Prof. Zuiddam: Dankbaar voor theologiestudie in Zuid-Afrika

Prof. dr. B. A. Zuiddam is beroepbaar gesteld binnen de Hersteld Hervormde Kerk. beeld Cees van der Wal

Hij studeerde in Kampen, Utrecht, de Oranje-Vrijstaat en Potchefstroom, doceerde in Zuid-Afrika en was predikant in Australië. Nu is prof. dr. B. A. Zuiddam docent godsdienst aan het Rotterdamse Wartburg College. De Hersteld Hervormde Kerk stelde hem per 26 juni beroepbaar.

Waarom ruilde u Nederland in voor Zuid-Afrika en later Australië?

„Als freelancejournalist verdiepte ik mij in 1989 in christelijk Zuid-Afrika. Diverse voorvallen in dit land wezen erop dat de Heere mij riep tot de dienst des Woords. Dan moet je dat overwegen, aan de hand van de Bijbel. Spurgeon gaf me in ”Lectures to my Students” raad: Ga door met wat je doet. Word alleen predikant als het je maar niet kan loslaten.

Hoewel ik een hervormde achtergrond had, ging ik naar de Theologische Universiteit aan de Oudestraat in Kampen, voor Latijn en Grieks en mijn propedeuse. Echter, innerlijk leefde de overtuiging dat de Heere God wilde dat ik zou gaan studeren in Zuid-Afrika, waar Hij me ook geroepen had. Hoe dat ooit kon gebeuren, zag ik aanvankelijk niet, maar na nog een studieperiode in Utrecht kon ik, door toedoen van een hoogleraar, terecht op ‘zijn’ behoudende theologische faculteit in de Oranje-Vrijstaat.

Terug in Nederland werd ik als hervormd kandidaat geconfronteerd met het Samen-op-Wegproces en andere vernieuwingen. In goed overleg ben ik toen overgegaan naar de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Toen ik een beroep kreeg van het Australische Launceston, wist ik dat ik dit moest aannemen. Deze gemeente was, voordat ik kwam, gescheurd vanwege de visie op bekering en wedergeboorte. Daarna diende ik twee gemeenten in de Presbyteriaanse Kerk van Australië en was ik ziekenhuispredikant. Ook gaf ik lezingen en gastcolleges.”

Wat leidde ertoe dat u weer terugkwam?

„De afgelopen jaren oriënteerde ik me voorzichtig weer op Nederland. In Australië was er steeds minder plek voor bevindelijk-gereformeerde theologie. En de traditionele levensstijl die daarmee samengaat, leidde ertoe dat mensen die beter wisten, maar anders wilden, zich ongemakkelijk voelden. Veel kerken richtten zich op consumentenchristendom. Kerkdiensten waren geen érediensten meer. Het Schriftgezag taande. Gelukkig preekte ik de laatste jaren in een fijne traditionele gemeente, maar kerkelijk raakte ik steeds meer geïsoleerd. Bovendien wilde ik me graag inzetten voor de volgende generatie, maar die was er niet.

Australië heeft onze voorbede nodig en is een waarschuwend voorbeeld. Daar begon de secularisatie na de Eerste Wereldoorlog, bij ons na de Tweede. We lopen maar twintig jaar achter.

Ik raakte ervan overtuigd dat ik in Nederland op mijn plaats zou zijn. Als hoogleraar was ik al betrokken bij het Hersteld Hervormd Seminarie in Amsterdam. Een vriend die ons al jaren kende, adviseerde ons lid te worden van de Hersteld Hervormde Kerk.”

En uw hoogleraarschap in Zuid-Afrika?

„Mijn werk als bijzonder hoogleraar Nieuwe Testament voor de Universiteit van Potchefstroom wil ik een dag per week blijven doen. Graag wil ik daar een Schriftgetrouw geluid blijven laten horen. Het hoogleraarsambt geeft je daarbij een zeker gezag.”

Hoe kijkt u terug op uw jaren in Zuid-Afrika?

„Erg dankbaar ben ik dat ik in Zuid-Afrika heb mogen studeren op behoudende faculteiten, waar theologie werd beoefend alsof God wél bestaat – terwijl op veel faculteiten wordt getheologiseerd alsof God niét bestaat. Tweemaal kreeg ik de gelegenheid om daar te promoveren. Zuid-Afrika heeft me academisch gevormd. Bovendien komt mijn vrouw ervandaan en is ons eerste kind er geboren. Ik kon echter geen predikant worden in de Nederduits Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika. Die maakte in 1994 plotseling het bevestigen van vrouwelijke ambtsdragers voor alle predikanten verplicht, en daar kon ik niet achter staan. Later werd ik aangesteld bij de theologische faculteit van de Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika in Potchefstroom.”

U promoveerde op het karakter en de functie van het Schriftgezag in de tweede eeuw na Christus. Hoe staat het daar nu in Nederland mee?

„Het Schriftgezag verkeert in een crisis. Ook om hierin iets te kunnen betekenen, wilde ik terugkeren naar Nederland. Kerkverbanden die dertig jaar geleden nog behoudend waren, zijn omgeslagen. Ze hebben de evolutietheorie en vrouwelijke ambtsdragers aanvaard, terwijl de zondag en het huwelijk onder druk staan. Ze stelden de vraag uit Genesis 3:1: „Is het werkelijk zo dat de Heere gezegd heeft dat...”, en kwamen met een ‘betere’ uitleg. In de Vroege Kerk gebeurde trouwens hetzelfde. Daar komt bij dat men inconsequent is. Waarom niet in het scheppingswonder geloven, maar wel in de wonderen die Jezus deed en in Zijn opstanding? Wees dan eerlijk en word vrijzinnig.”