder onderhoudt God, naar de Schrift, de totale schepping. Gods kracht schraagt de schepping en zorgt ervoor dat we leven in een betrouwbare werkelijkheid, waarin natuurwetten gelden. Ook na de schepping stapt(e) God af en toe af van de door Hem gemaakte natuurwetten en vond/vindt er een wonder plaats. Een wonder is niet natuurwetenschappelijk te verklaren. God schiep hemel en aarde uit niets en Zijn logos creëerde en dicteerde de voor de mens kenbare objectieve werkelijkheid. Als gevolg daarvan zijn er natuurwetten ontdekt in de loop van de tijd.

De stap van wanorde naar orde, zoals de evolutieleer die voorstelt, is onmogelijk volgens de hoofdwet van de thermodynamica. Er is energie nodig om orde in stand te houden. Deze energie heeft een Naam: God. God bemoeide Zich persoonlijk met de schepping. Hij was niet onderworpen aan de beperkingen die de evolutietheorie Hem wil opleggen.

2. De ”staat der rechtheid” valt moeilijk hard te maken vanuit een theïstische evolutie, omdat die inhoudt dat er van den beginne geen goed geschapen mens is geweest, aan wie God Zichzelf openbaarde en een proefgebod gaf. Zo komt het duidelijk aanwezige raamwerk van de Schrift (schepping-val-verlossing-herschepping) op losse schroeven te staan. De Bijbel (OT en NT) gaat uit van een goede schepping en een diepe val. Bovendien geldt voor schepping-val-verlossing-herschepping dat dit wetenschappelijk onverklaarbare zaken zijn. Een theïstische evolutieleer lost ogenschijnlijk het ontstaansprobleem op, maar hoe wetenschappelijk is het dan nog om ook te geloven in de val, verlossing en herschepping?

Begrensd

3. De mens is als enige schepsel gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis. Hij is dus van een totaal andere orde dan de andere schepselen en kreeg ook een andere opdracht van God: voer heerschappij (rentmeesterschap) over al het geschapene. Als uniek schepsel behoort de mens tot de materiële én de geestelijke wereld. Hoewel „het ruime hemelrond Gods eer verkondigt”, wil God Zich uit genade alleen aan de mens openbaren. Hoe kan zo’n uniek schepsel ooit afkomstig zijn uit een primatenfamilie, via een theïstische evolutie?

4. De (theïstische) evolutieleer gaat uit van het concept káns in plaats van dóel. Er ligt dus geen reden of doel achter ons universum. Alles is het gevolg van ”blind chance”. Volgens de Schrift was het Gods intentie om de natuur en de mens te maken. Dus is God als Schepper, Die de schepping gewild heeft (Openbaring 4:11), „waardig te ontvangen heerlijkheid, eer en kracht”. Zou de Logos ”blinde kans” gebruikt hebben voor Zijn schepping?

5. De reikwijdte van natuurwetenschappelijke uitspraken is begrensd. Ze kunnen alleen verklaren hóe dingen plaatsvinden, niet waaróm. Wetenschap neemt de wereld zoals deze zich voordoet en vraagt niet waarom dingen zijn zoals ze zijn. Terecht vroeg Van den Beukel in ”De dingen hebben hun geheim” hiervoor aandacht. De waaromvraag is altijd het terrein geweest van theologie en filosofie.

De natuurwetenschappen lijken deze lang gerespecteerde grens opnieuw te overschrijden. Wittgenstein schreef al dat men moet zwijgen over dingen waarover men niet spreken kan. De waaromvraag beantwoorden vanuit een evolutionistisch perspectief is onmogelijk. Het antwoord dat de mens leeft in een doel- en zinloze werkelijkheid zou hem opzadelen met wanhoop.

Zo’n werkelijkheid is wezensvreemd aan de Schrift. Ieder mens is door God gewild en heeft een duidelijke opdracht: leven tot eer van Gods heerlijke Naam. De theïstische evolutieleer overschrijdt deze grens eveneens, omdat het de objectieve feiten in overeenstemming wil brengen met belangrijke Bijbelse noties.

Geschátte aannames

Het is niet onwetenschappelijk om op basis van dezelfde gegevens tot het inzicht te komen dat er een schepping is geweest. De natuur- en materiaalkundige E. H. Andrews toont in ”From nothing to Nature” duidelijk aan dat de evolutietheorie, die door vrijwel niemand volledig overzien wordt, heel veel geschátte aannames heeft. Wie uitgaat van de minimale waarde van deze aannames, komt tot een aardeleeftijd van zo’n 10.000 jaar.

Dit boek is een aanrader voor bovenbouwleerlingen van het voortgezet onderwijs en studenten in het hoger technisch onderwijs. Het laat zien dat geloven in een almachtige Schepper van hemel en aarde niet irrationeel is. Het is in diverse talen vertaald en heeft veel studenten geholpen aan een Bijbelgetrouwe reactie op de evolutietheorie.

Ken Ham maakt in ”The Lie: evolution - Genesis: the key to defending your faith” in Jip-en-Janneketaal duidelijk waarom een juist verstaan van het boek Genesis essentieel is.

Sylvia Baker beschrijft in ”Bone of Contention - Is evolution true?” haar persoonlijke zoektocht naar de aard van de schepping. Na een nominaal-christelijke opvoeding werd ze ongelovig, maar tijdens haar studie merkte ze dat de evolutieleer onmogelijk waar kan zijn. Dit leidde tot haar bekering. Ze verdedigt nu als wetenschapper Schepper en schepping.

Het is de gezamenlijke taak van ouders, kerken en scholen om onze jonge mensen weerbaar maken en te vormen vóórdat ze gaan studeren. In onze achterban is de verwarring rond schepping/evolutieleer groot. Veel (orthodoxe) christenen zijn gaan leven in gescheiden werelden. Daarin wordt doordeweeks ‘objectieve’ wetenschap beoefend en is op zondag ‘plaats’ voor wonderen van schepping en genade. Zo’n leven is onwenselijk en onnodig.

De auteur studeerde milieuchemie en Engels.