De hel is in de Bijbel een realiteit

Volgens de kerkvader Chrysostomos gaan er zelfs meer predikanten verloren dan er gered worden. beeld Wikimedia

De hel als eeuwige plaats van straf komt niet uit de Bijbel, maar is later door de kerk uitgedacht. Uiteindelijk laat God iedereen de hemel binnen of anders houden goddelozen gewoon op te bestaan. Als er al een hel is, is die tijdelijk. Jezus heeft immers het beste voor met iedereen. Hel en eeuwige straf lijken verdwenen uit de evangelisatie. Is dat een goede zaak?

We zijn voorzichtig geworden in het spreken over de hel. Misschien hebt u het ook al gehoord: „De hel is in de Bijbel de plaats waar God niet is. De hel is vaak hier, op aarde.”

Adventisten (bijvoorbeeld Jehovah’s Getuigen) ontkennen de eeuwige straf. Ze geloven in vernietiging, waarbij de ziel van mensen ophoudt te bestaan. De anglicaanse aartsbisschop William Temple vond dat ook. Zij worden daarin gevolgd door een lange reeks van evangelische theologen. Onder hen zijn invloedrijke auteurs: Richard Bauckham, John Stott, John Wenham, Michael Green, Ian Howard Marshall.

In actieve straf en pijniging van de goddeloze na het laatste oordeel geloven veel christenen dus niet meer. In de liefde van Jezus en het bestaan van de hemel natuurlijk wel. Bijna-doodervaringen bevestigen het hiernamaals, maar lijken ook aan te geven dat bijna iedereen naar de ”Good Place” gaat. Invloedrijke theologen als Karl Barth preekten dat het uiteindelijk goed komt met iedereen. Menige begrafenis werd een canonisatie (heiligverklaring).

In de Rooms-Katholieke Kerk staan de zaken er nog erger voor, hoewel de catechismus ook daar anders leert. Als de hel al bestaat, zit er in de praktijk niemand in. Of omdat God alle menselijk leven uiteindelijk toch wel redt (paus Johannes Paulus II), of omdat zielen van zondaren gewoon verdwijnen (paus Franciscus in maart van dit jaar). ”Vuur en zwavel” zijn metaforen, theologentaal voor ‘niet echt’. Een kardinaal uit Engeland (Nichols) deed er, onbedoeld, nog een schepje bovenop. De kerk zou nooit gezegd hebben dat er daadwerkelijk iemand in de hel beland is.

Van de Heere Jezus vernemen we anders. De meeste Bijbelboeken spreken helemaal niet over de hel, maar juist onze Heiland doet dat regelmatig. Denk aan het refrein: „Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt” (Mark. 9:42-48). In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus is er een onoverbrugbare kloof die helbewoners van hemel en aarde scheidt (Luk. 16:26). Dat is echter meer dan scheiding en afwezigheid van God. Het is ook een plaats van straf. De pijn en de straf zijn echt (Luk. 16:24). In de hel gaat het er eerlijk aan toe. Mensen worden behandeld volgens hun kennis en daden (Luk. 12:47-48).

De Heere laat geen misverstand bestaan over het eeuwige karakter van de helse straf: „En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven” (Matth. 25:46). Het Griekse woord voor ”pijn” is het gevolg van straf krijgen. Vandaar dat veel vertalingen ”eeuwige straf” hebben. De dood is het einde niet. Daarom moet je oppassen hoe je leeft (Matth. 10:28).

Juist dat eeuwige oordeel over ziel en lichaam bewoog de Vroege Kerk tot evangelisatie. Wanneer Paulus in Athene aan Grieken het Evangelie uitlegt, spreekt hij over Jezus als eeuwige rechter (Hand. 17:31). Echt geloof leidt tot gehoorzaamheid.

Ook volgens de kerkvaders is straf van God na dit leven een realiteit, ook voor kerkleiders. Volgens Chrysostomos gaan er zelfs meer predikanten verloren dan er gered worden (”Homilie 3 over Handelingen” 1:12).

In 2014 verscheen een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Gelovigen tussen de 17 en 30 jaar zijn op zoek naar echtheid. Zij willen bewust de leer van de kerk van alle tijden. Ook over de hel.

De hel is een realiteit. Die kunnen we tot onze schade negeren, maar niet veranderen. Gelukkig maar. Hoewel het onrecht lijkt te heersen op aarde, krijgen zondaren uiteindelijk de rekening gepresenteerd. Daarom moeten we onze zonde in dit leven serieus nemen, voor het te laat is. „Wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen” (1 Kor. 5:20).

De auteur is classicus en nieuwtestamenticus. In deze rubriek worden antwoorden gegeven op vragen over het christelijk geloof.