Over de hel (s)preken blijft noodzakelijk

De hel is de tegenstelling van de hemel. beeld RD, Henk Visscher
3

Steeds minder predikanten spreken in prediking en pastoraat over de hel, blijkt uit onderzoek. Waarom zou een predikant dat tóch moeten doen? En hoe doet hij dat op een gepaste manier? Drie predikanten geven een reactie.

Het aantal reacties dat ds. C. Harinck uit het Zeeuwse Kapelle in de afgelopen twee jaar kreeg op zijn boekje ”Hemel en hel” (uitg. De Banier) viel hem best tegen. „In onze geseculariseerde samenleving hebben hemel en hel afgedaan”, aldus de emeritus predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten. Toch wilde een aantal jongeren met de predikant het gesprek aangaan, omdat het onderwerp hen had geraakt. „Dat is de andere kant.”

2020-02-08-katZA10-bijhelartikelgroot-6-FC-V_webDe hel, daar wordt (niet) over gesproken

Ds. Harinck benadrukt dat een predikant het reddend Evangelie niet kan preken als hij de vreselijkheid van de hel verzwijgt. „Er is in de Bijbel niemand die zo vaak over de hel spreekt als de Heere Jezus Zelf. Het Evangelie bevat als blijde en goede boodschap een heilige ernst. Er staat geschreven dat wie niet geloofd zal hebben, verdoemd zal worden. Als je als prediker gelooft dat mensen verloren kunnen gaan, moet je een drang hebben om mensen ertoe op te roepen zich te bekeren en te geloven.”

Wat dat betreft, mankeert er volgens ds. Harinck nogal wat aan de prediking in de kerken waarin wél over de hel gesproken wordt. „Ik begrijp niet hoe een geroepen dienaar het alleen kan doen met de boodschap: „Je moet er maar veel om bidden.” Terwijl God Zelf roept met grote drang: „Bekeert u, bekeert u van uw boze werken, want waarom zoudt gij sterven?” De oproep tot geloof moet de vrucht zijn van het geloof in de hel.”

Volgens de predikant wordt veel mensen rust gegund in hun onbekeerd-zijn. „Ze worden dood gepreekt door een eenzijdige nadruk op de onmacht om je te bekeren en te geloven, het eenzijdige van het Godswerk van de bekering en de stelling dat Jezus alleen voor de uitverkorenen is gestorven. De meeste mensen wachten maar af. God moet je tenslotte grijpen en dan komt alles in orde. Er is een hel die niet meer verschrikt en een hemel die niet meer verkwikt.”

ANP-406369753__1_„Gereformeerde gezindte is anders over hel gaan spreken”

Ds. Harinck benadrukt dat er in de prediking nooit los van het Evangelie over de hel gesproken moet worden. „Verlies het doel van het spreken over de hel niet uit het oog. Het gaat erom dat er tegen de achtergrond van de eeuwige verdoemenis, die wij ons hebben waardig gemaakt, gesproken wordt over Gods liefde, Christus’ offer en de noodzaak van bekering en geloof.”

Heilige afkeer

De achttiende-eeuwse theoloog Alexander Comrie waarschuwde dat het prediken van de hel ook het leven van mensen in een hel kan veranderen. Ds. Harinck: „De angst voor de hel is geen goed motief om God te dienen. Nauwgezet leven en je bekeren uit angst voor de hel, kan God niet behagen.”

In het pastoraat worden wel vragen gesteld over de hel, is de ervaring van de emeritus predikant. „Mensen vragen zich bijvoorbeeld af of de hel wel te rijmen valt met Gods goedheid en Zijn liefde. Maar Gods liefde gaat niet ten koste van Zijn heiligheid en rechtvaardigheid. De heilige God kan het kwaad niet ongestraft laten. Er is niets zo tegenovergesteld aan God als de zonde. De straf op de zonde komt niet voort uit woede van God, maar uit heilige afkeer. De zonde niet straffen, zou onheilig en onrechtvaardig zijn.”

Vragen van gemeenteleden over dit thema roepen om Bijbelse antwoorden, zegt ds. Harinck, „waarin we niet schuwen over Gods heiligheid en het straffen van de zonde te spreken, maar vooral ook het wonder aan te wijzen dat het in Christus niet meer strijdt met Gods heiligheid en rechtvaardigheid om ieder die tot Hem komt te vergeven en genadig te zijn.”

