Eerst schuld belijden, dan antisemitisme bestrijden

„De Nederlandse kerkleiders zwegen toen Joden het ene na het andere onrecht werd aangedaan.” beeld Klaas de Jong

We kunnen het antisemitisme pas effectief tegengaan als we bekennen dat ook Nederlandse christenen schuld hebben aan de Holocaust, door hun misdadige zwijgen, stelt Klaas de Jong.

Bij de opening van een tentoonstelling over christendom en antisemitisme in Elburg (RD 8-9) zei dr. R. de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), dat zijn kerk het als haar taak ziet om het antisemitisme te bestrijden.

Dat is een goede zaak. Maar wellicht is het correct om, alvorens de strijd naar buiten toe aan te gaan, eerst naar de balk in eigen oog te kijken. Binnen de PKN leeft een vorm van antisemitisme die een echo is van wat de redactie van De Standaard, de krant van Abraham Kuyper, in 1873 schreef.

Men zei destijds dat je de Joden niet kon bekritiseren, omdat de kerken de Joden eeuwenlang hadden vervolgd. Ze hadden daardoor, volgens De Standaard, vrij spel bij hun wandaden.

Kristallnacht

Op een symposium van Kerk in Actie van de PKN op 15 april 2015 kwam een van de bestuursleden van de Protestantse Raad voor Kerk en Israël met een echo van dat argument: „Ik vraag mij weleens af hoe we gereageerd zouden hebben op het ontstaan van een staat Israël als de Shoah er niet geweest was.”

Het klonk voor mij alsof de spreker verwachtte dat we tegen de oprichting van de staat Israël zouden zijn geweest als de Holocaust niet had plaatsgevonden. Historisch gezien klopt dat niet, want Nederland stemde in met het vóóroorlogse plan van de Volkenbond om een Joods thuisland te stichten in Palestina. Nederland was zelfs vertegenwoordigd in de commissie die daarop moest toezien.

De vraag is ook fout vanuit moreel standpunt. Wie had eigenlijk schuld aan de Holocaust? De boeken ”Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941” (uitg. Het Spectrum, 1973) en ”Kristallnacht en Kamp Westerbork” (uitg. Toetssteen, 2017) laten zien dat de Nederlandse kerkleiders zwegen toen de Lutherse Kerk in Duitsland haar predikanten met Joodse voorouders ontsloeg. Ze zwegen in 1935, na de afkondiging van de Neurenberger rassenwetten, en ze zwegen na de Kristallnacht in 1938. Ze zwegen ook toen de Lutherse Kerk in Duitsland in de jaren dertig verkondigde dat Jezus geen Jood maar een Ariër was. Onwetend waren ze niet, want het stond in alle kranten.

Heinrich Grüber

De Duits-Nederlandse predikant Heinrich Grüber van de calvinistisch-gereformeerde gemeente in Berlijn zei na de oorlog dat hij zich schuldig voelde. Wonderlijk voor een man die in 1939 de SS-voorman Eichmann tegensprak en enkele jaren in een concentratiekamp zat. Grüber was ervan overtuigd dat de Holocaust niet zou hebben plaatsgevonden als de christenen massaal geprotesteerd hadden.

Zijn schuldgevoel sluit aan bij Spreuken 24. In dit hoofdstuk in de Lutherbijbel staat letterlijk dat men zich over het wegvoeren van onschuldigen niet mag excuseren met de uitspraak: „Wir haben es nicht gewusst.” In de Herziene Statenvertaling staat: „Wee als u zich afzijdig houdt.”

Dag van schuldbelijdenis

Onze bestrijding van het antisemitisme kan pas effectief zijn als we bekennen dat niet alleen de Duitsers maar ook wij Nederlandse christenen schuld hebben aan de Holocaust, door ons misdadige zwijgen van 1933 tot mei 1940.

Ik doe een oproep aan dr. De Reuver om me te helpen bij het organiseren van een dag van schuldbelijdenis van alle kerken tegenover de Joden!

De auteur is schrijver van meerdere boeken over de Holocaust, waarvan ”Kristallnacht en Kamp Westerbork” het meest recent is.