Reformatorische kerken overhandigen schuldbelijdenis aan Joden

Schuldbelijdenis jodenvervolging
Overhandiging van de schuldbelijdenis aan de Israëlische ambassadeur Naor Gilon (rechts) en opperrabijn Binyomin Jacobs (achter Gilon). Links dr. H. J. Schouten en ds. C. P. de Boer. Ds. D. J. Diepenbroek kijkt toe. beeld Ambassade Israël

Vertegenwoordigers van de reformatorische kerken spraken donderdag een „schuldbelijdenis” richting het Joodse volk uit op de ambassade van Israël in Den Haag. „We moeten nu naar de toekomst kijken”, vindt de Israëlische ambassadeur Naor Gilon.

Nadat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zondag in de Rav Aron Schuster synagoge in Amsterdam –bij monde van scriba dr. R. de Reuver– schuld beleden had jegens het Joodse volk, waren donderdag de andere kerken aan zet. Zij overhandigden een ”belijdenis van schuld” aan Gilon en opperrabbijn Binyomin Jacobs.

In de belijdenis spreken de kerken „met schaamte” uit dat ze nalatig waren in het opkomen voor de bedreigde Joodse gemeenschap in ons land tijdens de Holocaust. Maar ze erkennen ook met dankbaarheid „de moed van hen uit ons midden die wel hun stem verhieven en tegen het onrecht streden”, al brachten „velen die moed en dat respect niet op.”

Gevaarlijk naïef

Dr. C. P. de Boer, christelijk gereformeerd predikant in Sliedrecht, verwees naar ds. J. J. Timmer, van 1941 tot 1948 hervormd predikant te Harderwijk en van 1928 tot 1957 secretaris van de Gereformeerde Bond. Hij vertelde een Joodse vrouw tijdens de oorlog dat de Joden hun Heiland niet straffeloos hebben kunnen verwerpen. Jeruzalem is met de grond gelijk gemaakt en het volk Israël verstrooid tot aan de einden der aarde.

schuldbelijdenis

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Ds. Timmer bood een „theologische verklaring” van de wegvoering van het Joodse volk, aldus ds. De Boer. „God heeft hen verworpen, omdat zij Gods Zoon vermoord hebben. Sindsdien zijn ze gedoemd te lijden, zo vond hij en vele kerkelijke tijdgenoten.”

Ds. Timmer was oprecht in zijn medelijden met de Joden en daarom was hij als mens en predikant met grote invloed in zijn achterban „gevaarlijk naïef.” „Hoewel deze predikant geen antisemitische uitspraken bezigde, creëerde en stimuleerde hij wel met zijn theologische visie een voedingsbodem voor antisemitisme.”

Ds. M. W. Vrijhof, emeritus christelijk gereformeerd predikant in Arnhem, noemde de belijdenis een wake-up call voor onze eigen tijd. „Wat Joden overkomt is een waarschuwing. Want het openbaart de mate van haat en de wil tot verwoesting in een maatschappij. Antisemitisme is anti-het recht op identiteit, anti-vrede, anti-samenleven, anti-leven.”

Antizionisme

Opperrabbijn Jacobs was dankbaar voor de schuldbelijdenis, al valt er volgens hem voor de huidige generatie niets te vergeven. „Maar het gaat erom dat u in een spiegel kijkt en het systeem aanpakt waarin door de eeuwen heen het Joodse volk werd neergezet. Het antisemitisme is de vrucht van een manier van zaaien. We moeten dus de aarde zuiver maken en dat kan alleen wanneer we onze verschillen opzij zetten en kijken naar wat ons bindt: het geloof in de Eeuwige en de inzet voor de normen en waarden van de Bijbel.”

Zowel Jacobs als de ambassadeur wezen op het feit dat het antisemitisme zich vaak vermomt als antizionisme, de ontkenning van de staat Israël. Gilon, desgevraagd na afloop: „Antisemitisme is overal verboden en strafbaar, daarom verhult het zich in antizionisme. Dan wil men het volk Israël een legitieme plaats ontzeggen. De Nederlandse kerken vervullen in hun schuldbelijdenis een voorbeeldfunctie, ook in Europa, door te laten zien hoe diep de wortels van de haat tegen Joden zit.”

De liberale Joodse rabbijn Awraham Soetendorp kon niet aanwezig zijn, maar liet weten dat hij met „ontroering” kennis genomen had van de schuldbelijdenis, als „vervolggetuigenis” op die van de PKN. „Samen vormen zij een krachtige beschutting om het volk Israël heen.”

Volgende week heeft een tweede ontmoeting met de kerken plaats, die het karakter heeft van een werkvergadering, zegt André Diepenbroek, woordvoerder van de Israëlische ambassade, desgevraagd. „We willen een aanzet geven aan het ”hoe nu verder”. Wat moet anders? En voor ons als ambassade: op welke manier kunnen wij hieraan bijdragen?”

Het uitspreken van de schuldbelijdenis is dan niet meer aan de orde. Dat is nu de taak van de deelnemende kerken komende zondag.

Handreiking komende zondag

Reformatorische kerken hebben een handreiking opgesteld voor komende zondag om een schuldbelijdenis voor te lezen. De verklaring is aangereikt door een voorbereidingsgroep die bestaat uit leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), de Gereformeerde Bond (GB) in de Protestantse Kerk in Nederland, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en de Hersteld Hervormd Kerk (HHK).

Donderdag waren aanwezig de ondertekenaars ds. C. P. de Boer (CGK), ds. M. W. Vrijhof (CGK), ds. D. J. Diepenbroek (HHK), dr. ir. H. J. Schouten (CGK), drs. P. J. Vergunst (GB) en ds. J. H. Soepenberg (GKV). De politiek was vertegenwoordigd door Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (SGP) en Eppo Bruins (CU). Volgende week is er een tweede bijeenkomst.

Vanuit de Gereformeerde Gemeenten is de verklaring van de kerken niet ondertekend. Desalniettemin zullen ds. C. Sonnevelt en ds. J. B. Zippro volgende week „op persoonlijke titel” aanwezig zijn, naast Berend Kamphuis, voorzitter van het College van Bestuur van Verus, de vereniging voor rooms-katholiek en christelijk onderwijs.