Het spreken over de eeuwigheid moet ook in de opvoeding van kinderen een plaats krijgen, vindt ds. Harinck. „Op een gepaste wijze. Dus niet als een soort stok achter de deur, in de trant van: „Als je dat of dat doet, zul je daarvoor later boeten in de hel.” Maar ook niet zó, alsof God alles wel in orde zal maken en alleen zware misdadigers of tirannen als Hitler, Nero of de mannen van terreurgroep IS in de hel komen.”

Dat het spreken over de eeuwigheid ook iets bijzonders kan uitwerken in het persoonlijk leven, heeft hij zelf ervaren. „Mijn vrouw was nog maar zes jaar, toen haar 4-jarige broertje Kees in zijn slaap is gestorven. Als kind kreeg ze toen een zeer diepe indruk van de eeuwigheid.”

Toen ds. Harinck, die niet-kerkelijk is opgevoed, zijn vrouw leerde kennen, vroeg hij haar waarom ze naar de kerk ging. „Ze zei: „Ik zou er nooit weg kunnen of willen.” In de kerk kreeg mijn vrouw, die nu vier jaar geleden is overleden, de hoopvolle boodschap van het Evangelie te horen. Dat diepe besef van Gods genade en liefde, dat in de ziel van mijn vrouw gewerkt was, heeft God ook willen gebruiken om mij te bekeren. Dat Evangelie krijgt waarde voor wie tobt met de vraag van McCheyne: „Mijn ziele doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?””

Bergrede

Ds. H. H. Romkes wijst erop dat de Heere Jezus Zelf duidelijk spreekt over twee wegen. „Lees er de Bergrede in Mattheüs 5-7 maar op na. De Heere Jezus heeft ontzaglijk veel over de hel gesproken. Zouden wij dat dan moeten laten rusten? Hij sprak over twee wegen – en waarschuwde tegelijkertijd dat de weg die naar het verderf leidt, breed is. Daarom moet het ook in iedere preek duidelijk gaan over twee wegen.”

Het spreken over de hel is echter niet makkelijk, voegt de predikant van de oud gereformeerde gemeente in Nederland te Rouveen er direct aan toe. „Het is eigenlijk onmogelijk. Van de hel geldt, net als van de hemel, dat het iets is wat het oog niet heeft gezien, het oor niet heeft gehoord en wat niet in het hart van een mens is opgekomen. We kunnen alleen maar stamelen over de hemel en stamelen over de hel.”

Dat neemt niet weg dat de Bijbel er duidelijk over is dat er een oordeelsdag zal komen, stelt ds. Romkes. „De apostel Paulus schrijft in 2 Korinthe 5 dat alle mensen voor de rechterstoel van Christus geopenbaard moeten worden. Dan wordt duidelijk wat wij als mensen in ons leven hebben gedaan, hetzij goed, hetzij kwaad. Daarna zegt hij: „Wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof...” Paulus had de schrik des Heeren gezien. Dat is wat voor die man geweest.”

Wie iets van die vreselijke werkelijkheid heeft gevoeld, van die plaats van wening en tandengeknars, krijgt een drang om anderen daarvoor te waarschuwen, zegt ds. Romkes. „Als predikant zie je de leden van je gemeente dan niet langer voor je als Jan, Piet of Klaas of als rijken of armen, maar als zielen die op weg en reis zijn naar de eeuwigheid. Dan zie je ook het gevaar waarin degenen verkeren die onbekeerd zijn. Als je daarmee door een kracht van boven bewogen wordt in je hart, kun je hun dat toch niet onthouden? De ene keer komt dat meer op je af dan de andere, maar het is de liefde die vooropstaat. Paulus schrijft immers ook: „De liefde van Christus dringt ons.” Van daaruit wil je de mensen bewegen tot het geloof, tot de redding. Dat is een belangrijk element in de prediking.”

In de hemel is er enkel liefde en gemeenschap met God, zegt ds. Romkes. In de hel is er enkel haat. „Op aarde zeggen we: gedeelde smart is halve smart. Dat gaat in de hel niet op. Daar zal iedereen weten wat een mens in zijn leven gedaan heeft. Op aarde kun je elkaar van alles wijsmaken, maar daar zal dat niet meer zo zijn. De hel is een put. Alleen al dat woord ”put” heeft een ontzettende inhoud. Die put wordt gedempt. Wie daarin wordt gegooid, zal er nooit uitkomen.”

