Dirigent Jos van Veldhoven: Bach verrast mij nog altijd

Dirigent Jos van Veldhoven stopt na 35 jaar als artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging. „Bij mijn opvolger, Shunske Sato, is het gezelschap in goede handen. Hij zal andere accenten leggen dan ik, maar dat geeft niet. Een instituut als de Bachvereniging mag niet in een vastgeroeste traditie verzanden.” beeld Dana van Leeuwen

Hij boog zich een leven lang over Bach, maar blijft als altijd bescheiden. „Het is maar de vraag wie het bij het rechte eind heeft als hij diens muziek uitvoert.” Deze maand leidt Jos van Veldhoven (66) voor het laatst als artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging de uitvoeringen van Bachs Matthäus Passion.

Hij wilde niet met zijn afscheid wachten tot 2021, het jaar waarin de Nederlandse Bachvereniging haar eeuwfeest viert. „Een eerbiedwaardig instituut als de Nederlandse Bachvereniging mag nooit verzanden in een vastgeroeste traditie. In ons jubileumjaar moet er een jonge ploeg staan”, zegt Jos van Veldhoven. Daarom draagt de dirigent aan het eind van dit seizoen –35 jaar na zijn aantreden– het stokje met een „gerust hart” over aan de Japanner Shunske Sato (33). Sato is op dit moment violist en concertmeester bij het gezelschap. De Nederlandse Bachvereniging is onder andere bekend van de uitvoering van Bachs Matthäus Passion in Naarden op Goede Vrijdag, waarbij veel kabinetsleden en politici aanwezig zijn.

2018-03-24-pkMUZ1-allofbachHOOFDPLAAT-7-FC_web”All of Bach” is een schatkamer vol muziek

Bij Van Veldhoven zelf is niets van gezapigheid te merken. Aan de keukentafel in zijn Utrechtse woning vertelt de dirigent dat hij zijn leven met muziek beschouwt als een ontdekkingsreis. „Ik blijf studeren en ben nieuwsgierig naar wat nog komt. Een mensenleven is te kort om slechte muziek uit te voeren. Er zijn nog zo veel onbekende werken uit de 17e en de 18e eeuw die het verdienen om gehoord te worden.”

Van Veldhoven was in 1983 een „jonge hond” toen het bestuur van de Nederlandse Bachvereniging hem vroeg artistiek leider te worden. Hij kon met een schone lei beginnen, omdat de toenmalige dirigent, Charles de Wolff, en de koorleden waren vertrokken na onenigheid over de te varen koers.

De artistiek leider hield destijds niet alleen audities voor een koor, maar ook voor een eigen orkest. Dat laatste was nieuw, want voor zijn komst deed de Bachvereniging een beroep op het Residentieorkest of het Concertgebouw Kamerorkest. „Ik werk graag samen met musici die flexibel zijn, die niet op safe spelen en het avontuur durven aangaan. Pas dan kun je de diepere laag in muziek aanboren.”

Onder Van Veldhovens leiding groeide de Bachvereniging uit tot een alom gerespecteerd gezelschap. Zo beaamde de Britse zanger Peter Harvey in 2016 in het Reformatorisch Dagblad dat het zingen met de Nederlandse Bachvereniging een feest is. „Dit gezelschap weet zo’n diepte te bereiken. Jos van Veldhoven heeft zo’n enorme kennis van de muziek. En hij is heel bescheiden. Het gaat hem om de muziek, niet om zichzelf.”

Van Veldhoven studeerde muziekwetenschap en koor- en orkestdirectie. Hij is docent koordirectie aan het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Welk Bachwerk spreekt u bijzonder aan?

„Het klinkt misschien flauw, maar ik meen het: de laatste cantate die ik heb uitgevoerd, vind ik op dit moment het mooiste Bachwerk. Iedere cantate is een wereld op zich. Verder heb ik Bach nog nooit op routine kunnen betrappen. Hij blijft verrassen. Veel mensen hebben hun favorieten. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar kunnen ze wel een eerlijke vergelijking maken als ze een groot deel van het oeuvre van een componist niet kennen?”

Bracht de omgang met Bach u dichter bij de Bijbel?

„Ik ben opgegroeid in een rooms-katholiek gezin en heb jaren gezongen in de Schola Cantorum van de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch. In de kerk hoorde ik uit de Bijbel lezen, maar thuis nooit. Mijn ouders zullen vast een Bijbel hebben gehad, maar die ging nooit open. Ik begon zelf in de Bijbel te studeren toen ik Bach en zijn geestelijke muziek wilde leren begrijpen. Daar bleef het niet bij. Ik las bijvoorbeeld ook Duitse voorbeeldpreken uit de 18e eeuw om te weten te komen hoe predikanten Bijbelse onderwerpen in hun preken naar voren brachten. De omgang met de Bijbel heeft mijn overtuiging niet veranderd, ik ben agnost gebleven. Ik weet niet of er een god is.”

