Nieuws over voltooid leven: gekleurd of neutraal?

Pechtold tijdens uitzending Nieuwsuur. beeld Nieuwsuur
6

Het is stil in de televisiestudio van Nieuwsuur. Alle ogen zijn gericht op toenmalig D66-leider Alexander Pechtold. Hij zoekt naar woorden. Martin Kock zit stil in het publiek en kijkt hem strak aan. Zijn lippen stevig op elkaar gedrukt. Hij weet het zeker: hij wil dood; en wel nu. „Dat is heftig”, reageert Pechtold. Hij zegt de doodswens van Kock te kunnen begrijpen.

Met dit gesprek begint een onderdeel in het NOS-achtuurjournaal, een ruime week voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. Verschillende politieke partijen komen aan het woord. Gert-Jan Segers, lijsttrekker van de ChristenUnie, en zijn CDA-collega, Sybrand Buma, verschijnen voor de camera. Het debat gaat de verkeerde richting op, vinden ze. De voice-over vertelt tussendoor wat andere politieke partijen hiervan vinden. Als laatste Pechtold: „Ik reageerde uit emotie en sprak voor mijzelf.” Hij doelt op zijn reactie op de 57-jarige Martin Kock in Nieuwsuur. Politiek verslaggever Ron Fresen sluit het item af.

Drie minuten en twintig seconden duur het NOS-fragment. De politieke partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan, krijgen allemaal de ruimte. De spreektijd is gelijk. Voorstander van levensbeëindiging bij voltooid leven D66 wordt tegenover CDA en CU gezet. Op het eerste oog een uitzending die journalistiek in balans is. Maar is dat ook echt het geval?

Kabinetsformatie

Er heerst twijfel over de berichtgeving van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) rondom het thema voltooid leven: uitzendingen zouden niet objectief zijn, maar gekleurd. Het Reformatorisch Dagblad onderzocht in hoeverre de berichtgeving over dit onderwerp objectief was, zoals de NPO beweert. Het thema voltooid leven is immers een belangrijk onderwerp geweest tijdens de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.

De medisch-ethische discussie ontploft tijdens de veelbesproken Nieuwsuuruitzending waarin Pechtold en Kock tegenover elkaar zitten. Pechtold geeft aan iets voor hem te willen doen: „Ik hoop dat in de toekomst onze beschaving zover gaat dat we het bespreekbaar maken, als u dit bij volle bewustzijn, zonder dwang en als langdurige wens hebt.” Deze reactie vormt het beginpunt van een langdurige discussie en zorgt er later voor dat de formatie vastloopt, als D66 en CU samen met VVD en CDA een kabinet proberen te vormen. Niemand wil schikken.

Nieuws van alle kanten

Hoe hebben de media deze discussie verslagen? Veelzijdigheid mag verwacht worden van de NPO. De NOS heeft als taak om brede en onafhankelijke nieuwsprogramma’s te maken. Ze zoeken naar „het nieuws van alle kanten”, zoals NPO Radio 1 van zichzelf zegt. Datzelfde geldt voor de andere publieke omroep, de NTR. „Je mag onpartijdigheid en veelzijdigheid verwachten. Beide nieuwsvoorzieningen –NOS en NTR– hebben de taak om gebalanceerd te zijn, ook als het om medisch-ethische thema’s gaat. De andere omroepen hebben deze opdracht minder”, stelt Margo Smit, ombudsman van de NPO. De Mediawet zegt dat zij moeten zorgen voor veelzijdigheid in het medialandschap.

Bij de NPO wordt het meest geklaagd over de NOS, een kleine 50 procent van de klachten betreft deze omroep. Klachten over objectiviteit spannen de kroon. Het jaarverslag over 2017 van de ombudsman liegt er niet om. Smit: „Het is niet gek dat de NOS de meeste klachten krijgt. Ze verzorgt verreweg de meeste journalistieke programma’s. Het verwijt dat de NOS links is, krijg ik veel te horen. Maar in het algemeen roepen dat de NOS links is, daar kan ik niets mee. Laat het zien.”

SGP-jongerenvoorzitter Willem Pos voelt zich met zijn achterban gepasseerd in het NOS Journaal. Hij vindt dat hun standpunt structureel ontbreekt in uitzendingen. „Het journaal geeft aandacht aan een controversieel onderwerp als voltooid leven. Het thema benoemen vind ik geen punt, als ons standpunt er maar naast mag liggen. Iedere verruiming van de regels lijkt per definitie goedgekeurd. Dat verbaast mij.” Pos zegt in z’n algemeenheid de nuance in de berichtgeving rond voltooid leven te missen, zonder daarbij een concreet voorbeeld te noemen.

Journalistieke balans

In het onderzoek van het RD zijn in totaal ruim vijftig uitzendingen en artikelen van de publieke omroep geanalyseerd, allemaal gelinkt aan het thema voltooid leven. De uitzendingen van Nieuwsuur, het NOS Journaal, Pauw, De Wereld Draait Door, Jinek en ”Jinek & Pauw: de verkiezingen” zijn onder de loep genomen. Daarnaast ook artikelen van de NOS, Nieuwsuur en Jinek. Om de balans in de journalistieke producties van de NPO vast te stellen, zijn de spreektijd in de uitzendingen en het aantal woorden in de artikelen van voor- en tegenstanders geanalyseerd. In de periode van voor en tijdens de kabinetsformatie.

Uit de gemaakte analyse blijkt dat de uitzendingen qua spreektijd van verschillende partijen en qua woordenaantallen in balans zijn. Het veelzijdige aanbod experts en politici is gelijk verdeeld tussen voor- en tegenstanders en ook krijgen ze ongeveer evenveel spreektijd of worden er net zo veel woorden besteed aan beide partijen.