Dat leert ook de Heere Jezus als hij spreekt over de rijke man en de arme Lazarus. Uit die gelijkenis valt volgens ds. Romkes op te maken dat in de rampzaligheid ook kennis zal zijn van het geluk van Gods volk dat in de hemel is. „Om het zo te zeggen: daar worden de verdoemden –wat overigens een verschrikkelijke benaming is– geconfronteerd met wat ze hebben laten liggen.”

Het is belangrijk om harmonie in de prediking over hemel en hel te houden, stelt de Rouveense predikant. „Je mag er nooit klakkeloos over beginnen. Een predikant moet het juiste moment afwachten. Dat vraagt om een goede gelegenheid en genegenheid. Dan kan hij met heilige bewogenheid over de hel spreken, vanuit liefde tot zijn hoorders.”

Ook in het pastoraat moet de hel niet worden gebruikt als middel om te slaan, benadrukt ds. Romkes. Al moet de waarheid niet verborgen gehouden worden. „Voor een huisbezoek bid ik altijd om liefde en vrijmoedigheid in het spreken. Dat ik mezelf niet boven, maar onder de mensen mag stellen, ook als ik vermanend moet zijn. Want ook die vermaning is er uit bewogenheid met hen die het heilloze pad van de zonde bewandelen.”

Zondeval

Theoloog en classicus prof. dr. Benno Zuiddam, verbonden aan de faculteit theologie van de Noord-West Universiteit in Potchefstroom, Zuid-Afrika, wijst erop dat de hel „echt” is. „Hij was oorspronkelijk bereid voor de duivel en zijn engelen, maar het tragische gevolg van de zondeval is dat er ook mensen in terechtkomen. Onze tijd kenmerkt zich door postmodern denken, waarin we zelf willen uitmaken hoe onze godsdienst en god eruitzien. Dat leidt tot zelfbedrog.”

De hel is echter ook een trooststuk voor mensen die nu hongeren en dorsten naar gerechtigheid, vervolgt prof. Zuiddam. „God straft uiteindelijk waar het onrecht heerste op aarde en de leugen triomfeerde.”

Maar ook de keerzijde is waar. Prof. Zuiddam: „God beloont de arme Lazarus na diens lijden op aarde. Wie geleden heeft omwille van het Evangelie, wordt gekroond en zal met Christus als koning heersen over een schepping die niet meer zucht en waarvan de dood is weggevlucht.”

Volgens prof. Zuiddam is het belangrijk om in de preek over de hel te spreken „zoals de kerk van alle tijden dat deed. De weg naar de hel is niet geplaveid met goede voornemens, maar met zeven hoofdzonden: arrogantie, hebzucht, wellust, afgunst, onmatigheid, wraakzucht en nalatigheid. Wie daarin leeft, zal het Koninkrijk van God niet beërven, tenzij hij zich verootmoedigt en bekeert.

Bij Luther en Calvijn was ”sola fide” iets anders dan wat het consumptiechristendom er tegenwoordig van maakt. Het geloof dat rechtvaardigt, komt nooit alleen. Echt geloof leidt tot zonden opbiechten en bekering. Wie meent een vriend van de Bruidegom te kunnen zijn zonder te doen wat de Meester gebiedt, wacht een onaangename verrassing. Zonder bruiloftskleed komen we niet binnen. Volgens de Schrift staat onze eeuwige toekomst op het spel. De kerk spreekt in dat verband al eeuwenlang over ”de vier laatste dingen”: onze dood, Gods oordeel over ons leven en de realiteit van hemel en hel.”

Roddeltantes

Als een predikant in het pastoraat vragen krijgt over de hel, moet hij beseffen dat hij ook dán een dienaar is van het Woord, aldus prof. Zuiddam. „Volgens de Schrift wacht de hel zowel op overspelers als op roddeltantes en kerkmensen die hun broeder niet liefhebben of professioneel in de rug steken. Dat is geen populaire boodschap, maar wel een nodige. Mensen moeten Christus en het werk van Zijn Geest leren nodig krijgen.”

Ook prof. Zuiddam wijst op het appel van 2 Korinthe 5:14. „Laat de liefde van Christus voor zondaren drijven in ons spreken over de toekomende toorn. Vermijd manipulatie of ik-gericht consumptiechristendom; alsof alles om ons en onze redding zou gaan. Echte bevindelijkheid gaat over God en Zijn eer.”

Dit is het tweede deel in een tweeluik over het thema ”de hel”. Deel 1 verscheen op 8 februari.