Hoe beleeft u dan de boodschap van de Matthäus Passion?

„Bij mensen die de Bijbelse boodschap omarmen, kan tijdens het beluisteren of uitvoeren van de Matthäus Passion alles op zijn plek vallen. Zelf raakt mij elke keer weer de geniale manier waarop Bach het lijdensevangelie heeft verklankt en daarover communiceert met zijn toehoorders. Het valt mij op dat luisteraars vrijwel nooit zeggen dat ze getroffen zijn door wat Petrus dacht nadat hij zijn Meester in de steek had gelaten. Ze noemen wel universele gevoelens van angst, troost en liefde. Bach raakt dus ook een snaar bij niet-christenen.”

Wat maakt de komende uitvoeringen van de Matthäus Passion speciaal?

„Een uitvoering nu blijft altijd anders dan die in Bachs tijd, op Goede Vrijdag tijdens de kerkdienst. Kerkgangers hoorden deze passion toen voor het eerst, terwijl veel mensen nu het werk al grondig kennen voordat ze een uitvoering bijwonen. Tegelijkertijd zijn de koralen voor onze luisteraars minder bekend, in tegenstelling tot de mensen in het 18e-eeuwse Leipzig. Als laatstgenoemden bijvoorbeeld in het openingsdeel ”O Lamm Gottes, unschuldig” hoorden, herkenden ze het lied dat ze eerder zelf tijdens de kerkdienst hadden gezongen. Om iets van dat effect te bewerkstellingen, laat ik concertgangers tijdens de komende reeks concerten dit koraal voorafgaand aan de uitvoering van de Matthäus Passion zingen.”

U nodigde vanwege uw afscheid ook kinderen uit om mee te zingen in de Nationale Matthäus Passion.

„Voor dit eenmalige concert, woensdag 21 maart in Utrecht, heb ik kinderkoren en Utrechtse amateurkoren uitgenodigd die waar ook in het land meewerken aan uitvoeringen van de Matthäus Passion. Ik merk bij kinderen, onder anderen de jongens van het Kampen Boys Choir, een enorme betrokkenheid. De Matthäus Passion is hún stuk. Normaal gesproken zingen jongens- of meisjeskoren een enkel koraal. Bij de uitvoering in Utrecht mogen ze álle twaalf koralen meezingen.”

Blijft Bach lastig te doorgronden?

„Ja, want Bach legt nooit iets uit. Zo zegt hij niets over het door hem beoogde tempo of de gewenste bezetting. Toch wil ik dolgraag weten waarom hij op een bepaalde plek een akkoord, een muzikale figuur of toonsoort gebruikt. Dat is een voortdurende zoektocht. Nog altijd ontdek ik details die ik eerder heb gemist.”

Dat beïnvloedt uw aanpak?

„De uitvoeringspraktijk is altijd in beweging. Niemand kan voorspellen hoe Bach over vijftig jaar wordt gespeeld en gezongen. Zo is mijn visie op de koralen in passionen en cantates gewijzigd. Vroeger zag ik ze als onderdelen van het grote geheel en koos een tempo dat aansloot bij de delen die aan een koraal voorafgingen en erop volgden. Tegenwoordig beschouw ik de koralen als steunberen in een compositie, als rustpunten en momenten van reflectie. Door een langzamer tempo te kiezen, krijgen ze veel meer impact.”

U koos ook voor een kleinere bezetting.

„Als je Bachs muziek met een groot koor zingt, bestaat het gevaar dat de klank dichtslibt. Zijn composities zijn geniaal, maar ook ingewikkeld. Vrijwel elke musicus speelt een interessante, eigen partij. Met minder instrumentalisten en zangers komt Bach het beste tot zijn recht en klinkt zijn muziek helder en direct. Het publiek moest wennen toen we in 2005 voor deze aanpak kozen, maar liet ook weten dat het nieuwe dingen hoorde. Solisten voelen zich meer betrokken bij een uitvoering, omdat ze niet alleen hun solopartij, maar ook de koren en koralen zingen. In Bachs tijd was dit niet anders. Hij zou in de lach schieten als hij de nu veelgekozen aanpak zou meemaken. Daarbij zit een solist een halfuur op zijn stoel, zingt vervolgens een paar noten, om daarna weer te wachten tot zijn volgende solo.”

Gaat u straks op uw lauweren rusten?

„Ik stop niet alleen bij de Nederlandse Bachvereniging, maar ook met het lesgeven aan de conservatoria in Amsterdam en Den Haag. Er zal veel veranderen, maar de muziek blijft. Ik hoop projecten bij andere ensembles te kunnen leiden en masterclasses te geven aan conservatoria in binnen- en buitenland. Heerlijk, het werken met studenten houdt me jong, geeft energie en levert nieuwe ideeën op.”