Droogteschade vaak onderschat

„Het begrip droogte heeft drie elementen in zich: watertekort, verslechterde waterkwaliteit en koelwatertekort.” Foto: Een pony in de bedding van de Waal bij Nijmegen, in de droge zomer van 2003. Foto ANP ANP

Nederland krijgt in toenemende mate te maken met een zoetwatertekort, luidde een alarmerend bericht in het Reformatorisch Dagblad van 1 maart. Ing. K. van den Herik is ervan overtuigd dat de planologische inrichting van Nederland op de schop moet en dat water een van de sturingsinstrumenten voor de ruimtelijke ordening wordt.

Watertekort treedt zelfs in Nederland, waterhuishoudkundig de delta van Noordwest-Europa, regelmatig op. De zomer van 2003, maar ook die van 1976 getuigt daarvan. De verwachting is dat door veranderingen in het klimaat dergelijke droge zomers vaker voor gaan komen.

Mens en natuur hebben water nodig om te kunnen overleven; niet te veel, maar zeker niet te weinig.

Veranderend beeld
Het beeld van water in de samenleving is aan het veranderen van een vijand die gekeerd of afgevoerd moet worden, naar een bondgenoot die onze leefomgeving kan verbeteren. Dit heeft grote gevolgen voor de samenleving en voor de inrichting van ons land.

De veelvuldige wateroverlast van de jaren negentig en de droogte aan het begin van de eenentwintigste eeuw zijn tekenen dat het klimaat langzaam maar zeker aan het veranderen is. Te veel water is een bekend verschijnsel; te weinig water veelal een onderschatte bedreiging. Vanuit het zeer droge jaar 1976 is bekend dat de schade voor landbouw en scheepvaart vele malen hoger was dan de natschade in de jaren daarvoor.

Wereldwijd is het klimaat aan het veranderen. Sinds het midden van de vorige eeuw is het door de mens versterkte broeikaseffect waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak. Hoewel stappen worden ondernomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, neemt deze nog steeds toe.

Klimaatveranderingen zijn waarneembaar: de neerslag en de intensiteit ervan nemen toe, temperaturen worden hoger en extreme weersomstandigheden zoals droogte en zeer zware regenbuien komen vaker voor. Hierdoor stijgt de zeespiegel, het groeiseizoen wordt langer en er ontstaan hogere pieken in de waterafvoer van de grote rivieren.

De natuur reageert op klimaatverandering: planten bloeien eerder en vogels broeden eerder. De leefgebieden van diverse soorten verschuiven doordat de temperatuur stijgt. Zuidelijke, warmteminnende soorten nemen toe in Nederland.

Verstoord evenwicht
De afgelopen jaren is ons land regelmatig getroffen door wateroverlast. Dit heeft maatschappelijk en politiek de vraag doen rijzen of de waterhuishouding voldoende is aangepast aan klimaatveranderingen, onze ruimte en ons grondgebruik. Een commissie kreeg opdracht de Tweede Kamer te adviseren over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland. De slotconclusie was helder: het evenwicht tussen het watersysteem en het ruimtegebruik is verstoord. Behalve wateroverlast staat ook droogte nadrukkelijk op de wateragenda.

Het begrip droogte heeft drie elementen in zich: watertekort, verslechterde waterkwaliteit en koelwatertekort. Droogteschade treedt vooral op bij grondgebonden landbouw, scheepvaart en natuur.

Daarnaast zorgt droogte voor maatschappelijke onrust. De belangrijkste oorzaken van droogte zijn neerslagtekort (verdamping), lage rivierafvoeren en fysieke beperkingen om water aan te voeren.

Jaren van een groot neerslagtekort waren: 1911, 1921, 1959, 1976 en 2003. De schade aan de landbouw was significant meer dan bij jaren met een neerslagoverschot. In droge perioden kunnen schippers hun beroep niet meer (volledig) uitoefenen en is er dus concreet sprake van opbrengstderving.

Voor de natuur ligt het allemaal iets gecompliceerder. Verdroging van natuurgebieden wijst vaak niet op de hoeveelheid beschikbaar water maar op de kwaliteit daarvan. Bij het bestrijden van verdroging in natuurgebieden wordt er veelal naar gestreefd de diepere grondwaterstromen (kwel) weer te laten reiken tot de wortels van de planten. Het komt in de praktijk voor dat een kletsnat gebied toch verdroogd is. Bovendien heeft de depositie vanuit het milieu een grote invloed op de waterkwaliteit en daarmee indirect op het herstel van natuurwaarden.

