Dekker wedt met gokwet op het verkeerde paard

beeld RD, Henk Visscher

In 2014 bedacht het toenmalige, op Malta gevestigde gokbedrijf Oranje Casino een reuzestunt. Het sponsorde opzichtig een nieuwe reddingsboot voor de vloot van de Nederlandse reddingsmaatschappij; Royal Flush geheten, een aan de pokerwereld ontleende naam. Opzichtig, want prominent aanwezig bij de doop was toenmalig VVD-staatssecretaris Teeven. Hij was destijds verantwoordelijk voor het Nederlandse kansspelbeleid.

Het voorval illustreerde de uitgekiende manier waarop gokbedrijven zich in Nederland acceptabel hebben gemaakt. Teevens aanwezigheid bij dit alles was des te frappanter, omdat hij als eerste een controversiële ommezwaai bepleitte in het gokbeleid. Bedrijven die in strijd met de wet online kansspelen aanboden, moesten niet langer worden aangepakt. Er moest volgens hem een vergunningenstelsel komen, waarmee het internetgokken kon worden gelegaliseerd.

Dinsdag besprak de Eerste Kamer de wet die deze modernisering moet regelen. Vijf kritische fracties, aangevuurd door de SP, zagen daarbij kans de stemmingen uit te stellen. Zij willen dat minister Dekker, in dit kabinet de verantwoordelijke bewindspersoon, eerst nader tekst en uitleg geeft over een aantal zwakke plekken in de wet.

Dekker heeft hoge verwachtingen van zijn plan. Daarvoor trekt hij de aloude legaliseringstheorie uit de kast: als gokbedrijven alsnog groen licht krijgen voor het mogen organiseren van online kansspelen kan de overheid tenminste afdwingen dat ze zich aan bepaalde regels houden. Die theorie is echter speculatief. Dekker moderniseert dus niet alleen, hij experimenteert ook met dit beleid.

Kwetsbare, voor verslaving gevoelige spelers zijn onmiskenbaar de zwakste schakel in het kansspelsysteem. Hun bescherming wordt straks als het aan Dekker ligt in hoge mate de verantwoordelijkheid van de gokbedrijven. Zij moeten een online observatiesysteem inrichten, bij problematisch spelgedrag aan de bel trekken en de speler doorgeleiden naar de verslavingszorg. Dat oogt op z’n zachtst gezegd niet meteen vertrouwenwekkend. Wie bij dertig kansspelen van dertig verschillende aanbieders meespeelt, kan dertig bedragen kwijtraken die opgeteld kunnen neerkomen op een behoorlijk verlies.

Deze wet wekt sterk de indruk vooral te zijn bedoeld om de recreatieve speler meer comfort te bieden. Twijfelachtig is echter of dat een kerntaak is van de overheid. Kan met hetzelfde recht niet worden betoogd dat een overheid burgers eerst en vooral op de risico’s van gokken moet wijzen? En dat wie vervolgens voor de aardigheid eens wil meedoen aan een illegaal gokspelletje daar dan zelf voor verantwoordelijk is?

Wat de meest kwetsbare groepen bij deze plannen te winnen hebben, is de vraag. Het kabinet moet daarover meer duidelijkheid geven, anders wordt inzetten op deze stelselwijziging een kwestie van wedden op het verkeerde paard.