Ds. Jan van Gelderop: een weg vooruit achter acht dichte deuren

Het Gesprek
beeld Sjaak Verboom
6

Beginnen bij nul. Ds. Jan van Gelderop uit Vaassen weet wat dat inhoudt. Toen hij tien jaar geleden losgemaakt werd van zijn kerkelijke gemeente stond zijn leven „op losse schroeven.” Nu hij als geestelijk verzorger in centrum voor transculturele psychiatrie Veldzicht werkt, ziet hij dat veel bewoners eenzelfde proces doormaken. „Vaak zijn ze alles kwijt. Dan is het mooi dat we samen kunnen ontdekken wat nog wél waarde heeft.”

Voor het grote hek van Veldzicht in Balkbrug staat een verkoopkar. Er liggen doosjes met scharreleieren op. Maar ook vlaggetjes die door patiënten zijn gemaakt. Het geld ervoor kun je in een bakje stoppen. Aan de andere kant van de toegangsweg hangt een groot bord, met de mededeling dat Veldzicht onderdeel is van justitie. Daaronder staan een pistool getekend, en een wietblad. Beide met een kruis erdoor.

Het eerste hek staat open. Een geplaveid pad loopt onder grote eikenbomen door naar de receptie van het statige pand. Wie als buitenstaander ds. Van Gelderop wil ontmoeten, moet zich daar melden. Het laten zien van een paspoort hoort bij de standaardprocedure. Het afgeven van de handbagage ook. Kledingstukken met metaal eraan moeten net als bij de douane op Schiphol in een speciale bak door een scanner. Wie daarna door het detectiepoortje loopt, hoort als het goed is geen gepiep.

Acht deuren moet ds. Van Gelderop ontgrendelen, wil hij bij zijn werkplek komen. Voordat hij daarheen gaat, maakt hij vandaag nog een rondje langs ‘zijn’ bewoners. Een ronde die hij, omdat er bezoek bij is, eerst per telefoon op de afdelingen heeft moeten aankondigen.

beeld Sjaak Verboom

Zolang ds. Van Gelderop op het terrein van het centrum is, draagt hij zijn pieper met alarmknop altijd bij zich. „Ik heb hem nog nooit nodig gehad, maar het is goed dat dergelijke systemen er zijn. In de justitiële inrichtingen heeft veiligheid van het personeel de hoogste prioriteit.”

Bij veel deuren hangt een kastje waar hij zijn sleutel langs moet halen. Bij andere deuren moet hij wachten tot de portier hem ziet. „Er zijn verschillende afdelingen, met allemaal hun eigen mate van beveiliging. Wat de mensen gemeen hebben is dat ze psychisch in de war zijn. Bovendien zijn veel patiënten afkomstig uit het buitenland.”

In het midden van iedere afdeling is een ruimte voor het personeel, dat zich bewust niet in uniform kleedt. „Daar kunnen mensen door van slag raken.”

Elke kamer heeft een celdeur, met een raampje, waardoor de communicatie plaatsheeft. De bewoners, door de begeleiders patiënten genoemd, zitten tijdens de rondleiding van vandaag op hun werk. Tijdens deze uren maken ze werkstukken in opdracht. Of voor zichzelf. Zo is er een afdeling houtbewerking en een waar met metaal wordt gewerkt.

Als ds. Van Gelderop over de afdeling loopt, schudt hij diverse handen. „Fijn je weer te zien”, of: „Zullen we weer een keer een afspraak maken?”, klinkt het geregeld. Ook nieuwelingen begroet hij met een handdruk.

Hoe kijken de bewoners naar u?

„Ik ben als predikant ”een man van God”. Ook wel ”iemand van de kerk”, omdat ik in mijn rol de kerk representeer. Veel bewoners hebben daar eerbied voor. Dat zit in hun cultuur.

