Arbeiders in Bangladesh verdienen bescherming

In steden in heel Europa organiseerden consumenten en activisten vorige week protestacties waarmee ze de overheid van Bangladesh opriepen tot een betere bescherming van arbeiders in de kledingindustrie. beeld Human Rights Watch

Europese overheden en handelaars in kleding van bekende merken dienen meer druk uit te oefenen op de overheid en de textielproducenten in Bangladesh. Die hebben de plicht om de leef- en werkomstandigheden van de textielarbeiders te verbeteren en een eerlijk loon te garanderen.

Consumenten en activisten in heel Europa hielden vorige week protestacties waarmee ze de overheid van Bangladesh opriepen tot een betere bescherming van arbeiders in de kledingindustrie. Ze vroegen de regering te luisteren naar de roep van arbeiders voor een hoger loon en een verlenging van het Bangladesh Accord on Fire and Building Safety. Dit heeft miljoenen arbeiders veiliger werkomstandigheden geschonken.

Voor de tweede keer in twee jaar tijd hebben de arbeiders uit de kledingindustrie in Bangladesh in december vorig jaar het werk spontaan neergelegd om hun looneisen kracht bij te zetten. Daarmee hebben ze zich de woede van de overheid en de fabriekseigenaars op de hals gehaald.

Bangladesh blijft de eisen van de arbeiders naast zich neerleggen en hardhandig optreden tegen wie het waagt te protesteren. Dat kunnen de betrokken Europese regeringen een halt toeroepen, door te eisen dat de Bengaalse overheid de rechten van de arbeiders beschermt.

Op straat

Terwijl consumenten jacht maakten op koopjes, trokken de Bengaalse arbeiders de straat op om hun eisen kracht bij te zetten. Velen van hen begonnen het nieuwe jaar in een politiecel of in wolken traangas. Uit angst voor arrestatie doken nogal wat arbeiders en vakbondsleiders onder.

Als vergelding zetten de fabriekseigenaars enkele duizenden arbeiders op straat. Advocaten die in arbeidsrecht gespecialiseerd zijn, zullen er op toezien dat arbeiders die strafbare feiten ten laste worden gelegd juridische bijstand krijgen. Ook houden ze in de gaten of fabrieken die arbeiders ontslaan de wettelijke procedures respecteren.

De Garment Worker Diaries, een project dat via grondig onderzoek de arbeiderslonen bestudeert, maakte vorig jaar bekend dat de 180 Bengaalse kledingarbeiders die ze gedurende een jaar hadden bevraagd gemiddeld 60 uur per week hadden gewerkt. Ze hadden dus meer overuren gemaakt dan wettelijk is toegestaan. Enkel rond Eid, het Suikerfeest, was dat niet zo geweest.

In 64 percent van de gevallen kregen de arbeiders minder dan het minimumloon uitbetaald. In 50 percent van de gevallen vergoedden de fabrieken de overuren niet. Zo verdienden de arbeiders 28 tot 35 taka per uur (0,29 tot 0,36 euro). De meeste, maar lang niet alle arbeiders, beschikten alleen over een mobiele telefoon.

Laagste lonen

Bangladesh is een van de goedkoopste productielanden ter wereld, omdat de lonen haast nergens anders lager liggen. In 2018 verhoogde de Bengaalse overheid het wettelijke minimumloon voor de laagst geschoolde arbeiders van 5300 taka (55 euro) naar 8000 taka (83 euro) per maand. De hoogst geschoolde arbeiders zagen hun loon van 13.000 taka (134 euro) naar 17.510 taka (181 euro) stijgen. Als reactie op de recente protesten heeft de overheid een kleine stijging van het minimumloon aangekondigd.

De toestand in Bangladesh is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de overheidsinstanties en de fabriekseigenaars. Maar ook handelaars in kleding van bekende merken kunnen een grote rol spelen bij het streven naar een blijvende en duurzame oplossing voor de arbeidersprotesten en de overheidsrepressie.

Recent werd een wereldwijde screening van leveranciers uitgevoerd door de Ethical Trading Initiatives en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Er kwam ook een nieuwe index voor de industrie. Hieruit bleek dat de manier waarop handelaars in kleding van bekende merken met de producenten zaken doen aan de basis ligt van veel problemen.

Het onderzoek van de ETI en de ILO bracht aan het licht dat 52 percent van de kledingproducenten hun producten vaak onder de productieprijs verkocht. Van die producenten zegt 81 procent dat te doen om toekomstige orders te kunnen binnenhalen. De producenten wisten ook te vertellen dat 75 procent van de klanten uit verschillende sectoren de prijzen niet wilde aanpassen, toen de minimumlonen omhoog gingen.

Uit de Better Buying Purchasing Practices Index 2018 bleek dat amper 38 procent van de leveranciers zei dat de tarieven die ze krijgen, volstaan om op de juiste manier te kunnen produceren.

Transparant

The Fair Wear Foundation is een internationale multistakeholderorganisatie, met zetel in Nederland. Ze brengt merkkledinghandelaars, arbeidsorganisaties en vakbonden samen. De organisatie ontwikkelde een instrument waarmee de producenten de gestegen minimumlonen kunnen meenemen in hun berekeningen. Dankzij deze tool zijn die nu beter gewapend, wanneer ze moeten onderhandelen met de merkkledingafnemers. Ook kunnen ze ervoor zorgen dat hun arbeiders de minimumlonen ontvangen.

De Bengaalse overheid kan en moet een duurzamere oplossing vinden voor de terugkerende arbeidersprotesten. Merkkledinghandelaars horen de Bengaalse overheid publiekelijk op te roepen om alle mogelijke loonaanpassingen op een transparante manier en in overleg door te voeren. Hun klanten moeten ze dan weer duidelijk maken dat ze tarieven betalen waarin minstens de minimumlonen zijn verrekend. Kledingafnemers die de rechten van de arbeiders respecteren, moeten erop toezien dat de prijzen die ze aan hun leveranciers betalen, aangepast zijn aan de herziene minimumlonen.

De auteur is advocate bij Human Rights Watch.