„Predikant PKN staat langer in dezelfde gemeente”

Een cursus beroepingswerk moet kennis over de beroepingsprocedure op peil houden. Foto ANP ANP

LEEUWARDEN – Predikanten blijven steeds langer aan een gemeente verbonden. Bovendien lijkt een predikantekort in de toekomst een reëel scenario. Een cursus beroepingswerk komt kerk en predikant ten goede, vindt de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Kennis van een goede beroepingsprocedure blijft dan aanwezig.

Volgende maand biedt de protestantse gemeente in Leek een toerustingsavond aan over het beroepingswerk. Het is een avond voor het hele noorden. „Het is een algemene inleiding tegen welke dingen je allemaal aanloopt als gemeente”, zegt Louis Bakker, gemeenteadviseur van de Protestantse Kerk. Volgens hem kan zo’n cursus veel „teleurstellingen” voorkomen.

Een nieuwe gemeente is een hele stap voor zowel een gemeente als een predikant. „Zeker nu predikanten langer in een gemeente blijven wordt het steeds belangrijker. Een predikant beroepen doe je misschien maar één keer in de tien jaar.”

Ook Bakker ziet om zich heen dat predikanten langer aan een gemeente verbonden blijven. „Zo als 20 à 25 jaar geleden is het echt niet meer. Dan stond soms na vier jaar al weer een beroepingscommissie op de stoep. Nu is zes tot tien jaar in één gemeente heel normaal geworden.”

Vacatures

Ds. Jan Oortgiesen, hoofd van het Mobiliteitsbureau Predikanten en de landelijk adviseur voor het beroepingswerk in de Protestantse Kerk, schetst dat welke banen beschikbaar zijn, is veranderd.

Per jaar zijn er ongeveer tweehonderd vacatures in de 1800 protestantse gemeenten (PKN) in ons land. Maar het aantal fte’s neemt af. „Wat je ziet is dat dit voorheen fulltime functies waren, maar nu steeds vaker voor 80 procent. Of dat een 75 procentfunctie teruggaat naar 60 procent of zelfs 45.”

De komende jaren gaan er jaarlijks honderd predikanten met pensioen, zo is berekend. De instroom vanuit de opleidingen ligt op ongeveer zestig. Op dit moment is dat nog voldoende maar Oortgiesen zegt dat het aantal predikanten dat de universiteiten aflevert de komende jaren „eerder af zal nemen dan toeneemt.” Hij noemt een predikantentekort in de toekomst dan ook zeker reëel, hoewel daar ook andere scenario’s voor worden geschetst.

Het hoofd van het mobiliteitsbureau van de Protestantse Kerk merkt dat het „steeds meer maatwerk” wordt als het gaat om het vinden van een goede gemeente voor een predikant, en andersom. Predikanten die beroepbaar zijn staan geregistreerd in Utrecht.

Onterecht staan die lijst slecht bekend in het land, meent Oortgiesen. „Het zijn predikanten die zelf aangeven elders naar toe te willen, maar ook alle anderen. De landelijke kerk zegt: in principe is iedereen na vier jaar beroepbaar. Dus als wij namen doorgeven is het een mix van kandidaten. Het is zeker geen kneusjeslijst.”

Cursus

Omdat een kerkenraad minder vaak met beroepingswerk te maken heeft is een goede cursus geen overbodige luxe. De avond in Leek heeft met name een informatief karakter, maar de Protestantse Kerk biedt ook cursussen van drie avonden speciaal voor kerkenraden en beroepingscommissies. Daarin komen bijvoorbeeld gesprekstechnieken, rollenspellen en de verdeling om beroepen van een predikant, legt Bakker uit. „De een kan zich bijvoorbeeld meer bezighouden met vragen aan de predikant op het terrein van theologie terwijl een ander hem of haar bevraagt over de visie op gemeente-zijn. Zo voorkom je dat één iemand in de commissie het hele traject ‘kaapt’.”

