Handelsverdrag EU bedreigt volksgezondheid

Protest in Brussel tegen ondere andere het verdrag van de EU met de Mercosur-landen, 17 april. beeld EPA, Stephanie Lecocq

Het handelsverdrag tussen de EU en een aantal Latijns-Amerikaanse landen vormt een bedreiging voor de Europese volksgezondheid. Daarom moet het verdrag per direct van tafel, betoogt Anne-Marie Mineur.

Hét symbool van het verzet tegen het TTIP-verdrag met de Verenigde Staten was de chloorkip. Het dier dankte zijn naam aan de Amerikaanse gewoonte om vlees te wassen met chloor om eventuele besmettingen te neutraliseren. De kip wekte veel ophef omdat de behandelmethode strijdig is met Europese regelgeving die de volksgezondheid beschermt. Mede vanwege het massale protest werden de onderhandelingen op een lager pitje gezet, en uiteindelijk door president Trump met veel tamtam in de koelkast gezet.

Het probleem is dat de productiewijze van veel producten buiten de Europese Unie maar moeilijk herleid kan worden: dat valt aan product vaak niet af te lezen. Het gevolg is dat slechts een klein deel aan de Europese grens herkend wordt als product dat niet aan onze strenge eisen voldoet. Daar komt bij dat lang niet alle importproducten in het lab gecontroleerd worden door instanties zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In het geval van kip is dat slechts 20 procent. Oftewel: vier van de vijf Zuid-Amerikaanse kippen belanden zonder sluitende controle op uw bord. Het afsluiten van verregaande handelsverdragen met landen waarvan we weten dat de standaarden veel lager liggen, is daarom een uitermate risicovolle praktijk.

Dat geldt bij uitstek voor het handelsverdrag met de Mercosurlanden: Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. De voedselveiligheidsstandaarden en controles in Mercosurlanden zijn veel minder streng dan in de EU: zo is hormoonvlees toegestaan. Ook ligt het vleesschandaal in Brazilië (waarbij slachthuizen bewust onveilig vlees exporteerden) nog vers in het geheugen van de Europese consument. Daardoor ligt er een reële nieuwe vijand op de loer: de salmonellakip. Onderzoek van voedselwaakhond Foodwatch toonde recent aan dat er het afgelopen jaar honderden keren salmonella werd aangetroffen in Braziliaanse kip die in de Europese schappen belandde.

Niet geloofwaardig

De Commissie heeft nu een importverbond ingesteld voor bedrijven waar recent opnieuw misstanden zijn aangetoond rondom de laboratoriumuitslagen van salmonellatests. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar daarmee is het probleem niet uit de lucht. Zo kondigde Brazilië deze week aan de handelssancties aan te vechten bij de WTO. Bovendien staat in het Mercosurverdrag dat wanneer de controlerende instanties in de Mercosurlanden eenmaal zijn erkend door de EU, de EU niet zomaar het recht heeft om bedrijven die willen exporteren aan inspectie te onderwerpen. Het is niet geloofwaardig om te denken dat de voedselinspectie in de Mercosurlanden opeens op orde is als een aantal bedrijven op een sanctielijst wordt geplaatst. Kortom, als het Mercosurverdrag doorgaat, worden de maatregelen van de Commissie mogelijk alsnog ondermijnd.

Daarnaast vormt het Mercosurverdrag een bedreiging voor het milieu en klimaat in Latijns-Amerika. De vleesproductie in de Mercosurlanden gaat gepaard met ontbossing in de tropische oerwouden van de Amazone, de Chaco en de tropische savanne de Cerrado. Omdat Mercosurlanden vlees voor een zeer competitieve prijs kunnen aanbieden, zal de productie en export van deze producten enorm toenemen, ten koste van kleinschalige boeren in deze landen die hoogwaardige kwaliteit leveren.

Het Zuid-Amerikaanse vlees is wisselgeld voor een deal die de Europese auto-industrie en financiële sector toegang geeft tot een nieuwe afzetmarkt. Extra maatregelen om de consument tegen de import van besmet rund- en kippenvlees te beschermen liggen daarmee politiek gevoelig. Daar hoeven we in dit late stadium van de onderhandelingen dan ook weinig meer van te verwachten.

De salmonellakip toont eens te meer aan dat de EU met het afsluiten van vrijhandelsverdragen bereid is de belangen van multinationals voorrang te verlenen boven die van mens, dier en milieu. We moeten geen verdragen afsluiten met landen waar de arbeids-, milieu- en dierenwelzijnnormen aantoonbaar slechter (of erger: afwezig) zijn, terwijl er wel massaal producten naar de interne markt geëxporteerd worden die een risico vormen voor de volksgezondheid. De EU doet er dan ook goed aan om de onderhandelingen over het handelsverdrag met Mercosur te staken.

De auteur is Europarlementariër voor de SP.