Ze hebben ook eerbied voor de Bijbel, omdat ze die zien als heilig boek. Dat kan verbonden zijn met een soort bijgeloof. Ik herinner me een Roemeense man in gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen, waar ik hiervoor werkte. Hij wilde graag een Bijbel hebben. Toen ik later bij hem langsging, had hij hem op een plankje gelegd, met een kaarsje ervoor. Erachter stond de foto van zijn vrouw en kinderen. De Bijbel moest hun geluk brengen.

Dergelijke ervaringen laat ik soms in de preek terugkomen. Dan vertel ik bijvoorbeeld: „Het bezit van een Bijbel zal je niet dichter bij God brengen. Christus omhelzen, Zijn liefde aanvaarden en Hem navolgen doen dat wel.”

beeld Sjaak Verboom

Samenwerking

Bij de afdeling geestelijke verzorging van Veldzicht zijn behalve ds. Van Gelderop twee andere geestelijk verzorgers in dienst. Een imam en een pastor van rooms-katholieken huize. „Hoewel we heel verschillend zijn en denken, is er een goede samenwerking tussen ons. Dat is fijn.”

Naast zijn kantoor bevindt zich de kerkzaal, beter bekend als het stiltecentrum. Behalve voor de wekelijkse kerkdiensten wordt deze ruimte voor bijeenkomsten van moslims gebruikt. „Elke zaterdagavond is hier een kerkdienst. Het is elke keer weer een verrassing welke bewoners zullen komen.

Er zijn standaard enkele vrijwilligers uit diverse kerken in de regio aanwezig, die gezamenlijk de Kerk vertegenwoordigen. Dat vind ik belangrijk. Zodat mensen weten dat ze onderdeel zijn van een groter geheel.

Er kunnen in een kerkdienst twintig bewoners zitten. Maar ook twee of drie. Of zelfs één. Ook dan gaat de dienst door. Daarom begin ik elke bijeenkomst met de woorden van Christus uit Mattheüs 18: 20: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.”

In hoeverre maakt voorgaan in een gewone kerkdienst of in een gevangenis verschil?

„Ik ben bij beide dienaar van het Woord. Daarin verschilt het niet. We doen de Bijbel open en ik mag vertellen wat God ons door Zijn Woord te zeggen heeft. We zingen, ik spreek de groet uit en geef aan het eind de zegen mee. Ook qua voorbereiding verschillen beide diensten niet wezenlijk.

Het verschil met een gewone dienst is wel dat mijn publiek hier weinig of niets van de Bijbel weet. Een aantal bewoners kan nauwelijks lezen en schrijven. Dat is een hindernis. Maar ook de psychische stoornis die mensen hebben dwingt mij om het Evangelie zo eenvoudig mogelijk te brengen.

De spanningsboog van de bewoners is vijf minuten, zeggen collega’s me. Mijn preken duren vaak vijftien minuten. Dat gaat goed.”

Voor sommige mensen zal het een eerste keer zijn dat ze een kerkdienst bezoeken.

„Dat klopt. En voor sommigen blijft het ook bij één keer. Wat dat betreft zijn we een kerk van voorbijgangers. De bewoners komen zeer onregelmatig naar de diensten. Daarbij komt dat mensen soms maar kort in Veldzicht vertoeven. Dan heb ik ze in de dienst ontmoet en zie ze daarna nooit meer.

In Veldzicht zitten mensen uit veel verschillende landen. Die culturele achtergronden zie je ook terug in de dienst. Er zijn mensen die knielen als ze bidden. Of die hun handen opheffen. Anderen doen, net als ik, hun handen omhoog als ik de zegen over hen uitspreek, uit onwetendheid. Hun vertel ik na afloop vaak wel waarom ík mijn handen omhoog doe en zij dat niet hoeven te doen, omdat zij de zegen juist mogen ontvángen.”

beeld Sjaak Verboom

Komen er alleen christenen naar de dienst?