De cursus wijst er ook op wat je allemaal kan in een dergelijke procedure die feitelijk gelijk is met wat een personeelsfunctionaris of HRM-afdeling in het bedrijfsleven doet bij sollicitatieprocedures. „Dan kun je voorkomen dat er soms wel heel impertinente vragen gesteld worden die echt behoren tot wat privé is. Bijvoorbeeld een vraag naar politieke voorkeur. Je kunt daarentegen wel een vraag stellen over hoe de kandidaat tegen de samenleving aankijkt.”

Bakker adviseert gemeenten die in een beroepingstraject zitten altijd om in ieder geval twee dingen te doen: „Maak een profielschets van wat voor predikant je wilt, maar ook wat voor je gemeente je bent of wilt zijn.”

Gemeenten moeten daarbij niet alleen naar het hier en nu kijken, maar ook jaren verder of nadenken over een situatie die nog kan komen. „Denk bijvoorbeeld aan samenwerking in de toekomst met andere gemeenten. Dat moet je bespreken, ook met de kandidaat die je op het oog hebt.”

Een ding dat de komende jaren ook steeds meer gaat spelen is samenwerking tussen gemeenten en dat kerken gezamenlijk predikanten moeten gaan beroepen. Oortgiesen: „Dat komt door de krimp van de kerken, maar ook de demografische krimp. In bijvoorbeeld Noord-Groningen, maar ook oostelijk-Gelderland zie je gebieden echt ontvolken. Dat heeft ook gevolgen voor de kerk en of daar nog wel een predikant betaalbaar is.”

Ook Louis Bakker noemt de krimp een belangrijk gespreksonderwerp. „Daar moet je eerlijk over zijn tegenover elkaar. Het gaat heel hard in plattelandsgemeenten. Ik had niet gedacht dat de neergang zó sterk zou zijn.” Gemeenten ontkomen er daarom niet aan meer samenwerkingsverbanden te vormen.

Dat is ook een kans, meent Bakker. „Vroeger was het profiel van de predikant ongeveer zo: preken, catechese en pastoraat. Maar tegenwoordig is het veel breder: ook visieontwikkeling, regionale samenwerking, toerusting, et cetera. Je kunt dan ook zeggen: dat doet die ene predikant in onze regio en dit doet de onze.”

De vraag over regionale samenwerking komt vaak aan de orde als er het probleem ontstaat rond het vinden van ouderlingen en diakenen, zo ziet Bakker. „Dan komt de vraag naar voren: hoe moeten we verder? Terwijl eigenlijk die vraag al veel langer onderhuids speelt, maar dat vooruit geschoven wordt.”


Twitterdiscussie

Predikanten op het sociale medium Twitter vragen zich af of collega’s echt langer in dezelfde gemeente blijven. Volgens ds. L. M. Aangeenbrug te Well-Ammerzoden zijn er geen „harde statistieken” van de ambtstermijn in een gemeente. In een klein onderzoek komt hij tot een tegenover­gestelde conclusie.

Hij laat in een blog zien dat de lengte van de ambtstermijn in een aantal gemeenten tussen 1579 en 2003 is afgenomen. In het onderzoek wordt overigens de relevantie van de vergelijking van ruim vier eeuwen niet beargumenteerd. Zijn vader, ds. M. Aangeenbrug, is een uitschieter op dat gemiddelde, twittert hij. Hij stond 22 jaar in Barneveld.

Sommige predikanten zien in de breedte van de kerk dat de ambtstermijn toeneemt. De eerste gemeente wordt daarbij korter gediend dan de volgende, schat ds. T. T. J. Pleizier uit Dirksland in. Ds. J. Visser te Lexmond en ds. J. Holtslag te Giessen-Nieuwkerk en Nederslingeland wijzen op de praktijk in delen van de Protestantse Kerk om niet te beroepen, maar te solliciteren. Dat zou de mobiliteit kunnen tegengaan. Ds. Holtslag schat in dat predikanten tegenwoordig niet 6 tot 10 jaar, maar 10 tot 25 jaar in dezelfde gemeente staan. Hij wijst ook nog op een ander argument. „Ik zie dat veel predikanten blijven vanwege het werk van de vrouw en dat veel gemeenten gaan voor een jong domineesgezin.”