Column: Vrijhandel op zijn retour, goed of slecht nieuws?

beeld AFP, Paul Ellis

Er waait een andere wind door de wereld, die ook een van de klassieke thema’s in de economie treft. Decennialang is het beleid verdedigd dat vrije internationale handel voor iedereen goed is. Deze gedachte gaat terug op Adam Smith, de vader van de economie. In zijn ”Wealth of Nations” beargumenteert hij dat wanneer het ene land goed is in het maken van het ene product (waterwerken in Nederland) en het andere land goed is in het vervaardigen van een ander product (de filmindustrie in de VS of auto’s in Duitsland), beide landen er voordeel bij hebben om deze goederen met elkaar te ruilen.

Maar sinds kort kantelt dit beeld. De nieuwe Amerikaanse president, Donald Trump, is van mening dat handel de economie van de VS veel schade berokkent. Hij heeft zijn denkbeelden direct in praktijk gebracht door een dikke streep te zetten door de voorbereidingen van het TPP-vrijhandelsakkoord tussen de VS en onder meer Australië en diverse Zuid-Amerikaanse landen. Het beleid van Trump maakt het onwaarschijnlijk dat ook de onderhandelingen over een verdere liberalisering van de handel tussen de VS en Europa (het zogenaamde TTIP-verdrag) tot een goed einde worden gebracht. Is dit nu goed nieuws of slecht nieuws?

Op het eerste gezicht zou ik zeggen: dat is slecht nieuws. Het is ontegenzeggelijk dat de handel tussen landen ons veel welvaart heeft gebracht. Waarom zou dat ook niet in de toekomst gelden? Berekeningen voorspellen dat TTIP Nederland op de lange termijn tussen de 1,5 en de 4 miljard euro oplevert. De EU zou er tussen de 35 en de 120 miljard euro op vooruitgaan en de VS tussen de 25 en de 40 miljard.

Toch bestaan er ook veel twijfels over voortgaande globalisering van de economie. Een van de zorgwekkende aspecten van TTIP is dat landen weer een stukje van hun soevereiniteit inleveren. Het meest in het oog springende aspect bij TTIP is dat het gepaard gaat met een extra bescherming van internationale investeerders (het zogenaamde Investor-State Dispute Settlement, ISDS).

Hierdoor krijgen internationale bedrijven de mogelijkheid om nationale regeringen voor een internationaal gerecht aan te klagen als een regering nieuw beleid introduceert dat de belangen van deze bedrijven schaadt. Uit het verleden zijn hiervan meerdere voorbeelden. Zo klaagde een Amerikaans oliebedrijf, Lone Pine Resources Inc., de Canadese regering aan voor 119 miljoen dollar. Het bedrijf beriep zich daarmee op het vrijhandelsakkoord Nafta. In verband met een wetswijziging werden vergunningen voor olie- en gaswinning ten zuiden van de rivier de St. Lawrence herroepen, waardoor de belangen van Lone Pine Resources schade zouden ondervinden. Deze wetswijziging volgde nadat wetenschappelijke studies hadden uitgewezen dat de natuur in het noordwestelijk deel van de Golf van St. Lawrence veel te lijden zou hebben van gas- en oliewinning in dit gebied.

De extra mogelijkheid voor internationale bedrijven om schade te claimen bij buitenlandse regeringen heeft tot doel de eigendomsrechten van deze bedrijven te beschermen. Dat is op zich goed en komt de investeringsbereidheid ten goede. Maar de prijs is erg hoog. Want de hoge schadevergoedingen die overheden dreigen te moeten betalen als zij bijvoorbeeld over willen gaan tot een aanscherping van het milieubeleid om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, vermindert hun beleidsvrijheid. Dit holt het recht op zelfbeschikking van een volk en daarmee de democratie uit. Want wat hebben burgers nog aan hun stemrecht als hun regering met handen en voeten gebonden is aan de belangen van het grote internationale bedrijfsleven? Het TTIP met ISDS verschuift de macht dus nog meer van de individuele burger en de natiestaat naar het internationaal opererende bedrijfsleven. En dat terwijl de invloed van dit bedrijfsleven op het nationale beleid via hun lobby’s in Washington, Brussel en Den Haag al bijzonder groot is.

Wat levert dit nu als conclusie op? Persoonlijk denk ik dat vrijhandel nog steeds een goed idee is. Maar niet op de manier die de TTIP-onderhandelaars voorstonden. De langetermijnwinst van 0,5 procent extra nationaal inkomen levert uiteindelijk toch maar een bescheiden stijging van de welvaart op, die in het niet valt bij de potentiële uitholling van de democratie en de antidemocratische krachten die dit op hun beurt kunnen oproepen.

Op dit punt is het daarom niet onverdeeld negatief dat Trump pas op de plaats maakt bij het sluiten van vrijhandelsakkoorden die een verdere globalisering van de wereldeconomie bevorderen.

Johan Graafland, hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University. Reageren? rubriekforum@refdag.nl