„Geen sier op een kerkhof”

De Oude Begraafplaats in Huizen kenmerkt zich vooral door kale grafvelden met verroeste ijzeren paaltjes. Veerman: „Dit valt op het geloof terug te voeren. Als een Huizer worstelde, las hij in zijn Bijbel. En 1 Korinthe 15:26 staat: De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Welnu, was dan de gedachte: voor je vijand richt je geen monument op. Dus geen steen op het graf.” beeld RD, Henk Visscher
2

De Oude Begraafplaats in Huizen, kale grafvelden met verroeste ijzeren paaltjes. Op de paaltjes staan nummers: 101 of 118 bijvoorbeeld. Namen ontbreken. „Geen monument voor de laatste vijand.”

Jan Veerman weet al waar hij op de Oude Begraafplaats mettertijd ter aarde wordt besteld. De 67-jarige Huizer wijst naar het einde van het grafveld. „Tegen de heg, tussen die twee grote bomen kom ik te liggen, in het graf van mijn overgrootmoeder en -vader, waar bovendien een zuster van mijn opa ligt. Binnenkort laat ik mijn opa en opoe en mijn ouders, die allemaal op de Nieuwe Begraafplaats liggen, hier herbegraven. Ik kom daar dan bij, is de bedoeling.”

Omdat de 67-jarige Veerman ongetrouwd is en geen kinderen heeft, moet hij nog uitzoeken wie straks de rechthebbende van het graf is. „Het zal wel uitdraaien op een stichting. Ik moet in ieder geval iets regelen, want anders is het graf over een aantal jaren eigendom van de gemeente en word ik met mijn hele familie geruimd.”

Het stoort de Huizer dat de gemeente Huizen nog altijd graven ruimt en daarmee het karakter van de Oude Begraafplaats aantast. „Want ervoor in de plaats komen graven met grafstenen.” Hij loopt naar een graf met een rode Brabantste grafsteen. „Die past hier gewoon niet en dat krijg je dus als de gemeente geen toezicht houdt. Op zich is die steen mooi, maar het is een dissonant.”

Veerman heeft enig recht van spreken. Hij is specialist op het gebied van de vroegere Huizer visserij, maar ook in de geschiedenis van de Oude Begraafplaats aan het Prins Bernhardplein in de Gooise gemeente heeft hij zich verdiept. Ieder jaar geeft hij in september tijdens de zogenaamde Huizerdag rondleidingen.

Middeleeuwse traditie

Wie het ijzeren hek naar de begraafplaats opent, krijgt niet de indruk dat hij een algemene begraafplaats betreedt. Voor hem staat een aula die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd. In het raam boven de deur is een davidster aangebracht. „Waarschijnlijk een idee van de architect, maar mensen verwachten zoiets niet bij de ingang van een algemene begraafplaats”, merkt Veerman op.

Tot 1828 werden, met een kleine onderbreking van 1804 tot 1813 door toedoen van Napoleon, de mensen in en rond de Oude Kerk begraven. Toen dit door koning Willem I werd verboden, kocht de gemeente Huizen een akker op een afstand van ”dertigh Gooische roeden” vanuit de Oude Kerk gemeten. „Dat is dertig keer drieënhalve meter. Dan kom je uit op 105 meter”, zegt Veerman. „Ik heb het met een laserstraal nagemeten en het klopt precies.”

Aanvankelijk lag er om de begraafplaats een aarden wal. Later kwam er aan de dorpszijde een smeedijzeren hek en aan de noordzijde een gemetselde muur. De begraafplaats was niet van de kerkelijke gemeente, maar de gelovigen hadden wel degelijk invloed op de inrichting ervan. Zo werden de overledenen met de voeten richting het oosten begraven. Veerman: „In en rond de kerk gebeurde dat eerder eveneens. Dat is een traditie die nog stamt uit de middeleeuwen. De gedachte was dat bij de wederkomst van Christus de gestorvenen direct in de richting van Jeruzalem konden treden. De kerk zelf is trouwens ook oostelijke richting gebouwd.” Ook de rechte paden en het ontbreken van struiken hangen samen met de calvinistische geloofsovertuiging, merkt Veerman op. „Geen sier op een kerkhof.”

Op de begraafplaats stond aanvankelijk geen aula. In Huizen werden mensen die gestorven waren vanuit het sterfhuis begraven. In de kerk of op de begraafplaats sprak een predikant geen lijkrede uit omdat het geen zin had te bidden voor iemand die overleden was en over wie God al had geoordeeld. De dode werd alleen naar het kerkhof gebracht om te worden begraven. Pas in de twintigste eeuw kwam hier verandering in. „Toen is in 1940 een aula gebouwd”, aldus Veerman.

