Durf klein te denken nu gewone kerkdienst er niet inzit

Bezinning
„Onder de huidige maatregelen is het voor gemeenteleden onmogelijk om thuis samen te komen; met een kleine groep naar de kerk gaan, kan wel. beeld RD, Henk Visscher

De coronacrisis maakt een einde aan grote dromen: de economie maakt een noodstop, in het sociale verkeer gelden allerlei beperkingen en ook kerkelijke gemeenten lijken ineens gemarginaliseerd. De crisis dwingt om niet groot, maar klein te denken. Laten kerkenraden inzetten op de kleine kernen, ten dienste van het grote geheel.

Hoe overleven kerken de coronacrisis? Nu de crisis veel langer gaat duren dan gedacht, is dit een relevante vraag. In maart hoopten velen op een snelle terugkeer naar de gewone situatie; inmiddels heerst al een halfjaar het nieuwe normaal. Hieraan kunnen de meeste mensen niet wennen, en terecht.

Om het kerkelijke leven zo goed en zo kwaad als het kan voort te zetten, is massaal gekozen voor onlinekerkdiensten met beeldverbinding. Terwijl zulke besluitvorming in gewone tijden maanden zou hebben geduurd, ging men nu in enkele weken online. Het mooie was dat de Woordbediening hierdoor toch kon doorgaan.

Kijkcijfers

Inmiddels ebt het enthousiasme bij velen weg; de kijkcijfers zijn lager dan een halfjaar geleden. Het valt nu eenmaal niet mee om met kleine kinderen de kerkdienst te volgen of als puber netjes op de bank te zitten. En soms zijn de kerkdiensten gewoon te lang om thuis goed verbonden te blijven. Vooral blijkt nu echter dat een ”onlinekerk” slechts een hulpmiddel is. Naar de kerk gaan, is echt iets anders dan vijf minuten voor tijd op de bank ploffen en via de laptop inloggen. En in de kerk zijn, is meer dan het luisteren naar een preek.

Het christelijke leven kent vaste praktijken, de kerkgang voorop. Maar de vraag is wat er van onze godsdienst overblijft, nu vertrouwde structuren wegvallen. Hoe blijft de gemeente bewaard bij het Woord als gewone kerkdiensten er vooralsnog niet inzitten? Ons antwoord is: laten kerkenraden inzetten op de kleine kernen, ten dienste van het grote geheel. Wie nu het kleine niet eert, is straks het grote niet waard. Durf daarom klein te denken.

Dit valt voor orthodoxe christenen niet mee. Al gaat de ontkerkelijking ook de gereformeerde gezindte niet voorbij, we denken graag in termen van schaalvergroting: om op peil te blijven of om verloren invloed terug te winnen. De coronacrisis is echter ook een kans om onze visie op de gemeente te herijken: heb aandacht voor het kleine en geringe.

Geen kerk is vanuit het niets met duizenden leden ontstaan, de eerste christengemeenten in Jeruzalem en Judea daargelaten. Doorgaans begint de Heilige Geest klein: met huisgezinnen en gezelschappen, die uitgroeien tot georganiseerde kerken. Zo ging het in de vroegchristelijke gemeenten en zo gaat het op veel plaatsen in de wereld nog steeds, in Indonesië bijvoorbeeld. Daar verlangen christenen niet naar grote kerken met rijen van banken, een mooi pijporgel en een hoge preekstoel. Zij nemen genoegen met eenvoudige onderkomens; ze komen onder het Woord in kleine groepen. En Gods Geest werkt krachtig onder hen, zelfs tegen vervolging en verdrukking in.

Mosterdzaad

Wat dat betreft biedt deze crisis een kans om te oefenen in Bijbels denken over geestelijke groei. De wet van het mosterdzaad is niet alleen dat God klein begint en dat Zijn werk vervolgens groot wordt. Het begint klein en het wordt nog kleiner. Het draagt vrucht door de dood heen. De dringende vraag is: Waar moeten wij vandaag aan sterven? Aan onze kerkelijke hoogmoed en zelfgenoegzaamheid. Aan onze orthodoxie, die soms zo bloedloos is, zo leeg wat de verborgen omgang met God betreft.

