Column: Het nieuwe normaal

„Wonderen van de natuur krijgen opeens de aandacht die ze verdienen.” beeld ANP, Koen Suyk

Pasen 2020. Nederland bewonderde deze keer met meer aandacht het nieuwe jonge leven en genoot van de lente.

Na het diepe lijden van Goede Vrijdag werd het weer Pasen. Feest van de opstanding, feest van het nieuwe leven. En de natuur vierde dit feest van het nieuwe leven uitbundig mee. De bomen botten uit, bloesem prijkt aan de fruitbomen, lammetjes dartelen in de wei en ’s morgens wekken vogels ons met hun morgenlied.

De natuur juicht en zingt en lijkt zich niets van een coronavirus aan te trekken. Sterker nog: doordat het virus onze jachtige wereld knerpend en piepend tot stilstand liet komen, lijkt de schepping meer ruimte te krijgen.

De geannuleerde vluchten en de fileloze autowegen in het land zorgen duidelijk voor een betere luchtkwaliteit in Nederland vergeleken bij enkele weken terug. De afgelopen weken was de hoeveelheid stikstof en fijnstof in de lucht fors lager dan gemiddeld.

We halen een frisse neus in de eigen omgeving en ontdekken soms voor ons nieuwe stukken prachtige natuur. Wonderen van de natuur krijgen opeens de aandacht die ze verdienen. Ik sta stil bij de ontluikende, kwetsbare rode bloem in mijn tuin. De bloem laat me zien dat het leven uitbundig kan stralen maar ook in één klap over kan zijn. Wat jaag ik vaak makkelijk aan al dit wonderlijk mooie in m’n eigen tuin voorbij!

Ondertussen lijken we een beetje gewend te raken aan het thuiswerken. Af en toe begeven we ons naar de winkel, pakken een ontsmette boodschappenkar en halen het nodige voor enkele dagen in huis. We blijven daarbij natuurlijk op anderhalve meter afstand van de ander.

We missen ons normale leven. Het praatje op het werk bij de koffieautomaat, een bezoek aan onze ouders, familie en vrienden. De warme handdruk of omhelzing in tijden van vreugde en verdriet. „En ga er nu niet van uit dat dit zomaar over is”, zei Mark Rutte ons. „De anderhalvemetereconomie wordt het nieuwe normaal.”

We denken erover na hoe de economie langzaam maar zeker weer opgestart kan worden, mét inachtneming van de anderhalve meter afstand.

Want dat tegelijkertijd de economie flink is geraakt, weten we allemaal. Veel langer kan het zo niet doorgaan; economen van het Internationaal Monetair Fonds voorspellen nu al sombere scenario’s. De Nederlandse economie zal naar schatting met 7,5 procent krimpen.

We moeten dus toe naar een „nieuw normaal”. Maar hoe zou dat eruit moeten zien, vroeg ik me af. Het kan toch niet zo zijn dat het nieuwe normaal weer diezelfde jachtige welvaartseconomie wordt, met als enige verandering dat we anderhalve meter afstand houden? Dan hebben we met elkaar bitter weinig geleerd.

Ik hoop dat deze periode van het nieuwe normaal aanleiding is om een aantal dingen fundamenteel anders te gaan doen. Om een nieuw normaal te creëren met oog voor de kwetsbaren in de samenleving, dichtbij en ver weg. Daarbij denken we na over de vraag hoe we de prachtige schepping zo goed mogelijk kunnen bewaren. Over de vraag wat we zelf kunnen bijdragen om de luchtkwaliteit beter te houden dan voorheen. Over hoe we onszelf en de natuur de kans geven om op adem te komen. Het kan niet anders dan een aanpassing opleveren in hoe we ons leven vormgeven.

Juist de kwetsbaren ver weg lieten mij de afgelopen weken meer dan eens in de spiegel kijken. Ik stond in gedachten weer oog in oog met Luisnette uit Haïti, die als het ware zei: „Dit onzekere leven, niet weten wat er morgen gebeurt, dáár had ik het over toen je me twee jaar geleden opzocht in mijn bergdorp.” Het is of ik de verhalen van Luisnette en vele anderen, die ze toen zo open met me deelden, nu pas echt begrijp. Hun verhalen inspireren om midden in de kwetsbaarheid van het leven te zoeken naar een nieuw evenwicht.

En als we volgend jaar nog op aarde leven, laten we dan opnieuw vol aandacht genieten van het normale dat altijd bijzonder blijft: de nieuwe, ontluikende lentewonderen!

De auteur is directeur bij Woord en Daad.