Paul Abels: Goudoloog en bibliofiel

Abels. beeld RD, Henk Visscher Henk Visscher

Voor zijn huis kabbelt het water van de Turfmarkt. Vanuit het raam aan de achterkant ziet hij uit op de Grote of Sint-Janskerk. Historisch Gouda ligt binnen handbereik. Wel tien kerken staan er in de buurt. „Ik ben rooms-katholiek tot op mijn botten, maar weet ook alles van de Reformatie.”

In zijn bibliotheek gaat Abels zelf op een kerkbank zitten, met een fors stuk van zijn boekenbezit in de rug. Die kerkbank heeft hij ergens in een antiekzaakje op de kop getikt. Er staat nóg een kerkbank in zijn atelier. Die is afkomstig uit Almelo, uit de Sint-Egbertuskerk. waar hij in zijn kinderjaren het roomse leven indronk, heel die mystieke wereld, de wierookgeur en de kaarsen.

Sinds vier jaar woont Paul Abels in de Goudse binnenstad. „Zondags zie je hier uit alle hoeken en gaten grote drommen mensen te voorschijn komen. Zij spoeden zich kerkwaarts. Looprichting, pas én kleding verraden ongeveer tot welke kerkelijke denominatie zij gerekend moeten worden. De kleur zwart in de kleding overheerst, zij het dat de tin­ten zwart, als je goed kijkt, nog behoor­lijk kun­nen verschillen.”

De ruimte op de begane grond (de familie Abels woont op de eerste verdieping) is volgepropt met boeken, gravures, pentekeningen, schilderijtjes en beelden. Tegen de achterwand staat de Madonna met Kind, naast de heilige Sint-Elios, de schutspatroon van de smeden. Twee beeldjes van paters fungeren als boekensteun.

Tegen de boekenkast staat een ladder, voor de boeken van de hoogste plank. Er hangt een stilleven aan de muur, speciaal op zijn verzoek geschilderd door Herman Tulp. Zijn favoriete boeken staan erop afgebeeld: de Goudse editie van Statenbijbel uit 1647 en de ”Historie der Reformatie”, opengeslagen bij het hoofdstuk over Coornhert, die begraven ligt in de Sint-Janskerk. Ook het oude kerkboek van zijn moeder is afgebeeld, samen met de samenspraak tussen remonstranten en contraremonstranten. Het schilderij heet ”Vrijheid van consciëntie”.

„Hier staat veel ouwe rommel”, zegt Abels.”

Rommel?

„Ik bedoel: sommigen vínden dit rommel. Voor mij betekent wat hier staat heel veel. Ik houd van oude spullen. Het is mijn passie om met geschiedenis bezig te zijn.”

Paul Hendrikus Adrianus Maria Abels. Dat is zijn naam. „Ik ben vernoemd naar mijn beide grootvaders. Vandaar die Hendrikus en die Adrianus. En natuurlijk naar Maria, zoals het een goed katholiek betaamt. Het is mooi als ouders hun kind vernoemen, naar ouders of grootouders. Dat zegt iets over in welke lijn zo’n kind ter wereld kwam, in welke stamboom het thuishoort. De traditie van dat vernoemen hebben we wat losgelaten, maar dat vind ik wel te betreuren. Kinderen krijgen van die artiestennamen, vind ik. Als ze al worden vernoemd, dan naar een ster in de voetbalwereld of naar iemand in de showbusiness. Als ik dat zie, denk ik: Joh, zoek het toch dichter bij huis, bij je eigen stam.”

In de zesde klas van de lagere school was Abels al geboeid door boeken over Michiel de Ruyter, Jan Steen en Rembrandt. „Die boeken stonden op school. Thuis hadden we alleen het ”Beste boek voor de weg”. Mijn moeder had alleen lagere school gevolgd en mijn vader wist zich met avondstudie op te werken tot politieagent. Ze vonden het wel vreemd dat ik alleen maar geschiedenisboeken kocht. Toch hebben ze nooit gezegd: Jongen, waar begin je toch aan! Ze hebben me in mijn belangstelling altijd gesteund en daar heb ik ze altijd zeer om geprezen.”

Abels houdt ijverig een eigen website bij. De site bevat een verzameling van zijn historische werk en publicaties, teksten van door hem gehouden lezingen, een werkbe­stand van oude drukken en een verzameling gedigitaliseerde bronnen.

Duizelingwekkend, wat u allemaal heeft geschreven!

