Column: Iemand met een mening is nog geen populist

PVV-leider Geert Wilders gaat op de foto tijdens een bezoek aan Gouda in het kader van de aanstaande Europese verkiezingen. beeld ANP, Martijn Beekman

Bijna zijn er weer verkiezingen. De context waarin deze plaatsvinden, wijkt af van eerdere verkiezingen. Alhoewel nationalisme al langer in Nederland stem heeft gekregen door de opkomst van de PVV, is de internationale context ingrijpend gewijzigd.

In verschillende landen heeft het nationalisme zich de afgelopen jaren veel breder ontwikkeld. Voorbeelden zijn Polen, Turkije, Frankrijk, Groot-Brittannië met de brexit en de Verenigde Staten met de verkiezing van Trump. Maar ook in onze buurlanden Duitsland en België krijgt het nationalisme de wind in de zeilen.

Vaak wordt de opkomst van het nationalisme verbonden met populisme. In de volksmond is populisme een diskwalificatie. Maar is dat ook zo? En waarom dan? Wat bedoelen wij precies met populisme? Betekent democratie niet vanzelf dat het volk uiteindelijk zelf bepaalt hoe het geregeerd wil worden?

Dit zijn vragen die afgelopen donderdag centraal stonden in het zogenaamde Jansdebat, dat vanuit de Sint-Jansgemeente in Gouda werd georganiseerd (jansdebat.nl). Het debat werd ingeleid door twee sprekers: Wim Deetman (voormalig minister van Onderwijs en Wetenschappen, Tweede Kamervoorzitter en burgemeester van Den Haag) en Jan Hoogland (bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie aan de Universiteit Twente). Beiden brachten behartigenswaardige zaken naar voren die ik u niet wil onthouden.

Allereerst: populisme gaat niet over burgers die een bepaalde mening zijn toegedaan. In een democratie staat het iedereen vrij om zijn eigen mening te hebben. Als wij het over populisme hebben, gaat het over een stijl van politiek bedrijven door politici. Deze laat zich kenmerken door een gebrek aan respect voor de rechtsstaat. In een democratische rechtsstaat is het van groot belang dat de rechten van burgers beschermd worden. De populist maakt zich daar niet druk over. Hij gebruikt de macht van de staat om bepaalde beleidsdoelen te bereiken.

Het duidelijkste voorbeeld in onze tijd is president Erdogan, die de vrijheidsrechten van Turkse burgers misbruikt om alle oppositie de kop in te drukken.

Een tweede kenmerk is dat populistische politici de feiten negeren. Bij de inauguratie van president Trump beweerde deze dat er meer publiek aanwezig was dan bij de inhuldiging van president Obama, ondanks het overduidelijke bewijs dat dit niet zo was.

Populisten bekommeren zich niet om de realiteit. Zij doen beloften aan de kiezers die niet gerealiseerd kunnen worden. Populisten zoals PVV-leider Wilders gaan daarom niet in debat, want in het debat draait het om argumenten die gestoeld zijn op feiten. De populist is er enkel opuit meer macht te krijgen. Met hun stijl van politiek bedrijven maakt het populisme democratische politiek onmogelijk. Een partij als de PVV kent geen partijleden, er is geen ruimte voor intern debat.

Een derde kenmerk hangt hier nauw mee samen. Populisten creëren zondebokken die de schuld krijgen van wat er misgaat, zoals de elite, moslims en vluchtelingen. Deze beschuldigingen hoeven zelden bewezen te worden. Zij beantwoorden aan de behoefte van mensen die zich slachtoffer voelen van allerlei ontwikkelingen, zoals de globalisering, de problemen in de Europese Unie, de vluchtelingenstroom of de problemen in de zorg. In plaats van een elite komt er een autoritaire leider die zegt namens het hele volk te spreken.

Tot slot: hoeveel reden is er om ons zorgen te maken? In Turkije weet Erdogan in korte tijd zijn land te veranderen in een regelrechte dictatuur. In de VS loopt de aantasting van de vrijheid van de burger waarschijnlijk minder vaart. Vanwege de kracht van de Amerikaanse democratische rechtsstaat is het voor Trump moeilijk om eenzijdig de regels te veranderen. Naarmate er meer bekend wordt over Trump –in het verleden zijn er maar liefst 3500 rechtszaken tegen hem aangespannen omdat hij weigerde personeel, leveranciers en aannemers te betalen voor door hen geleverde diensten– zal het hem denk ik steeds moeilijker vallen om de vereiste medewerking van anderen te krijgen.

En Nederland? Volgens Wim Deetman kan het zomaar zijn dat wij over twee jaren tot onze verrassing concluderen dat wij ons niet zo’n zorgen hadden hoeven maken over het populisme. Maar in de tussentijd moeten politieke partijen de problemen die populistische partijen aankaarten wel serieus nemen. Hoe dan? Allereerst door goed naar de feiten te kijken om te bezien waar problemen reëel zijn. Vervolgens door deze problemen voortvarend, maar op een realistische manier aan te pakken.

Johan Graafland, hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University. Reageren? rubriek@refdag.