Een lift in de woestijn als gebedsverhoring

Tijdens de werkvakantie in Ceuta in het noordoosten van Marokko hielpen Robert IJsselstein en Anne Kamerling de vluchtelingen die rond de Spaans-Marokkaanse grens verbleven. Er was ook tijd voor ontspanning, zoals hier op het strand van de Middellandse Zee. beeld Stichting Gave
4

„Indrukwekkend” en „onvergetelijk.” Zo ervaarden Robert IJsselstein (21) uit Apeldoorn en Anne Kamerling (18) uit Ridderkerk de jongerenreis die werd georganiseerd door Stichting Gave en Livingstone, een organisatie die christelijke werkvakanties regelt. Tijdens de werkvakantie hielpen ze vluchtelingen die bij de Spaans-Marokkaanse grens verblijven.

Robert, student communicatie en multimediadesign: „We vlogen op 13 oktober vanaf luchthaven Zaventem in Brussel naar Tanger, een stad in het noordwesten van Marokko. Onze verblijfplaats was in Ceuta, een Spaans gewest ten noordoosten van Marokko. We verbleven daar in een kleine christelijke gemeenschap. De dominee haalde ons met een busje bij het vliegveld op. We zaten met z’n twaalven, plus de dominee en zijn vrouw, in dat kleine busje. Dat voelde als een soort ontgroening. We wisten direct dat het leven in Afrika anders is dan in Nederland.”

Anne, student verpleegkunde: „In Nederland help ik sinds twee jaar vluchtelingen die in een asielzoekerscentrum (azc) in Rotterdam zitten. Ik ben gekoppeld aan een gezin uit Syrië dat nu wacht op een verblijfsvergunning. Ik ben met de jongerenreis van Gave meegegaan om te zien wat dat gezin en andere vluchtelingen tijdens hun vlucht hebben meegemaakt.”

Robert: „Het vluchtelingenprobleem kende ik alleen van wat ik er in het nieuws over hoorde. Ik hoopte in Afrika dat verhaal uit de media van dichtbij te kunnen zien.”

Woongemeenschap

Anne: „We verbleven bij een dominee en zijn vrouw, die daar al dertig jaar vluchtelingen helpen. Zij hebben een eigen woongemeenschap opgebouwd. Naast een kleine school, een kerkje en hun eigen huis staan er wat bijgebouwen. Daar logeerden wij. Jongens en meiden in gescheiden slaapzalen. Ook de douches waren apart.”

Robert: „We mochten daar voor weinig geld verblijven. Als tegenprestatie hebben de jongens meegeholpen met de bouw van een nieuw kerkje. De oude kerk werd te klein en krijgt een nieuwe functie. Het was zwaar werk. We moesten cementplaten op het dak leggen. Er hielpen ook vluchtelingen uit het opvangkamp in de buurt mee. In dat kamp zitten vluchtelingen uit de landen beneden de Sahara. Zij waren in afwachting van papieren waarmee ze door Europa konden reizen.”

Anne: „Het zware werk lieten we aan de jongens. Wij hielpen vooral met onderhoud. Schilderen, schoonmaken; dat soort werk.”

Het hoofddoel van de reis was het contact met vluchtelingen. Anne: „We hebben honderden vluchtelingen gezien. In het kamp in Ceuta natuurlijk, maar ook bij de Spaans-Marokkaanse grens en in de bossen in Marokko in de buurt van de grens. Het verhaal van een christelijke jongen uit Liberia zal ik nooit vergeten. Hij hielp mee met de bouw van het kerkje en vertelde op een avond over zijn vlucht. Ik heb het verhaal zelfs opgeschreven.”

Huidskleur

„De vader van de jongen was moslim, zijn moeder christen. Hij had alleen maar oudere broers. Zijn vader had het gezin verlaten, dus liet zijn moeder de zorg voor haar jongste zoon over aan zijn islamitische broers. Die namen hem mee naar buurland Guinee. Door burgeroorlogen is daar veel geweld. Voor zijn eigen veiligheid besloot de jongen te vluchten. Op zijn 16e liep hij weg. Zijn bagage bestond uit één plastic tasje met persoonlijke eigendommen. Hij verliet zijn broers en wilde een bus nemen in noordelijke richting. Einddoel: het rijke, veilige Westen. Voor veel vluchtelingen is het doel niet specifieker.