Klein leren denken betekent geen pleidooi voor de afschaffing van onze zondagse erediensten. Wie verlangt er niet naar om met de hele gemeente samen te zingen, te bidden en te luisteren naar het Woord van God? Waar het om gaat, is dat kerkdiensten kleinere verbanden veronderstellen. Allereerst de huisgodsdienst, maar ook verbindingen tussen gemeenteleden onderling. De vraag is of er onderliggende structuren zijn voor de zondagse samenkomsten. Zo niet, dan zullen de onlinekerkdiensten de geestelijke kaalslag niet tegenhouden.

Een crisis legt de zwakte van organisaties bloot; dat geldt ook voor kerkelijke gemeentes. Wie als kerkganger in de praktijk toehoorder was –en nu dus toeschouwer is– zit er fundamenteel naast. Wie in de kerk komt, is geroepen om hoorder en dader van het Woord te zijn. Om met zijn hele leven de Heere te dienen en niet alleen een paar uur op zondag.

Kerken moeten daarom niet te snel hopen dat alles spoedig weer gewoon is. Ze moeten de huidige situatie accepteren en in deze crisis niet in hun schulp kruipen, maar juist een stap vooruitzetten: door toenadering te zoeken tot gezinnen, kleine kernen van vrienden en geloofsgenoten, groepen van jongeren en ouderen. Als God het kleine niet veracht, mogen wij het ook niet doen.

Ruimte

Wat houdt klein denken concreet in? Allereerst moeten kerkenraden dicht bij hun leden staan, om samen de huisgodsdienst op orde te brengen. Juist als deze, in vergelijking met eerdere generaties, is versloft. En laten ambtsdragers vervolgens samen met gemeenteleden zoeken naar mogelijkheden om toch samen te komen. Onder de huidige maatregelen is het thuis onmogelijk; met een kleine groep naar de kerk gaan, kan wel. Dat hoeft niet alleen op de zondagse kerktijden. Laten kerkenraden de kerk openzetten gedurende de week, zodat kleine groepen samen kunnen komen om te bidden, Bijbel te lezen en te zingen. Geef als kerk je gemeenteleden ruimte (letterlijk in het kerkgebouw, figuurlijk in vertrouwen) om te oefenen in de gezamenlijke omgang met God. En ook om de gang naar de kerk erin te houden, op welk tijdstip in de week dan ook.

Wat zou het mooi zijn als het kerkgebouw intensief gebruikt wordt door telkens kleine groepen gemeenteleden. Om samen aan godsdienstoefening te doen. Want met huisgodsdienst alleen zijn we er niet. Het christelijk geloof kenmerkt zich immers door gemeenschap, gemeenschap met God én met elkaar.

In die kleine groepen kunnen mensen ook het verlangen koesteren naar het samen komen als gemeente; ze kunnen met Psalm 42 zingen over het hert dat verlangt naar water, en ineens de dichter van de psalm aanvoelen als die met pijn in het hart terugdenkt aan hoe hij onder stem en snaren opging met Gods blijde scharen. In die oefening kunnen we samen de waarde van de zondagse samenkomsten opnieuw ontdekken.

Jezus heeft gezegd dat Hij daar is waar er twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn. Over klein denken gesproken. Mensen kunnen het wijs beleid van de Koning van de kerk niet doorgronden. Vast staat wel dat christenen vandaag gedwongen worden om opnieuw te ontdekken dat de wet van het Evangelie niet die van het groter worden is, maar die van het mosterdzaad. En die is niet zonder belofte.

Aanbevelingen

Voor gemeente-zijn in coronatijd doen kerkenraden er goed aan de volgende aanbevelingen te overwegen:

1. Open de kerk voor doordeweekse samenkomsten in kleine groepen.

2. Bevorder met elkaar de huisliturgie en help elkaar hieraan gestalte te geven.

3. Probeer in kleine groepen het verlangen levend te houden om als hele gemeente op zondag voor Gods aangezicht te komen; niet als alleen toeschouwers maar als hoorders en daders van het Woord.

4. Zoek met onlinediensten aansluiting bij de liturgie in de huiskamers. Maak de diensten korter en geef aanwijzingen voor hoe de dienst is te verbinden aan de huisgodsdienst.

De auteurs zijn ambtsdrager en docent aan Driestar educatief in Gouda.