„Ik ben journalist geweest, en dan krijg je dat. Dan ben je ermee behept, om almaar dingen te onderzoeken, te schrijven, te publiceren. Geschiedenis is mijn passie. Op mijn werk op het ministerie van Veiligheid en Justitie schrijf ik wat de minister wil dat ik schrijven zal. Als historicus schrijf ik wat de historie wil dat ik schrijven zal. Daarmee heb ik een hobby voor mijn leven. Neem alleen al een stad als Gouda, wat hier allemaal is gebeurd. Over Gouda heb ik wel zo’n beetje alles onderzocht en bestudeerd en toch kom ik steeds weer nieuwe dingen tegen.”

Toen in 1989 de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis werd opgericht, was Paul Abels een van de initiatiefnemers. De afgelopen 25 jaar heeft hij aan de VNK bijgedragen als bestuurder en als redacteur. Op dit moment is hij eindredacteur van het Tijdschrift voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis.

Geschiedenis is niet populair, kerkgeschiedenis nog minder.

„Het is wel erg. Aan de universiteiten zijn bijna alle leerstoelen geschiedenis al opgedoekt. Maar niet al te zeer getreurd! Mijn oudste dochter is toch maar afgestudeerd op een kerkhistorisch onderwerp, op de zeventiende-eeuwse klopjes in Gouda en Haarlem. Dat waren ongehuwde katholieke vrouwen, geestelijke maagden werden ze wel genoemd, die hun leven in dienst van kerk en samenleving stelden. Kerkgeschiedenis heeft voor velen een stoffig imago, maar dat is onterecht. Het kan zeer spannend zijn, zelfs, en humoristisch.”

Humoristisch?

„De humor druipt er soms van af. Maar dan moet je wel bij de protestanten zijn. De rooms-katholieken kenden met hun biechtcultuur een grote mate van beslotenheid. Daar kwam iets niet zomaar naar buiten. Katholieken hielden de boel graag een beetje binnenskamers. Protestanten schreven echter alles op, alle schandaaltjes, ruzies, rare dingen. Alles kwam terecht in notulen en acta. Iedereen die een scheve schaats reed, werd genoteerd. Je zou er schelmachtige boekjes over kunnen schrijven.”

Daar moet een historicus zich wel van bewust zijn, vindt Abels. „In de acta werd notitie gemaakt van alles wat misging. Wie zich fatsoenlijk gedroeg en keurig deed waarvoor hij op de aarde was, kwam nooit in de acta terecht. Er zijn waslijsten volgeschreven over ruzies en conflicten. Maar er zijn ook hele periodes waarin vooral geschreven werd: „Geen bijzonderheden te melden.” Dan verliep alles dus naar wens. Dat is voor een historicus natuurlijk niet zo interessant, als er niks geks gebeurt. Je mag je aan de andere kant ook weer niet blindstaren op de negatieve kanten van de geschiedenis.”

U bent goudoloog. Wat mag dát wezen?

„Een goudoloog is geïnteresseerd in de cultuur en de geschiedenis van Gouda, wil dat allemaal onderzoeken en aan anderen overdragen. Bij het Gouds Historisch Platform kun je de cursus goudologie volgen, die opleidt tot goudoloog.

De cursus draait nu acht jaar. Ik verzorg de les over religie in Gouda. Aan het eind van dit cursusjaar hebben totaal 550 mensen de cursus gevolgd. Allemaal historisch geïnteresseerde burgers die er twaalf zaterdagochtenden voor overhebben. Als je op het Goudse stadhuis ambtenaar wilt worden, ben je verplicht deze cursus te volgen, om de liefde voor de stad te bevorderen. Liefde voor geschiedenis moet je wel voeden.

We moeten er ons best voor doen, anders belanden de prachtigste monumenten op de schroothoop. We hadden bijvoorbeeld op de Markt een prachtig stadhuis, een uniek monument uit 1415. En Gouda heeft dat nu verhuurd aan een evenementenbureau. Langs het spoor is er iets nieuws gebouwd. Het heet gelukkig geen stadhuis. Ik dreig iedereen met verbanning als ze dat zo noemen. Het nieuwe gebouw heet ”Huis van de Stad”. Het ziet eruit als een stroopwafeldoos. Gelukkig heeft Gouda het oude stadhuis niet verkocht, maar verhuurd. Dat evenementenbureau kan de huur dus ook weer opgezegd worden.”

U zou zomaar overspoeld kunnen worden met heimwee naar vroeger.

„Ha! Nee, daar heb ik geen last. Het heden is ook heerlijk. De moderne media bieden veel mogelijkheden en ik gebruik ze ook allemaal, WhatsApp, Facebook, Twitter, mijn website et cetera. De wereld is veel groter en bereikbaarder geworden.”

Protestantse kerken hebben genoeg aan hun eigen sores. Maar met de katholieke kerk gaat het ook niet goed.