Predikanten

Pas in de loop van de twintigste eeuw komen er meer grafstenen op de begraafplaats. Die bevinden zich vooral aan het begin, vlak na de aula. Hier nog altijd rechte paden, maar nu met grafsteen met de naam van de overledene. Het zijn vooral typische Huizer achternamen als Kos, Lustig, Rebel, Schaap, Teeuwissen, Veerman, Visser en Westland.

Halverwege de begraafplaats staan een paar grafmonumenten van predikanten die in Huizen ter aarde zijn besteld. Veerman staat stil bij het graf van de in 1916 overleden ds. Van der Sluis. „Die heeft veel voor de Huizer bevolking betekend in de sociale sfeer. Hij zorgde er bijvoorbeeld voor dat er naar de weduwen van verdronken vissers werd omgekeken.” Daarnaast het graf van dominee Batelaan, gestorven in 1936. „Die predikant was erg geliefd. Bij zijn begrafenis was de Oude Kerk afgeladen. Op de galerij onder de toren zat zo veel volk dat die dreigde in te storten. Het dorp is toen voor een ramp bewaard.”

Het meest in het oog vallen toch de ijzeren nummerbordjes op de grafvelden. Veerman: „Dit valt eveneens op het geloof terug te voeren. Wat deed een Huizer als hij ergens mee worstelde? Dan las hij in zijn Bijbel. En wat vond hij in 1 Korinthe 15:26: De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Welnu, was dan de gedachte: voor je vijand richt je geen monument op. Dus geen steen op het graf.”

„Wat ongetwijfeld meespeelde”, zegt Veerman, „was de armoe. In de negentiende eeuw was de kindersterfte groot en de boeren en vissers hadden het niet breed. Niet iedereen kon zich dus een grafsteen permitteren.”

Het gevolg is dat op het oudste gedeelte van de begraafplaats er bijna alleen maar paaltjes staan met tussendoor een enkele steen van een notabele. „De paaltjes zijn overigens door de beheerder geplaatst en niet door de familie van de overledenen.”

Onbepaalde tijd

Wat bovendien kenmerkend is, is dat veel graven voor onbepaalde tijd zijn. Huizers geloofden in de opstanding van de doden en kochten daarom als het half kon een familiegraf voor onbepaalde tijd. Ze noemden dat bewust niet ”eeuwig”, omdat op aarde niets eeuwig is.”

Toch ontruimt de gemeente Huizen de graven?

„Ja, dat gebeurde en gebeurt nog altijd, ondanks het feit dat in 1953 aan de Naarderstraat de Nieuwe Algemene Begraafplaats is aangelegd. In 1996 ging de gemeenteraad akkoord met een voorstel op beide begraafplaatsen te ruimen. Nog niet zo lang geleden is de boomkwekerij van de plantsoenendienst bij de Oude Begraafplaats getrokken. En bij de herinrichting in 2014 van de Nieuwe Begraafplaats zijn niet minder dan 1400 grafruimten ontstaan. Tot 2070 verwacht men daardoor geen tekort aan grafruimte. Toch ontziet men de Oude Begraafplaats niet en dat volgens het principe: regel is regel. Wij, dat wil zeggen de Historische Kring Huizen en de Vrienden van het Oude Dorp, protesteren regelmatig. Met succes, want anders was er veel meer geruimd.”

Als de graven in familiebezit zijn mag de gemeente toch niet ruimen?

„Dat klopt, maar als er geen rechthebbende is, komt het graf in handen van de gemeente en mag ze het graf ruimen. Het begrip rechthebbende wordt daarbij zeer strikt gehanteerd: alleen familieleden in de tweede graad worden als rechthebbende geaccepteerd.”

Dus heeft een echtpaar geen kinderen, dan vervalt het graf op termijn aan de gemeente?

„Precies, want neven en nichten komen in het verhaal van de gemeente niet voor.”

Veerman kan zich er behoorlijk over opwinden. „In 2017 zijn de graven geruimd van de laatste twee Huizer vissers, die in de Tweede Wereldoorlog, in 1943, zijn verdronken. Die zijn in een massagraf terechtgekomen. Zoiets is onbegrijpelijk.”

Op initiatief van CU en SGP loopt er sinds december vorig jaar een onderzoek om de graven met de genummerde paaltjes en bijzondere graven en grafmonumenten (zie ”Het stenen archief van de dorpsgeschiedenis”) een beschermde status te geven. In juni komt het college van burgemeester en wethouders met de uitkomst. Veerman hoopt op een positieve uitslag. „In Huizen was altijd de gedachte: oude rommel breng je naar de belt. Als je op de toren van de Oude Kerk klimt en je kijkt om je heen, dan zie je alleen maar platte daken. Je waant je op een industrieterrein. Ik wil maar zeggen: veel ouds is in Huizen verloren gegaan. Ik hoop dat we geleerd hebben. Op dit kerkhof vind je de complete geschiedenis van het dorp terug. Daar moet je als gemeente zuinig op zijn.”