„Er komen ook moslims naar de kerkdienst. In Veldzicht zitten veel moslimvluchtelingen. Dat is trouwens opmerkelijk, omdat een groot deel van de vluchtelingen naar Europa christen is. In Norgerhaven maakte ik destijds mee dat het voor moslims lastig was om de kerkdienst te bezoeken, ook al was dat formeel toegestaan. Dus dat gebeurde zelden. In Veldzicht is dat gelukkig niet zo. Hier voelen patiënten zich vrij om zowel de kerkdienst als het vrijdaggebed met de imam bij te wonen.”

Komt u moslims tegen die christen willen worden?

„Het is soms de eerste vraag als mensen mij ontmoeten. Sommige bewoners zijn op het strand van een van de Griekse eilanden gedoopt. Ik sta daar vrij terughoudend in. Soms blijkt dat zo’n dopeling nauwelijks kan vertellen wat zijn nieuwe geloof inhoudt.

Voor sommigen is christen worden interessant omdat het de kans op een verblijfsvergunning vergroot. Dat idee krijg ik ook als bezoekers van de kerkdiensten me vragen of ik een verklaring wil schrijven dat ze zijn geweest. Al zijn ze hier van harte welkom, dat doe ik niet. Als ze christen willen worden, start ik met een reeks gesprekken of Bijbelstudie waarin ik hun uitleg wat het christelijk geloof inhoudt.”

De Bijbel is duidelijk over mensen die hebben gezondigd. Hoe gaat u hiermee om in het pastoraat?

„Als ik mensen voor het eerst spreek, sta ik open voor hun verhaal. Ik luister veel, vraag hoe het met hen gaat en waarom ze hier zitten. Sommige bewoners veroordelen zichzelf. Zij zien heel duidelijk hun eigen schuld. Anderen hebben dat minder. Die geven vooral de omstandigheden, anderen of de inrichting de schuld. Daar kun je in vervolggesprekken verder op ingaan.

Aan het eind van elk gesprek vraag ik of ik met hen mag bidden. Ik heb nog nooit gehad dat iemand dat weigerde. Ik leg het leven van de persoon aan God voor, vraag of Hij bij degenen wil zijn die de persoon achter moest laten en bid om vergeving. Ik nodig de bewoner ook altijd uit voor de dienst.

Tijdens de dienst ben ik dienaar van het Woord en leg de Bijbel uit. En Gods Woord kan kritisch zijn. Voor ons allemaal. We zijn zondaars. En hebben vergeving nodig. Dat is wat elke dienst terugkomt. Ook benoem ik dat de deur naar God geopend is door Zijn Zoon de Heere Jezus. En dat Hij wil dat we Hem om vergeving vragen.

Juist mensen die weinig meer te verliezen hebben, kunnen soms onverwacht openstaan voor deze boodschap. Vaak zelfs meer dan keurige gemeenteleden bij wie alles voor de wind lijkt te gaan.”

Ooit voelde u zich ook zo, dat u alles verloren had. Kunt u daar meer over vertellen?

„De losmaking van mijn laatste gemeente was een pijnlijk proces. Ik werd op non-actief gesteld, terwijl ik me geroepen voelde tot het predikantschap. Daar heb ik het heel moeilijk mee gehad. Niet alleen voor mij, ook voor mijn vrouw en dochter was het zwaar. Zij werden erin meegesleept, zonder dat ze er iets aan konden veranderen.”

Hoe kijkt u nu op die periode terug?

„Hoe moeilijk ook, het proces was achteraf gezien nodig om mij te laten zien wie ik echt was en wilde zijn. Het was de afsluiting van een lange zoektocht.

Mijn ouders gingen in mijn jeugd beiden naar verschillende hervormde kerken. Mijn vader bezocht een confessionele gemeente, mijn moeder ging naar een bondsgemeente. Zelf heb ik in mijn tienerjaren samen met een vriend vaak een vrije evangelische gemeente bezocht.

Tijdens mijn studie theologie in Utrecht ging ik regelmatig naar de Studentenkerk in Nijmegen, waar ik en mijn vrouw destijds woonden. Deze gemeenschap propageerde een kerk die maatschappelijk betrokken was. Dat sprak ons aan. Begin jaren ’90 kwam Kuiterts boek ”Het algemeen betwijfeld christelijk geloof” uit. Daar werd toen in de Studentenkerk een prekenserie aan gewijd.

