Doorbreek isolement van schaamte

De westerse wereld wordt steeds meer een schaamtecultuur. Gods empathie en compassie zijn het enige tegengif tegen schaamte, waardoor we weer oog krijgen voor God en onze medemens, betoogt Gert-Jan Roest.

De kerk is een prachtige uitvinding! Maar in elke nieuwe cultuur en nieuwe periode staat ze voor de uitdaging om opnieuw uit te vinden hoe het Evangelie op een nieuwe manier kan worden verteld en geleefd moet worden. Ook nu weer. De jongeren van vandaag groeien op in een andersoortige cultuur dan hun ouders toen die jong waren. De kerk zal bereid moeten zijn om deze nieuwe uitdagingen aan te gaan. Allereerst ter wille van de jongeren zelf, zowel christenen als niet-christenen. Maar ik vermoed dat ze daarmee ook de ouderen zal helpen, omdat die ook beïnvloed worden door de huidige cultuurverschuiving.

Ik wil slechts een van die uitdagingen aansnijden, namelijk schaamte. Hoe vertellen we het Evangelie in een schaamtecultuur, en hoe kunnen we het Evangelie in deze tijd belichamen?

Kaasstolp

De westerse wereld verandert en wordt steeds meer een schaamtecultuur, hoewel anders dan de collectieve schaamteculturen. Sommigen spreken zelfs over een epidemie van schaamte. Schaamte is het moeras van de ziel. Je wilt ervan wegblijven om niet naar beneden getrokken te worden.

Hoe zijn we in de westerse cultuur hier aanbeland? Het is het verhaal van de kaasstolp en de vingerhoed. In de middeleeuwen was er nog geen kaasstolp. De relatie met God en het leven na de dood waren heel reëel. Mensen worstelden met schuldgevoelens.

Toen kwam er langzamerhand een grote kaasstolp over de westerse wereld. De grote Ander, God Zelf, raakt buiten zicht. Ook eeuwig leven na onze dood zien we niet meer. Alle aandacht kwam te liggen bij het leven onder de kaasstolp, het hier en nu, onze geschiedenis en maatschappij. Het is niet direct een slecht leven onder de kaasstolp. We hebben nog een diep besef van onze verantwoordelijkheden tegenover de medemens. Hier gaven bijvoorbeeld het humanisme en het socialisme in de 20e eeuw uitdrukking aan.

Door allerlei filosofische en technologische ontwikkelingen zijn deze grote -ismen, deze grote verhalen, echter ongeloofwaardig geworden. We leven daarom nu niet alleen onder een kaasstolp, maar ieder van ons leeft ook onder een omgekeerd vingerhoedje. Onze aandacht wordt nu helemaal gericht op onszelf. De kleine ander verdwijnt nu ook uit beeld, in die zin dat we geen morele verplichting hebben om iets voor die ander te betekenen. We zoeken geen intimiteit vanuit een gerichtheid op wat de ander nodig heeft, maar we proberen wanhopig onze eigen behoeften te bevredigen.

Maar lukt het om je compleet gelukkig en goed te voelen? Voor veel mensen absoluut niet. En dat heb je alleen jezelf maar te verwijten. „Je kunt alles worden wat je wilt, dus als je niet succesvol bent, ligt dat aan jou.” We ervaren een enorme spanning tussen ons ideale zelf, de persoon die we willen zijn, en ons werkelijke zelf. We kijken in de spiegel en zeggen: „Tegen jou alleen heb ik gezondigd.”

Weerklank

En daar ontstaat de epidemie van schaamte. Schaamte is anders dan schuld. Schaamte is gericht op het zelf; schuld op gedrag. Schuld zegt: Ik heb iets slechts gedaan. Schaamte zegt: Ik ben slecht. Je trekt je terug en isoleert jezelf. Je bent doodsbang dat anderen je zullen afwijzen en je geen liefde en waardering krijgt, als anderen werkelijk zien wie je bent. Studies tonen aan dat jongeren vandaag de dag een grote angst en verlegenheid hebben, en dat er een toename is van eenzaamheid en depressie. Het zijn de destructieve effecten van schaamte.

De manier waarop we gewend zijn het Evangelie te vertellen, vindt vaak geen weerklank bij jongeren en niet-christenen. Dat houdt me bezig. Dat doet me pijn. Laat ik een gevaarlijke vraag stellen: Zou het zo kunnen zijn dat de manier waarop we gewoon zijn het Evangelie te verwoorden, mede beïnvloed is door de westerse cultuur net voor de kaasstolp en net erna, maar dat onze verkondiging nog niet is toegesneden op de vingerhoedcultuur waarin schaamte een grote rol speelt? Vaak heeft namelijk de verkondiging haar spits in het vraagstuk van individuele schuld en blijft de relationele dimensie buiten beeld, terwijl juist de angst voor gebrek aan verbinding en het verlangen naar liefde en aandacht de diepere laag is van de vingerhoedcultuur.