De chauffeur van de bus waarmee hij wilde reizen, nam hem niet mee vanwege zijn huidskleur. Mensen uit Liberia zijn namelijk echt pikzwart, en zelfs in Afrika wordt er gediscrimineerd op huidskleur. Er zat niets anders op dan lopend de reis te vervolgen. Vierhonderd kilometer dwars door de Sahara moest hij afleggen op weg naar de volgende stad. Dag en nacht liep hij door. Biddend tot God om hulp. Af en toe kwam er een auto langs, maar hij was zo moedeloos dat hij geen lift durfde te vragen.

Na drie dagen en drie nachten zat hij er zo doorheen dat hij dacht het niet te overleven. Toen, na 300 kilometer, kwam er een scooter langs. De bestuurder bood hem een lift aan. Toen de nood het hoogst was, verhoorde God zijn gebed.

Uiteindelijk kwam hij aan in een stadje en sloot hij zich aan bij een groep vluchtelingen die op weg was naar Spanje. Met die groep kwam hij aan bij de Spaans-Marokkaanse grens. Daar heeft hij twee maanden in de bossen gewoond. In die bossen verstoppen de vluchtelingen zich voor de politie. Ze verzamelen zich tot de groep groot genoeg is en bestormen dan ’s nachts de grens. De Liberiaanse jongen heeft wel drie pogingen ondernomen voordat het hem lukte om over de hekken te klimmen en aan de andere kant te komen. Nu zit hij al drie maanden in het opvangkamp in Ceuta.”

Voedsel in blik

Robert: „We zijn ook een dag naar die bossen in Marokko geweest waar de vluchtelingen zich verstoppen. Samen met de dominee en zijn vrouw reden we door de bergen. We hadden kleren en voedsel in blik bij ons om uit te delen. Toen we uit de auto stapten en naar het bos wandelden, was er niet één vluchteling te bekennen. Ze verstopten zich, uit angst voor de politie. We zagen alleen maar struiken en bebossing. Zo konden we de kleding en het voedsel niet weggeven, dus hebben we tot God gebeden of wij de vluchtelingen toch nog onze hulp mochten bieden. Toen we onze ogen openden, kwamen er twee mensen uit het bos. En na een tijdje nog een paar. Ineens kwamen ze overal vandaan en stond er een grote groep om ons heen, die we hebben geholpen.

De reis was een heel intense ervaring. Al die vluchtelingen die totaal ontheemd waren en als dieren in het bos leven. Verschrikkelijk. Het was goed om met eigen ogen te zien dat de vluchtelingencrisis over individuen gaat. In de media hoor je vaak over één groot probleem, maar het gaat om allemaal mensen met een eigen verhaal.”

Anne: „In het vluchtelingenkamp in Ceuta zaten zo’n 400 vluchtelingen, van wie het grootste deel Frans sprak. Ik kan die taal vrij goed verstaan en een beetje spreken, dus dat was handig. Ik heb een aantal verhalen aangehoord, maar de vluchtelingen wilden vooral veel van ons weten. Ze stelden vragen als: Wat staat ons te wachten? Hoelang duurt het voor we hier weg kunnen? Wat moeten we doen als we in Nederland terechtkomen?”

Mensensmokkelaars

Robert: „Door de reis is mijn kijk op het vluchtelingenprobleem veranderd. Ik belandde midden in het verhaal dat ik alleen via de media kende. Daardoor denk ik nu te weten wat de oorzaak van het probleem is. Vluchtelingen wordt met name door mensensmokkelaars allerlei moois beloofd. Ze horen dat je in Europa rijk en gelukkig zult worden, terwijl die beloften niet realistisch zijn.

Ik zie nu ook in dat het vluchtelingenprobleem een onmogelijke situatie is. In Nederland denken we daar soms veel te gemakkelijk over. Bijvoorbeeld dat de crisis met politieke deals op te lossen is, of dat opvang in de eigen regio het beste is. Dat is niet altijd zo. Er is geen simpele oplossing voor het probleem. Het enige wat je kunt doen, is liefdevol met die vluchtelingen omgaan. Zoals de barmhartige Samaritaan.

