Nieuwe abortuspil, nieuwe vragen

beeld ANP ANP

Huisartsen moeten de nieuwe abortuspil niet zelf kunnen uitdelen, vindt Chris Develing.

Omdat er sinds anderhalve week een nieuwe abortuspil op de markt is, wordt het politieke debat omtrent de rechten en plichten van huisartsen heropend. Volgens minister van Volksgezondheid Schippers is het de overweging waard om huisartsen het recht te geven deze abortuspil zelfstandig voor te schrijven aan patiënten tot aan de zestiende dag na de bevruchting, waar dit vooralsnog uitsluitend door- en onder begeleiding van een abortuskliniek mag gebeuren.

Dit debat kan natuurlijk niet worden gevoerd zonder inbreng van de zorgsector, oftewel de KNMG en het NHG. Beide hebben al aangegeven (onder voorwaarden) niet tegen een dergelijk besluit te zijn. Integendeel. Om in zwangerschapstermen te blijven, baart dit mij nogal wat zorgen.

Geneesmiddel

Beide organisaties noemen als voordeel dat het plegen van abortus hiermee laagdrempeliger wordt. De 30.000 abortussen die ons land per jaar uitvoert zijn kennelijk geen voldoende overtuigend signaal dat het met die ‘hoogdrempeligheid’ wel meevalt. Nee, het moet nog gemakkelijker, zo vinden de organen van geneeskundigen en huisartsen. Iets anders kan nauwelijks worden verwacht van organisaties waarvan laatstgenoemde op haar website aan de abortuspil refereert als zijnde een „geneesmiddel.”

Hoewel het niet wordt uitgesproken, weet men ongetwijfeld dat ”gemakkelijker” ook ”meer” kan betekenen. Dat men een stijging van het aantal abortussen allesbehalve met vrees tegemoetziet is helder. Immers: waar dient het argument omtrent laagdrempeligheid anders voor dan het mogelijk maken van meer en snellere abortussen? En meer abortussen door middel van een dergelijk ‘geneesmiddel’ betekent meer werk en inkomsten voor respectievelijk huisartsen en fabrikanten.

Voor een andere groep ondernemers betekent het juist weer minder inkomsten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de abortusartsen, die vooralsnog het alleenrecht op het voorschrift hebben, juist weer tegen zijn. Ik betwijfel of dit te maken heeft met ethische bezwaren of de tot nu toe door hen aangehaalde overbodigheid van de wetswijziging. Geld en werk, draait onze samenleving tegenwoordig nog om andere zaken?

Afleidingsmanoeuvre

„Ga je naar een koude abortuskliniek of heb je het gesprek met je huisarts, die je al jarenlang kent en die jouw situatie en omgeving al jarenlang kent?” Dit zei minister Schippers ruim een maand geleden in de Tweede Kamer. Ze impliceert hiermee in feite dat het één het ander uitsluit. Een vreemde uitspraak, die meer aan reclame doet denken dan aan de duiding van een reëel gemis in de samenleving.

Want je kunt dat gesprek met je huisarts gewoon aangaan en daarna bij de abortuskliniek de procedure volgen. Sterker nog, het beleid in Nederland is uitermate goed ingericht om in dergelijke behoeften te voorzien. Zo kan een ongewenst zwangere vrouw er ook voor kiezen om juist niet naar haar huisarts te gaan wanneer zij dit liever niet met hem of haar bespreekt. Je zou dit non-argument omtrent de rol van huisartsen dan ook bijna een afleidingsmanoeuvre van onze minister kunnen noemen.

Maar kan een huisarts voldoende worden opgeleid om een vrouw te begeleiden door alle facetten van een abortus? Het emotionele eerste consult, de overwegingen, de noodzaak. En dan ook nog de abortuspil zelf voorschrijven én eventuele nazorg bieden? Zou dit niet juist een veel te eenzijdige consultatie met zich meebrengen, waar een second opinion misschien wel het meest gewenst is?

Waar dit alles uiteindelijk op zal uitdraaien is het nog verder verlagen van de drempel voor het plegen van abortus, zodat het ethische verschil tussen de morning after- en de abortuspil geheel wegvalt.

Cellen

Al met al kunnen we stellen dat de rechten van het ongeboren kind steeds geringer worden in de huidige maatschappij. Van het kabinet kan niet worden verwacht dat het het roer omgooit, aangezien het slechts het volk vertegenwoordigt. Een volk dat een klompje cellen veroordeelt tot de dood, zonder te beseffen dat het zelf uit niets anders bestaat dan iets grotere klompjes cellen.

Voor de samenleving is ook dit aankomende wetsvoorstel om abortus vrijwel volledig te domesticeren een nieuwe aanslag op het moreel kompas dat binnen in ons allemaal leeft. De emotie bij aborterende vrouwen getuigt van dat kompas. De gelukstranen van gewenst zwangere vrouwen schreeuwen het uit. Ja, de medische feiten bewijzen eveneens dat het leven begint bij de bevruchting.

Maar niet in Nederland. Hier eindigt iedere twaalf maanden het leven voor 30.000 baby’s –en God weet hoeveel in de komende jaren– bij een abortus, die steeds meer wordt gezien als iets met slechts de impact van een antibioticakuur. Progressie noemt men dat.

De auteur is vrijwilliger bij Deo Volente NL, dat interreligieus debat wil stimuleren.