Column (ds. J. Belder): Refolutie in zeven stappen

beeld RD, Anton Dommerholt

De vogels zingen nog één keer voordat de winterstilte invalt. Het bos staat vol paddenstoelen. Een jongetje roept verwonderd dat God veel fantasie gehad moet hebben om zo veel variatie te bedenken. Hij meent het! Ik denk al wandelend aan het boek, op dierendag aan de VU gepresenteerd, waarin christelijke vakspecialisten ingaan op de verhouding geloof en evolutie.

Als jongen hoorde ik voor de NCRV-radio VU-hoogleraar Lever al zeggen dat je Genesis niet letterlijk kunt nemen. We kwamen niet op een dag uit Gods handen voort, maar waren het product van een miljoenen jaren durend proces. Maar toen was er ook een fantastisch wezen dat openstond voor God.

De vraag was onontkoombaar of we kroon zijn op de schepping of op de evolutie. De verontrusting sloeg toe in christelijke kring. Het was een van de redenen voor de oprichting van de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool. Nog niet zo lang geleden werd in diezelfde EH een ”evolutionair” kinderboek gepresenteerd, geschreven door Corien Oranje, samen met bioloog en TU-hoogleraar Dekker. Leiden we aan binnenkerkelijke secularisatie? Na de verzoeningsleer en huwelijk en seksualiteit ligt nu de schepping onder het vergrootglas.

Misschien heeft het Utrechtse Museum Catharijneconvent nog juist op tijd een expositie aan het refodom gewijd. Want nog even en het is voorbij. Onze standpunten waren minder solide dan gedacht. Voor nu prangt de vraag: Hoe lezen we Genesis 1-3 in samenhang met Romeinen 5 en 1 Korinthe 15? „Wie Adam verliest, verliest Christus”, schreef ooit de hervormde dominee G. Boer. „Wie Adam laat vallen, laat meer vallen.” Is de wetenschap de weegschaal voor Gods Woord of geldt het omgekeerde? En zijn straks de nieuwe mens en de nieuwe aarde een daad van God of de uitkomst van een evolutionair proces?

Een van de oprichters van de EO, ds. J. H. Velema, waarschuwde in 2003 voor een refolutie. Hij schetste een zevenstappenplan. 1. Diep overtuigd van ons eigen gelijk bestrijden we de afwijkende mening en visie. 2. We binden in. We temperen de militante toon. 3. We zwijgen (let op wat er vandaag gebeurt). 4. De twijfel heeft toegeslagen. Zitten we met ons standpunt wel goed? Waren we in het verleden niet te rechtlijnig? Hebben we wel echt geluisterd naar de ander? 5. De tegenstander van voorheen is toch ook niet dom. Er valt wel iets voor zijn standpunt te zeggen. Dat vinden je kinderen ook. 6. Je moet de zaken inderdaad van meer dan één kant bezien. 7. We zijn om, bekeerd tot de andere visie.