Door deze ervaring sta ik er meer voor open om me in te zetten voor vluchtelingen. Hoe dat concreet moet, weet ik nog niet. Wat ik in ieder geval kan doen, is het delen van mijn ervaringen. Daardoor kan ik bijdragen aan de bewustwording van de gigantische omvang van het probleem.”

Anne: „Door die Liberiaanse jongen ben ik erbij stilgezet dat een leven met God je zo veel kracht geeft. Die vluchteling heeft het gehaald omdat hij hulp heeft gevraagd aan God. Je merkte aan hem dat hij zijn hoop niet verloor, omdat hij wist dat God met hem was. Dat is een levensles.”

Jongerenreis naar vluchtelingen in Noord-Afrika

Tien christelijke jongeren en twee begeleiders van Stichting Gave vlogen twee weken geleden naar Marokko voor een werkvakantie onder vluchtelingen. Gave regelde de reis samen met Livingstone, een organisatie die christelijke werkvakanties organiseert. De jongeren verbleven in Ceuta, een stad die in een Spaans gewest aan de Afrikaanse kant van de Straat van Gibraltar ligt, aan de Middellandse Zee.

De jongeren hielpen daar vluchtelingen. Zo’n 400 vluchtelingen was het in het afgelopen jaar al gelukt de Spaans-Marokkaanse grens over te komen. Zij zaten in een kamp. Anderen hielden zich verscholen in het bos in de Marokkaanse bergen, wachtend op een mogelijkheid om met z’n allen de hekken bij de grens te bestormen.

Jaap van de Kamp van Stichting Gave was een van de begeleiders tijdens de jongerenreis naar Ceuta. „Veel Nederlandse jongeren hebben vaak een duidelijke mening over de vluchtelingencrisis, terwijl ze het probleem nog nooit van dichtbij hebben gezien. De jongeren die meegingen, waren natuurlijk wel meelevend, maar kenden ook niet meer dan het verhaal uit de media. Ik hoop dat deze reis hun blik heeft veranderd.

Tijdens de reis hebben we verschillende vluchtelingen ontmoet. Wat op mij veel indruk maakte, waren de keren dat wij als blanke westerlingen de Spaans-Marokkaanse grens passeerden. Wij lieten ons paspoort zien en mochten doorlopen, terwijl duizenden vluchtelingen hun leven in de waagschaal moeten stellen om aan de andere kant van die grens te komen. Ik voelde hoe bevoorrecht wij zijn dat we in een welvarend land zijn geboren.

Verschillende keren zaten we als groep verslagen bij elkaar. Voorafgaand aan de reis hadden we een voorbereidingsavond, maar je kunt de jongeren nooit op alles voorbereiden. We hebben zo veel heftige dingen gezien. Mensen die in het bos proberen te overleven en moed verzamelen om aan de andere kant van de grens te komen. Vluchtelingen die in een kamp in een verscheurende onzekerheid leven.

Naast alle schokkende ervaringen was er ook ruimte voor gezelligheid en er ontstond zelfs een soort van vriendschap. Toen we aan het eind van de reis in het centrum van Ceuta een ijsje kochten, ging een Liberiaanse vluchteling mee alsof hij er helemaal bij hoorde. Dat was prachtig om te zien.

Ik hoop dat de jongeren door deze reis evenwichtiger oordelen over de vluchtelingencrisis. Als ze in Nederland een vluchteling zien, weten ze nu wat voor verschrikkingen die vaak heeft moeten doormaken. Verder zou het heel mooi zijn als de jongeren hier de handen uit de mouwen steken en bijvoorbeeld in een asielzoekerscentrum gaan helpen.

Volgende week is er een evaluatieavond met de jongeren. Ze hebben nogal wat meegemaakt en gezien. Het is goed om die ervaringen met elkaar te delen. Die evaluatie is een soort van nazorg. Ik gun elke jongere deze ervaring, dus wat mij betreft is deze reis voor herhaling vatbaar.”