Onderbuikgevoel

Toch blijft het onderbuikgevoel dat de publieke omroep links is bij velen hangen. Als Smit naar aanleiding van klachten zelf uitzendingen bekijkt, komt ze er zelf soms ook niet uit. „Ik vind het heel lastig. Er zijn ook zo veel aspecten die meespelen. Degene die het laatste woord heeft in een item heeft bijvoorbeeld vaak de meeste impact, want dat is wat blijft hangen bij mensen.”

Bovenstaand onderzoek is te beperkt om te ontdekken of de NPO gekleurd is, aldus Sarah Gagestein, deskundige op gebied van framing. Journalistieke objectiviteit is meer dan één voorstander en één tegenstander aan het woord laten. Volgens Gagestein is het ingewikkeld om tot een gebalanceerd verhaal te komen. „Objectieve taal bestaat niet. Elk woord is beladen met associaties. Het enige wat een journalist kan doen, is perspectieven naast elkaar leggen. Meer frames en verschillende invalshoeken zorgen er namelijk voor dat de kijker zelf kan beoordelen welke kleur een item heeft.”

Wat in de televisieprogramma’s te zien is, hangt af van redactionele keuzes. Karlijn Goossen, journalist en mediadeskundige: „Het feit dat het onderwerp tijdens de redactievergadering wordt gekozen, heeft te maken met agendavorming. Voltooid leven is een links-progressief thema. In de rechts-conservatieve hoek is hierover nauwelijks beweging. Echter, dat zegt meer iets over de diversiteit in het medialandschap dan over journalistieke professionaliteit.”

Al twintig jaar rumoer rond stervenswet

Welke burgers mogen hulp krijgen bij het (laten) beëindigen van hun leven, en wie mag die hulp bieden? Over die vraag wordt in Nederland, zowel in de maatschappij als in de politiek, al zo’n twintig jaar gediscussieerd. De komst van de euthanasiewet in 2002 betekende slechts een adempauze in dat debat.

Al tijdens de behandeling van die wet kwam aan de orde of het wel of niet mogen bieden van stervenshulp door artsen mede moest afhangen van de medische diagnose die bij de hulpvrager is gesteld. Aanleiding daarvoor was de casus-Brongersma. Deze oud-PvdA-senator overleed in 1998 door euthanasie, maar niet nadat artsen een ziekte zoals bijvoorbeeld kanker of spierverlamming bij hem hadden vastgesteld. Brongersma zei levensmoe te zijn, oftewel klaar met leven en noemde zijn lijden dat daar uit voortvloeide uitzichtloos en ondraaglijk. Door toch euthanasie bij hem toe te passen, maakte zijn arts zich schuldig aan strafbare hulp bij zelfdoding, oordeelde het gerechtshof in Amsterdam in december 2001. De Hoge Raad bevestigde dat arrest.

In de Tweede en de Eerste Kamer rees daarop de vraag of de euthanasiewet in wording voor stervensverzoeken als die van Brongersma wel ruimte zou gaan bieden. Het antwoord van de bewindslieden Korthals en Borst was klip-en-klaar: nee. Wie levensmoe is zonder dat er sprake is van een officiële ziekte komt niet in aanmerking voor stervenshulp.

Toen duidelijk werd dat artsen aan die grens vasthielden, begon de inzet van de euthanasielobby zich te richten op een nieuwe wet. Het startschot daarvoor werd op 9 februari 2010 gegeven door het burgerinitiatief Uit Vrije Wil, dat bijna 117.000 handtekeningen verzamelde. In oktober 2010 kondigde minister Schippers (Volksgezondheid) een commissie van wijzen aan die haar moest adviseren over een ruimere regeling voor stervenshulp. Dat werd uiteindelijk de commissie-Schnabel, die in februari 2016 naar buiten trad met haar standpunt. Daarin werd de komst van een wet die het bieden van stervenshulp aan levensmoede burgers door niet-artsen zou legaliseren, onwenselijk genoemd.

De commissie redeneerde onder meer dat de groep ouderen met een acute en persisterende doodswens te beperkt was om een nieuwe wet te rechtvaardigen. Voor een deel van hen zou een nieuwe wet bovendien niet eens nodig zijn. Ouderen met een stervenswens bij wie artsen vanwege hun leeftijd een fysieke kwaal kunnen vaststellen, vallen immers onder de euthanasiewet, benadrukten de experts.

Het advies overtuigde het kabinet-Rutte II niet. In oktober 2016 lieten de ministers Schippers en Van der Steur alsnog weten voorbereidingen te treffen voor een nieuwe stervenswet. D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra wilde een eventueel initiatief van het kabinet niet afwachten en stelde een eigen concept-stervenswet op; officieel de Wet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek geheten. Levensmoede ouderen van 75 jaar en ouder zouden volgens deze wet via een zogenaamde levenseindebegeleider een zelfdodingsmiddel voorgeschreven kunnen krijgen waarmee zij, in diens aanwezigheid, hun leven zouden kunnen beëindigen.

Tijdens de formatie van het kabinet-Rutte III spraken VVD, CDA, D66 en ChristenUnie af eerst nader onderzoek te doen naar de omvang en de leefomstandigheden van de groep ouderen die in aanmerking zouden komen voor deze wet. Na deze studie en de kabinetsreactie daarop, die verwacht wordt in 2020, beslist Dijkstra of en wanneer ze haar initiatiefwet indient bij de Tweede Kamer.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.