Met grote instemming veegde men met dr. Harry Kuitert de verzoening door Christus van tafel. Dat was voor mij een keerpunt. Ik stelde me de vraag: Hoe kan ik dienaar van het Woord willen worden, en tegelijkertijd Gods Woord niet serieus nemen?

Ik volgde de hervormde predikantsopleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Ik schreef me in voor een collegereeks getiteld ”Sola fide”, waarin de reformatorische beginselen werden uiteengezet. Het was alsof ik thuiskwam.

Mijn tweede gemeente, Wapenveld, was een heel pluriforme gemeente. Een groep in de gemeente was niet blij met mij, vond mij te ouderwets.

Na mijn losmaking heb ik me aangemeld als lid van de Gereformeerde Bond. Een stap die mijn identiteit bevestigde. Tot op de dag van vandaag ben ik dankbaar dat ik daar ben toegelaten.”

U noemde het zelfs leiding van de Heilige Geest.

„Dat geloof ik zeker. Het is bijzonder om te ervaren hoe God je leven leidt, ook door de moeiten heen.

Eind oktober geef ik samen met een coach een hersteltraining aan een groep losgemaakte predikanten, waarin we dit onderwerp ook aan de orde stellen. Het is een training van twee dagen, in opdracht van de Protestantse Kerk in Nederland. Met deze predikanten willen we bespreken hoe je omgaat met een losmaking. En hoe je weer een weg vooruit kunt vinden.

Vooruit kijken is ook een thema dat bij veel bewoners hier speelt. Hun leven staat op losse schroeven. Vaak zijn ze bijna alles kwijt. Het is dan mooi om samen op zoek te gaan naar wat voor hen nog wél waarde heeft.”

Dat is bijna het werk van een psycholoog.

„Ik had al tijdens mijn studie theologie interesse in de psychologie. Toen ik losgemaakt werd en op een nieuw beroep wachtte, ben ik maatschappelijk werk en dienstverlening gaan studeren. Ik heb nog elke dag profijt van wat ik tijdens mijn studie leerde. Maar ik heb tijdens de opleiding zelf ook momenten gehad dat ik moest slikken.”

Kunt u dit uitleggen?

„Ik zat in een klas met leerlingen die net van de havo kwamen. Hun leven was zo anders dan dat van mij als vijftiger. Ook moest ik tijdens stages gewoon onder aan de ladder beginnen. Dan was ik bijvoorbeeld de hele dag papieren aan het invullen met cliënten.

Op zulke momenten dacht ik: „Wat ben ik aan het doen? Ik ben academicus!”, maar ik heb het kunnen volhouden. En achteraf gezien heeft die periode me veel gebracht.”

Wat bijvoorbeeld?

„Het was een oefening in nederig zijn.”

beeld Sjaak Verboom

Ds. Jan van Gelderop

Ds. Jan van Gelderop wordt in 1959 geboren in Vlissingen. Vanwege het werk van zijn vader verhuist het gezin enkele keren en belandt uiteindelijk in Waddinxveen. Jan volgt de mts, waarna hij als werktuigbouwkundige aan de slag gaat. Op zijn 29e begint hij aan een studie theologie. Hij wordt in 2000 verbonden aan de protestantse gemeenten Gendt-Doornenburg en later aan de protestantse gemeente Wapenveld. Van deze laatste gemeente wordt hij in 2011 losgemaakt. Na zijn studie maatschappelijk werk en dienstverlening werkt hij voor het Leger des Heils bij Ontwenningscentrum De Wending in Ugchelen. Sinds 2016 werkt hij als justitiepredikant, eerst in de Noorse gevangenis in Penitentiare Inrichting Norgerhaven in Veenhuizen en nu in Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht te Balkbrug. Ds. Van Gelderop en zijn vrouw wonen in Vaassen en zijn lid van de hervormde Eben-Haëzergemeente te Apeldoorn.