Het graf van dominee Batelaan, overleden in 1936, op de Oude begraafplaats. „Die predikant was erg geliefd. Bij zijn begrafenis was de Oude Kerk afgeladen. Op de galerij onder de toren zat zo veel volk dat die dreigde in te storten. Het dorp is toen voor een ramp bewaard.” beeld RD, Henk Visscher

„Het stenen archief van de dorpsgeschiedenis”

Marijke Terlouw, CU-raadslid in Huizen, stelde vorig jaar hardop de vraag of de Oude Begraafplaats niet in de cultuurnota thuishoorde. „Die waren we met andere politieke partijen aan het schrijven. Uiteindelijk rolde daar een motie uit van SGP en CU om verdere aantasting van de begraafplaats te voorkomen door het verlenen van een bijzondere status.”

Het Huizer raadslid kwam er pas achter dat de Oude Begraafplaats „bijzonder” was toen ze deelnam aan een rondleiding die door Jan Veerman van de Historische Kring Huizen werd gegeven. „Die grafvelden met alleen ijzeren paaltjes zijn heel apart. Maar het is vooral het verhaal erachter dat doet beseffen dat het hier gaat om uniek erfgoed. Die eenvoudige grafvelden vormen een afspiegeling van de vroegere Huizer samenleving, die zich vooral kenmerkte door de calvinistische levensovertuiging.”

SGP’er Rob Bource ging direct aan de slag nadat Terlouw de Oude Begraafplaats in het kader van de cultuurnota aan de orde stelde. Hij fietst regelmatig langs de Oude Begraafplaats, maar „het zicht erop wordt onttrokken door een muur.” Dus echt bekend was hij evenmin met de begraafplaats.

Hij verdiepte zich in de Oude Begraafplaats door informatie in te winnen bij historische verenigingen in het Gooise dorp zelf, maar ook daarbuiten bij de erfgoedvereniging Bond Heemschut en de stichting voor funerair erfgoed Terebinth. Het leidde uiteindelijk tot het indienen van een gezamenlijke motie. Want daar is Bource eveneens van overtuigd: „Dit moet je beschermen.”

Korrie Korevaart, vicevoorzitter van Terebinth, gebruikt bijna dezelfde woorden. Op verzoek van Bource bezocht ze november vorig jaar de begraafplaats en stelde ze een advies op. „De hele begraafplaats moet tot gemeentelijk monument worden verklaard”, is kort en bondig haar bevinding.

„Huizen telt 40 rijksmonumenten en 93 gemeentelijke monumenten. Dat zijn met name villa’s, huizen en boerderijen. Daar is de gemeente zuinig op en dat mag. Maar de Oude Begraafplaats is als het ware het stenen archief van de dorpsgeschiedenis van Huizen”, stelt Korevaart.

Uniek zijn de grafvelden met de metalen paaltjes niet, zegt Korevaart. Marken en Sprang-Capelle kennen eveneens dergelijke graven. „Maar het zijn stuk voor stuk landelijke uitzonderingen en elk ademen ze een bijzondere sfeer. Bij Huizen gaat het om de calvinistische opvattingen van het dorp. Nogmaals, we zijn zuinig op onze kastelen en dat is goed, maar dat zijn uitingen van rijke mensen. Hier gaat het om de laatste rustplaats van vaak eenvoudige dorpelingen, van wie de gedenktekens verhalen vertellen en een cultuurhistorisch belang vertegenwoordigen.”

Bijzondere graven en grafmonumenten

De Oude Begraafplaats in Huizen telt naast de velden met de metalen paaltjes een aantal bijzondere graven en grafmonumenten.

Bij de ingang van de begraafplaats staat een oorlogsmonument dat eerder voor het vroegere gemeentehuis aan de Naarderstraat stond. Op de begraafplaats zelf liggen drie Huizer verzetsmensen, Jacob Brands, Klaas Snel en Arie de Waal, naast elkaar begraven. De drie werden na een sabotageactie in 1944 door de Duitsers gefusilleerd.

Opvallend op de begraafplaats zijn twee graven met daarop bordjes van email. Verschillende vissers vonden na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 werk bij emailleerder Langcat in Bussum. Overleed er een gezinslid van een voormalige visser, dan kreeg hij van Langcat een emaillen bord met de naam van de overledene dat op het graf kon worden geplaatst.

Eén veld van de Oude Begraafplaats was gereserveerd voor Molukkers. Een deel van de ruim 12.000 Molukkers die in 1951 Indonesië verlieten, kwam in Huizen in barakkenkamp Almere aan de Oud Bussumerweg terecht. Molukkers die overleden werden op de Oude Begraafplaats ter aarde besteld.

Daarnaast zijn er nog diverse graven van notabelen, zoals van burgemeester Egberts, hoofdonderwijzer Hendrik Kooiker van de Keucheniusschool en filantroop John Bienfait.