Zo hebben we het spreken over zonden gereduceerd tot de aanwezigheid van verkeerde daden, terwijl de diepere laag van zonde juist de afwezigheid is van op de ander gerichte relaties met God en mens. Let er ook maar eens op hoeveel niet-relationele beelden er van God zijn, waarbij Zijn almacht in het centrum staat en niet Zijn liefde.

Verloren zoon

Ik wil onderstrepen dat we Gods empathie en compassie in het centrum moeten houden. Het zijn de enige krachten die zowel de vingerhoed als de kaasstolp kunnen verwijderen, zodat we onze medemens weer gaan zien en ook God, Die in Christus de wereld met Zich verzoend heeft, zijn overtredingen hem niet aanrekenend.

Iemand die dit alles haarscherp aanvoelde, was Henri Nouwen. Niet voor niets koos hij als centraal verhaal de gelijkenis van de verloren zoon, waar een diep relationeel verstaan van zonde gekoppeld wordt aan een diep relationeel verstaan van de liefde van God. Gods liefde laat Zijn kinderen gaan als ze weg willen. Maar Gods hart huilt en wacht. Ja, in Jezus is God ons komen opzoeken. Hij ziet ons werkelijke zelf: gebroken, onwaardig, vervuild en vies. Maar Jezus kijkt door de dikke korst van verderf heen. Hij brengt ons naar de wachtende Vader, Die schaamteloos naar ons toe rent en ons in onze schaamte omarmt, ons eert als geëerde kinderen, laat deelnemen aan het feest van het Koninkrijk, en ons vandaar uitstuurt om anderen uit te nodigen voor dit feest, totdat de wereld vernieuwd is.

Kwetsbaarheid

De vraag is nu hoe de kerk het Evangelie moet belichamen om jongeren te helpen volwassen te worden. Dat begint met het Evangelie onszelf eigen te maken. Helaas ontbreekt dit vaak. Ik heb veel christenen ontmoet die gebukt gaan onder hun innerlijke kritische stem. Het Evangelie vertelt hun over Gods genade, vergeving, compassie en empathie, maar men realiseert zich niet dat vertrouwen op het Evangelie betekent dat we de verantwoordelijkheid hebben om ons dit eigen te maken. Heb de moed om met empathie en compassie naar jezelf te kijken. Zo kijkt God naar je.

Ook moet er ruimte zijn voor kritische vragen. Jongeren hebben een bloedhekel aan een kerk die je precies vertelt wat je moet denken en wat je moet doen. Een gezonde geloofsontwikkeling kan alleen plaatsvinden als er ook ruimte is voor een kritische fase waarin alles bevraagd mag worden. De kerk kan daarbij mensen als begeleiders aanstellen die zelf door die kritische fase zijn gegaan en niet bang zijn voor twijfel.

Daarbij moet de kerk een cultuur van kwetsbaarheid stimuleren om schaamte te overwinnen. Moedig elkaar aan om dat waarvoor je je schaamt aan minstens twee mensen te vertellen en om de confrontatie met schaamte aan te gaan. Doe dat ook in het persoonlijk gebed. Leer kwetsbaar te bidden. Probeer je niet vromer voor te doen dan je bent, maar deel met de Vader wie je werkelijk bent en wat je voelt.

De kerk moet mensen ook uitdagen voor de trainingsschool van liefde. Jezus’ liefde is de kiem van de grootste revolutie van liefde in de wereldgeschiedenis. Daag mensen uit om te stoppen met het zoeken van zelfvervulling en zelfontplooiing. Begeleid hen en leer hun gewoonten die hun verlangen op God richten. Geef je met al je kracht aan Jezus en Zijn Koninkrijk van liefde. De paradox van het Evangelie is dat je zelfvervulling en zelfontplooiing juist op een diepere manier vindt als je stopt met het zoeken ervan en je leven in dienst stelt van Jezus en Zijn Koninkrijk.

De auteur is parttime universitair docent te Kampen in de master missionaire gemeente en heeft vijftien jaar als evangelist en voorganger leidinggegeven aan Via Nova Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op de lezing die hij op 6 april hield tijdens het symposium ”De moed om volwassen te zijn” op de Evangelische Hogeschool in Amersfoort.