Eenheid SGP mag niet ten koste gaan van Bijbelse orde

„Inmiddels zou bijna tweederde van de SGP-raadsleden geen wezenlijke moeite meer hebben met vrouwen in de SGP-gemeenteraadsfracties.” Foto: verkiezingsbord op het Museumplein in Amsterdam. beeld ANP, Lex van Lieshout

Ter wille van de eenheid in de SGP rond het vrouwenstandpunt is er een neiging tot pragmatisme. Dit is echter vruchteloos als men de Schrift niet opnieuw laat spreken, stelt ds. M. van Reenen.

Het is moeilijk om leiding te geven aan een partij met zo’n grote diversiteit als de SGP. Een voorrecht is het dat men elkaar steeds heeft weten vast te houden. Het zou mooi zijn als de partij een oefenplaats zou blijken voor verbondenheid en eenheid op kerkelijk terrein.

Er zijn echter lastige verschilpunten. Een pregnant voorbeeld daarvan is het al dan niet aanvaarden van vrouwen op de kieslijst. Het is begrijpelijk dat het SGP-hoofdbestuur voorzichtig balanceert en dat dr. S. D. Post een lans breekt voor het vasthouden van elkaar (RD 3-3).

2018-03-01-WEEK1-SGP_vrouwen_DWK-6-FC_webVrouw vraagt van SGP stuurmanskunst

Toch geloof ik dat de SGP er niet verstandig aan doet als ze de huidige tweesporigheid laat voortduren. Het kan immers nooit goed gaan met onze standpunten als we die niet voortdurend Bijbels ijken en herbronnen. Bij een te grote voorzichtigheid verliezen partijleden steeds meer de verbondenheid aan de aloude principes.

Zwijgteksten

Inmiddels zou bijna twee derde van de SGP-raadsleden geen wezenlijke moeite meer hebben met vrouwen in de SGP-gemeenteraadsfracties, zo liet een RD-onderzoek zien. Ik vind dat schokkend. Bijna honderd jaar lang was het afwijzen hiervan wél een principieel punt van de partij, en het beginselprogramma stelt dit nog steeds. Naar mijn overtuiging is dit ook de beste vertaling van de Bijbelse uitgangspunten. Juist omdat zovelen hierbij vandaan geraakt zijn, lijkt het me goed dit voor het voetlicht te halen.

Heeft de SGP al die tijd vrouwen uit regeringsfuncties geweerd op grond van de ”zwijgteksten” uit 1 Kor. 14 en 1 Tim. 2? Dit werd gesuggereerd door prof. dr. A. Huijgen in zijn open brief aan het partijbestuur.

Hoewel ik zijn roep om eenduidigheid herken, verbaast mij de smalheid van zijn Bijbelse argumentatie. Zouden vroegere partijbesturen echt niet door hebben gehad dat deze teksten over het spreken in de kerk gingen? Uiteraard wel! Zij waren er echter terecht van overtuigd dat het uitgangspunt áchter deze teksten niet slechts tot de kerk beperkt kon blijven. Deze twee zwijgteksten zijn slechts een ambtelijke vertaling van het veelvuldig voorkomende Bijbelse onderscheid tussen man en vrouw, waarbij de man het hoofd is. Zó heeft God man en vrouw geschapen en zó geeft Hij hun een plek in allerlei verbanden.

Spanningsveld

Het zicht op dit onderscheid is ook in reformatorische kring op een merkwaardige manier veranderd. In de praktijk geven we er (afgezien van de SGP) nog slechts gestalte aan in de kerk en enigszins in het gezin.

Onlangs vroeg ik tijdens een huwelijkscursus hoe de deelnemers het hoofd-zijn van de man in praktijk brachten. Men wist eigenlijk maar twee zaken te noemen: het voorgaan in het gebed en het (hoofd)kostwinnerschap. Steeds meer wordt zo de kerk het laatste bastion van de oude rolverdeling.

Dat is vreemd. Als er érgens een plaats is waar dit onderscheid zou moeten vervagen, dan wel de kerk. In Christus is immers noch man noch vrouw (Gal. 3:28). Het is vreemd als vrouwen, die elders alles net zo goed kunnen doen als mannen, in de gemeente ineens op beperkingen stuiten. Andersom gezegd: als wij op goede gronden beweren dat in de kerk het onderscheid tussen de beide geslachten duidelijk zichtbaar moet zijn, dan des te meer op andere terreinen.

Het gezin is de plaats waar de man leert om hoofd te zijn naar het beeld van Christus en waar de vrouw leert onderdanig te zijn zoals de gemeente dat aan Hem is (Ef. 5). Vanuit deze verhouding volgen de consequenties vanzelf. Voor kerk, politiek én bedrijfsleven. Om dit laatste even apart te nemen: het is merkwaardig dat wij nog wel spreken over vrouwen in de politiek, maar dat er nauwelijks bezinning is op vrouwelijke managers. Hier ligt een spanningsveld in het kader van het Bijbelse spreken over de man als het hoofd.

Heilzaam

Willen wij helder krijgen hoe we de Bijbelse grondlijn kunnen vertalen voor de verschillende terreinen, dan lijkt het me heel heilzaam als we het beeld van het hoofd verder uitwerken.

Het klassieke huwelijksformulier vat dit samen onder de noemer leiden. Dit wordt onderverdeeld in onderwijzen, troosten en beschermen. Deze drie woorden lopen parallel aan profeet, priester en koning. Hoewel iedere christen hiertoe geroepen is (HC zondag 12), geldt dit voor de man ten opzichte van de vrouw nog breder.

Wie erkent dat God deze orde gegeven heeft, kan moeilijk handhaven dat het om het even is of er een man of een vrouw aan de politiek deelneemt. De vertegenwoordigende en regerende functie vraagt om iemand die ”hoofd” is. Waar we dit uit het oog verliezen, raken we iets kwijt van de heilzame orde die de Heere in Zijn schepping en in Zijn gemeente gelegd heeft. Het lijkt me van groot belang dat ook de nieuwe generatie SGP’ers met deze denklijnen vertrouwd is. Daar ligt naar mijn mening een taak voor het hoofdbestuur.

Maar hoe moet dat bestuur dan werken aan de eenheid in de partij? Wat moet het met vrouwen die tóch op een SGP-lijst gekomen zijn? Dat gevolg van een tweeslachtig beleid is voor dit moment onvermijdelijk. Ik zou er ook geen bezwaar tegen hebben om deze vrouwen wijsheid voor hun werk toe te wensen (zoals wij dat destijds ook onze vorstin deden).

Daarbij zou ik hen en anderen, zonder op de vrouw te spelen, er echter wel voortdurend aan willen herinneren dat dit hun eigenlijke plaats niet is. En ik zou de mannen in de partij ertoe willen aansporen dat zij weer of blijvend de taak op zich nemen waartoe zij geroepen zijn. Met het gebed dat dit ook naar buiten toe iets zichtbaar zal maken van de heilzame regering van Christus als Hoofd van Zijn gemeente.

De auteur is predikant van de hersteld hervormde gemeente te Oldebroek-’t Harde.