Jaartal van Israëls ontstaan gaat terug op Bijbel

Israël 70 jaar
„Het uitroepen en ontstaan van de staat Israël in 1948, het jaar 5708, was volstrekt geen toeval.” Foto: de Israëlische premier Netanyahu houdt in Jeruzalem een toespraak tijdens de officiële openingsceremonie vanwege het 70-jarig bestaan van de staat Israël. beeld EPA, Abir Sultan

Het Bijbelvers waarin God het Joodse volk beloofde dat het zijn land weer in bezit zou nemen, heeft er alles mee te maken dat de staat Israël juist in 1948 ontstond, benadrukt ds. Alfons van Vliet.

Dit jaar viert het Joodse volk, en talloze christenen met hen, dat Israël 70 jaar geleden tot een soevereine staat werd uitgeroepen, nadat de Verenigde Naties dit mogelijk hadden gemaakt. Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 29 november 1947 behandelde het toekomstige bestuur van het mandaatgebied Palestina. Hierbij werd besloten dat dit land, na beëindiging van het Britse mandaat over Palestina, verdeeld zou worden in een onafhankelijke Joodse en een onafhankelijke Arabische staat, volgens het opgestelde Verdelingsplan. Dit is de VN-resolutie waarop de vorming van de staat Israël gebaseerd is.

Op 14 mei 1948, de vijfde dag van de maand Ijar van het Joodse jaar 5708, werd Israël daadwerkelijk uitgeroepen tot een soevereine staat. David Ben Gurion, de eerste minister-president van het toen nieuwe land, zei daarbij: „Om een realist te zijn, moet je in wonderen geloven.” Het opnieuw bestaan van het land, de staat Israël, was zo’n wonder. Velen zagen en zien daarin een bewijs van het bestaan van God én de waarheid van de Bijbel, omdat juist in de Bijbel vele keren geschreven staat dat ooit het Joodse volk weer zou terugkeren naar zijn eigen land en dat weer in bezit zou gaan nemen.

Dat leek er trouwens heel lang, zo’n 2000 jaar, niet op: het Joodse volk was verspreid over de wereld en had geen thuisland meer. En toen kwam na de verschrikkelijke Holocaust tóch 14 mei 1948.

Ontdekking

Pas onlangs is er een ongelooflijk bijzondere ontdekking gedaan. We gaan daarvoor eerst naar wat in Deuteronomium 30:5 geschreven staat. God belooft daar aan Mozes: „En de HERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen.” Eeuwen en eeuwen hebben de Joden deze woorden gehoord, gelezen en gehoopt. Ze vroegen zich af wanneer deze belofte van God in vervulling zou gaan. Velen geloven dat dit in 1948 gebeurde.

Nu is 1948 in de Joodse jaartelling het jaar 5708. En of je nu in God en aan de Bijbel gelooft of niet, het kan geen toeval zijn dat het Bijbelvers Deuteronomium 30:5, het vers met deze belofte, het vers dat duizenden jaren vóór het jaar 1948/5708 is opgeschreven, het 5708e vers van de Bijbel is. Hier is geen sprake van gegoochel met cijfers, maar dit zijn twee duidelijke feiten: Deuteronomium 30:5 is het 5708e vers van de Hebreeuwse Bijbel én 1948 is in de Joodse jaartelling het jaar 5708.

Toen ik dit in de afgelopen week onder ogen kreeg, was ik eerst heel sceptisch. Ik dacht: weer zo’n berekening, zoals er al zo vele geweest en bedacht zijn, om van alles en nog wat te bewijzen.

Het liet me echter niet los en ik ben het gaan controleren. In de (Hebreeuwse) Biblia Hebraica Stuttgartensia, in The Complete Jewish Study Bible en in de Choemasj-uitgave van de Thora van Jitschak Dasberg. En het klopt!

Teken én bewijs

Dit geeft allereerst aan dat het uitroepen en ontstaan van de staat Israël in 1948, het jaar 5708, volstrekt geen toeval was. Op een ongelooflijk subtiele (en eeuwenlang verborgen) wijze had God dus al voorzegd, in Deuteronomium 30:5, dat dit zou gebeuren. Zonder dat Mozes, zonder dat het Joodse volk en zonder dat de christelijke kerk dat wist. Het werd pas ontdekt ná de vorming van de staat Israël, ná het in vervulling gaan van deze belofte van God. Er is dus geen sprake van manipulatie of speculatie.

Ik ben wat huiverig om dit in de openbaarheid te brengen. Maar boven alles ben ik van mening dat dit zo’n prachtig teken én bewijs is van het bestaan van God, van de waarheid van de Bijbel en van Gods beloften, dat iedereen dit moet horen. En mijn vurige hoop is dat dit alles vooral het Joodse volk, maar ook ons als christenen enorm mag bemoedigen en mag sterken in het geloof.

De auteur is als predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland werkzaam in Leeuwarden en Broeksterwoude.