„Het misbruikschandaal is verwoestend. Maar ik heb mij in de kerk en met de geestelijkheid in Almelo altijd erg veilig gevoeld. Al deze berichten over misbruik, hoe vreselijk deze zaken ook zijn, doen groot onrecht aan al die pastoors, missiepaters en kapelaans, die hun hele leven hun best deden en doen om voor de ander het goede te zoeken. Het is erg dat de kerk zo veel schade lijdt, dat zij niet meer in staat lijkt te zijn om mensen te boeien. Wat vreselijk toch dat de kerk verschrompeld is tot een krampachtig bolwerk van vormen en conservatisme. Ik hoop op een nieuw elan. Soms zie ik er al kleine vonkjes van.”

Wie is Maria voor u?

„De moeder van God. Velen hebben ervaren dat zij troosten kan en dat ze een inspiratiebron voor gelovigen is.”

Er is één Naam onder de hemel gegeven door welke wij moeten zalig worden, en die naam is niet: Maria.

„Hier scheiden de wegen tussen Rome en Reformatie. Ik vind het oprecht spijtig dat de Reformatie de moeder van Jezus zo weinig eer betoont, dat ze Maria slechts zien als, vergeef me, een doorgeefluik. Ik vind dat ook een ernstige miskenning voor de waarde van de vrouw in de kerk van vandaag.”

Gaat het om de moeder of om haar Kind?

„Kun je een kind van zijn moeder scheiden, of de moeder van haar kind? Wij rooms-katholieken zijn daarin pragmatischer dan protestanten. Hoewel, ze kunnen daarin ook doorschieten. Als ik in Lourdes of in Fatima kom, dan wend ik me ook af. Daar schiet het door, gaat het een grens over.”

Abels gaat er even voor zitten: „We moeten toch met elkaar, protestanten en katholieken, de ene bron zien vast te houden en de boodschap daarvan gemeenschappelijk proberen uit te dragen. Dat is de boodschap van de liefde, dat we er voor elkaar willen zijn. Ik ben nooit zo bezig met onze heilsbestemming en vind het jammer dat de reformatoren zo veel nadruk hebben gelegd op ieders individuele worsteling om het heil te verwerven. Het gaat mij om het heil van de naaste.”

Waar vinden we Abels op zondag?

„Vooral in mijn bibliotheek. Hier dus. En soms in de oudkatholieke kerk in de binnenstad. De Rooms-Katholieke Kerk heeft in de stad geen vestiging meer. Ik voel mij echt een aanhanger van Coornhert. Dat wil zeggen dat we de kerk in onszelf zoeken. De uitwendige kerk is slechts een middel om daarbij behulpzaam te zijn. Ik weet dat een gelovige een geloofsgemeenschap nodig heeft, maar dat hoeft voor mij niet de kerk te zijn.”

De kerk heeft te veel prijs gegeven, vindt Abels. „In Almelo hadden we een prachtige kerk en een mooi klooster met een gewijde stilte. Maar in onze tijd bouwen we allemaal van die fabriekshalachtige kerken. Dat zijn geen kerken. Ik heb behoefte aan mystiek, sfeer, kaarslicht. Als je met je vrouw gaat dineren, ga je toch ook niet onder een tl-buis zitten.

We hebben nog veel meer als oud vuil overboord gegooid. Ik ben iemand die houdt van waarden en normen, dat je kinderen in de kerk trouwen, dat je je kind laat dopen, dat je vanuit de kerk begraven wilt worden, dat het kruis dan vooropgaat als teken van de wederopstanding. Dat is allemaal zo oer. Begraven is soms afgezakt tot een half theater.”

In het dagelijk leven is Abels veiligheidsadviseur bij het ministerie van Justitie in Den Haag. Veel wil hij daar niet over kwijt. „Het zit al gauw in de kwetsbare sfeer. Sinds 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh en nu het rumoer rond de Islamitische Staat hebben we het extra druk. We moeten er met elkaar voor waken dat we niet hele bevolkingsgroepen wegzetten en de kloof tussen moslims en niet-moslims nog verder vergroten. Dit is een hectische tijd, vol onzekerheid. Laten we meer bruggen slaan dan dammen opwerpen.”

Ondertussen lijkt Nederland nog steeds niet bang.

„En dat willen we graag zo houden. Dus: geen paniek.”


Levensloop Paul Abels

Paul H. A. M. Abels werd op 29 oktober 1956 geboren. In Nijmegen studeerde hij geschiedenis, met als afstudeerrichting de geschiedenis van het Nederlands katholicisme voor het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. Hij was journalist bij De Twentsche Courant. In 1984 verruilde hij de journalistiek voor een baan als beleidsambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (en vanaf 2005) bij het ministerie van Justitie). In oktober werd hij ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Abels is medeoprichter van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis. Paul en Christa Abels wonen in Gouda en hebben drie dochters.