Regionaal zijn er grote verschillen; verdroging op de Veluwe is van een totaal andere orde dan verdroging in het westen van ons land.

Wilnis
Droogte veroorzaakt ook maatschappelijke onrust. In 2003 werd een verwoede discussie gevoerd over het inlaten van iets verzilt water. In Wilnis en Rotterdam bezweken enige kleine stukjes regionale waterkering. Er waren gelukkig geen mensenlevens te betreuren, maar de emotionele en de materiële schade waren behoorlijk groot.

Onder zulke omstandigheden wordt, begrijpelijk, zelden gesproken over de faalkans van een waterkering. Waterkeringen hebben, hoe klein die ook moge zijn, een faalkans, uitgedrukt in een kans van voorkomen per jaar. Voor waterkeringen in het rivierengebied geldt een faalkans van 1/1250 per jaar, terwijl voor zeeweringen de faalkans 1/10.000 is. Het risico ten gevolge van milieurampen is overigens factoren hoger ingeschat. Hiervoor wordt landelijk 1 miljoenste kans per jaar gehanteerd.

In de zomer van 2003 werd ons als burgers gevraagd zuinig om te gaan met energie, omdat er onvoldoende koelwater voorhanden was.

Het waterbeheer in de vorige eeuw is gericht geweest op beheersing. Veelal ten behoeve van de landbouw wordt het water zo snel mogelijk afgevoerd. De ruimtelijke ordening brengt het watersysteem nog verder in de problemen. Woonlocaties, bedrijventerreinen, intensieve landbouw, grondwateronttrekkingen, glastuinbouw en infrastructuur worden ontwikkeld op plaatsen die vanuit het oogpunt van waterbeheer verkeerd zijn.

Diepe ontwatering van landbouwgebieden, snelle afvoer van water, toenemende verstedelijking en meer grondwateronttrekking hebben de afgelopen decennia geleid tot een aanzienlijke verdroging van waardevolle natuurgebieden.

De problemen en knelpunten in het waterbeheer zullen ten gevolge van klimatologische veranderingen alleen nog maar toenemen. Er moet rekening worden gehouden met een intensievere regenval, frequentere buien en langere periodes van droogte. De zeespiegelstijging vergroot de problemen voor, op en achter de kust. Bovendien zorgt bodemdaling voor een toenemend hoogteverschil tussen het buitenwater en het land. Deze ontwikkeling heeft weer gevolgen voor de waterkwaliteit (verzilting door toename kwel).

Extreme neerslag
Het klimaat is ’waarneembaar’ aan het veranderen. De kans op extreme neerslag neemt toe, maar in de zomer zullen steeds meer ook langdurige perioden met waterschaarste voorkomen. De zomer van 2003 staat ons helder voor ogen. Waterbeheer in de eenentwintigste eeuw vereist een totaal andere benadering van het vraagstuk dan in de vorige eeuw; het woord ”omdenken” wordt in een dergelijke discussie gebruikt.

Kenmerkend voor het omdenken in het waterbeheer is de vraag: Hoe ziet de ruimtelijke inrichting van Nederland er in de nabije toekomst uit? Wij dienen ons, als inwoners van het lage landje aan de zee, ervan bewust te zijn dat de planologische inrichting van Nederland op de schop moet. Water wordt een van de sturingsinstrumenten voor de ruimtelijke ordening.

Rentmeesterschap
Het bouwen en bewaren van deze aarde voor het nageslacht is een bijbelse opdracht. De mens heeft tot taak het zo veel als mogelijk is instandhouden van onze fysieke leefomgeving. Deze opdracht omvat enerzijds het landschap en de biodiversiteit als materiële basis, en anderzijds het menselijk voortbestaan en behoeftevoorziening als specifieke cultuuropdracht.

Toegespitst op het waterbeheer leidt dat tot aandachtspunten zoals: zorgen voor een optimale hoeveelheid schoon en zoet water voor mens, dier en natuur, het bieden van bescherming tegen overstromingen (natuurgeweld) en vervuiling (menselijke roofbouw) en het ontwikkelen van milieu- en mensvriendelijker technieken voor duurzamer waterbeheer.

De auteur is afdelingshoofd bij een van de waterschappen; hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.